Kaatjes praatjes


Pleonasme
3 juni 2009, 3:37 pm
Ingedeeld onder: taaltaaltaal, tekstjuweel | Tags: , , ,

Ik bedacht me net dat werkende moeder een draak van een uitdrukking is. Specifieker hebben we hier te maken met een duidelijk geval van een pleonasme! Jaa, zo’n dubbeluitdrukking waarbij het ene woord iets uitdrukt wat al in het andere woord besloten zit. Want moeder impliceert natuurlijk al dat ze werkt. Dat roept, lieve lezers, twee dingen op:

EEN. Oja, een pleonasme, dat was toch die van witte sneeuw en rood bloed. Maar wat is een tautologie ook al weer?

EN TWEE. Hmmm, zou dat ook gelden voor werkende vader of zit dat net even anders?

Daar kun je vast de rest van deze werkdag nog even zoet mee zijn. Succes met de laatste werkende uurtjes, ik ga ook weer eens aan de slag.



In z’n uppie
3 juni 2009, 2:47 pm
Ingedeeld onder: kinderdagverblijf, kinderen, werkende moeder | Tags: ,

Post uit het postvakje gehaald. Nathan heeft een plekje op het dagverblijf. Voor twee dagen per week. Hartstikke blij mee, want Nathan gaat dat vast heel leuk vinden. En bovendien ga ik die twee dagen ook heel leuk vinden. Zij het dat ik er dan nog een paar klanten bij moet vinden waar ik twee dagen efficient voor aan de bak kan. Of dat ik toch nog die baan voor drie dagen buiten de deur vind.  However moest ik wel even slikken toen ik de volgende zinnen las:

Dag 1 Kennismakingsgesprek en even op de groep

Dag 2 Kind blijft een dagdeel (zonder ouder) op de groep

Dag 3 Kind blijft een korte dag op de groep

Dag 4 Kind is alleen op de groep

Slik. Die laatste tekst. In z’n uppie. De tranen sprongen in m’n ogen. Op 6 juli is het zover. Dat wordt een tough day. Maar vanaf 7 juli hieperdepiephoera ga ik het er flink van nemen. In m’n uppie.



Een soort van dip

Vandaag zit ik in een soort van dip. Want vandaag heb ik ervaren wat het met je doet als je een kind hebt en een leuke baan wilt. Ik solliciteerde naar een heel erg leuke functie als docent bij een hogeschool. Ik werd zelfs gevraagd om te solliciteren. Ik mocht op gesprek komen. En ze vonden me echt heel erg leuk. En geschikt. En ideaal. En dat ben ik natuurlijk ook allemaal. Maar wat ik ook ben: niet volledig beschikbaar. Dus viel ik af. Ik viel zo diep dat ik nu in een soort van dip zit.

Ik wil heel graag zo’n hardwerkende moeder zijn die tussen het opvoeden door nog even carriere maakt, een leuke baan heeft, daar ontzettend veel energie uithaalt (genoeg tenminste om weer goedgemutst thuis te komen), een leuke man heeft waar ze regelmatig mee uit eten gaat, er altijd leuk en verzorgd uitziet en nog sport of anderszins hobbiet. Zo eentje die volledig voldoet aan wat de overheid graag ziet: meer vrouwen aan het werk.
Maar weet je? Volgens mij bestaat ze niet. Ergens moet er in dat plaatje toch iets misgaan. Je zit namelijk toch maar mooi vast in 7 x 24 uur in een week waarvan je ook nog een flink aantal uren slaap nodig hebt. Dus uiteindelijk moet je ergens inleveren: op je partner, op je kind, op je werk, op je slaap, op dat leuke mens dat je ooit eens was maar die je door stress en druk van alle kanten op een dag bent verloren, op je ontspanningsmomenten, etc. Ergens.
En ach, misschien bestaat ze ook wel, maar ben ik haar bij lange na niet. Ik wil graag werken maar dat heeft z’n grenzen. Nu liggen die grenzen ongeveer bij 24 uur omdat KP de komende twee jaar een fulltime baan heeft. Dat hebben we samen zo besloten, dus tot 2011 ben ik beperkt tot drie dagen. Want ik ben er van overtuigd (en onderzoeken tonen dat ook aan) dat het voor de hechting van een kind belangrijk is om de grens van opvang buiten de deur bij drie dagen te zetten. Meer oppasdagen gaat ten kost van de hechting aan de ouders. En dat is tamelijk rationeel gedacht, want talloze moeders denken aan heel andere dingen: wat als hij op de creche voor het eerst… en vul maar in. Tsja, dan was je er niet bij.
Begrijp me goed: ik heb niets tegen vrouwen die er voor kiezen om vier of vijf dagen te werken. Helemaal niets. Maar ik voel de hete adem in m’n nek van vrouwen die vinden dat ik meer zou moeten werken. Dat vind ik oneerlijk. Bovendien vind ik ook dat mannen ook uren moeten kunnen inleveren. En dat wordt volgens mij veel te weinig gedaan. Sterker nog, er heerst een flink taboe op. Ik ken mannen die niet minder willen werken omdat ze daar op hun werk op aan zouden worden gekeken. Dus dat die overheid maar blijft stimuleren om meer vrouwen aan het werk te krijgen, gaat nooit werken als dat taboe op minderwerkende mannen er niet eens afgaat.
Hoe nu verder? Ik voel me dus een beetje een loser. Als er zoveel vrouwen zijn die wel meer willen en kunnen werken, waarom ik dan niet? En ik heb ook erg veel sympathie voor de gedachte dat er meer mensen aan het werk moeten om de vergrijzing betaalbaar te houden. Dus daarin voel ik ook wel een oproep om je bijdrage aan te leveren. En ik merk dat ik, als ik echt een leuke baan wil, meer uren moet gaan werken en Nathan meer dagen naar de opvang moet brengen. Sommige vrouwen zeggen dan tegen me: kies voor jezelf en ga meer werken. Maar als ik voor mezelf kies wil ik juist niet meer werken.
Weet je? In drie dagen kan ik ook echt heel veel werk doen. Ik heb regelmatig op plekken gewerkt waar mensen met fulltime contracten bepaald niet effectief met hun tijd omgingen. Die waren dan wel fulltime aanwezig, maar parttime aan het werk. En die andere dagen werk ik dan heel hard thuis, bij Nathan, acceptgiro’s wegwerken, koffiedrinken met eenzame mensen, afschuwelijke taken als de booschappen doen, strijken en de badkamer schoonmaken. Wel fulltime aan de bak maar niet alle 40 voor dezelfde werkgever. Meer dan 24 uur buiten de deur? Ik zou het echt graag willen, maar ik kan het niet. Dus sorry overheid en hard-buiten-de-deur-werkende moeders die mij misschien een beetje raar vinden en leuke hogeschool die mij nu niet in dienst neemt. Ik kan het gewoon echt niet.


Zus en allemaal beestjes

Volgende week is het al zover, dan is mijn verlof voorbij. Ik ga dan drie dagen werken. KP heeft één papadag en de andere twee dagen past Zus op. Maar o wee, is het daar wel veilig in huis? Vandaag begon ik aan een risico-analyse en help, ik durf niet meer.

Ik begon om een uur of drie met inventariseren. De lijst is eindeloos en hoe langer ik er mee bezig ben, hoe angstiger ik word. Nathan zou verstrikt kunnen raken in een koordje van de raamdecoratie. Hij zou een toiletblokje kunnen eten. Hij zou met een touwtje van zijn capuchon bovenaan de glijbaan kunnen blijven hangen. Hij zou kunnen snuffelen aan een afvalbakje in de badkamer. Hij zou in de wasmachine of de droger kunnen klimmen. Hij kan een plastic zak over z’n hoofd trekken. Nu misschien nog niet, maar eens is de eerste keer en dat kan net bij Zus zijn.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de gezondheidsrisico’s. Ziektekiemen, ze zijn overal. Aan de ongewassen handen van Zus, aan de vieze neus van Nicht of via het aanhoesten van Neef. En maximale blootstelling als Zus de zakdoek of het washandje voor Nicht nog eens bij Nathan gebruikt. Verder zou Nicht of Neef Nathans speelgoed mee kunnen nemen naar de wc en daarna weer aan Nathan kunnen geven. Handen wassen na het plassen moet er nog weer even ingeramd worden bij Familie. Nathan zou per ongeluk aan een wildvreemde fopspeen kunnen sabbelen. Sterker nog, de ring zou los kunnen raken waardoor ‘ie de rest van de speen doorslikt.

En dan moeten de traptreden nog tussen de 8,9 en 23 cm hoog zijn. Zus heeft zojuist een meting gedaan waarna ik de trap officieel heb goedgekeurd.

Het mag een wonder heten dat Zus al vijf kinderen van boven de drie heeft rondlopen. EN dat Nathan al bijna 12 weken is terwijl ik die lijst nu pas onder ogen krijg. Met Zus al vast wat afspraken gemaakt. Geen kleding met touwtjes, biologisch afbreekbare blokjes voor in de wc-pot, geen afvalemmertjes in toilet of badkamer, geen speelgoed mee naar het toilet, handen wassen na het plassen, ramen en deuren op alle verdiepingen sluiten, zakdoeken voorzien van naamlabel, idem dito voor spuugdoeken en slabbetjes, bij ziekte van wie-dan-ook-maar de zieke in kwestie in quarantaine leggen en Nathan een verdieping lager plaatsen. Geen wildvreemde spenen in huis. Opnieuw een schier onuitputtelijke lijst.

Brrrrrrr, ik vind het supereng. Maar ik geloof dat ik hier thuis ook nog het een en ander te doen heb.