Ingedeeld onder: moederschap | Tags: angst, bevalling, boekwinkel, doperwtjes, dwanggedachten, eendjes, kat, komkommer, moeder, onderzoek, postnatale depressie, spinnen, tandarts, vliegangst, watjes, wortel, zelfhulpboeken, zwangerschap
Ik heb eens in Psychologie Magazine gelezen (mensen die zelfhulpmateriaal lezen hebben die het minst nodig blijkt uit onderzoek) dat iets van 95% van de mensheid lijdt aan dwanggedachten. En daar hoor ik ook bij. Je kent het vast wel: je hebt een hark in je handen en je hoort de kat van de buren voor de tigste keer krijsen. Plotseling flitst het door je heen: hark, kat, toeslaan. Niet dat je dat ooit zult doen, maar even ben je bang dát je het zult doen. En je legt je hark toch maar even neer.
Dwanggedachten worden ingegeven door een bepaalde angst. De meeste dwanggedachten zijn van moorddadige aard. Bijvoorbeeld als je op het perron ineens denkt ‘wat als ik die oude dame met dat hondje ineens een zetje zou geven en ze op de rails terechtkomt terwijl de trein het station binnenloopt?’ (De tranen schieten tijdens het typen al in m’n ogen.) Ik heb er vooral op stations last van. Of in de metro: wat als ik mijn hoofd even door het raampje steek? Volgens Dirk Hermans, een onderzoeker van de Katholieke Uni in Leuven, zijn die gedachten heel normaal en zeggen ze niets over je persoon of potentieel gedrag. Pas als je je tegen dwanggedachten verzet, kunnen ze lastig worden. Dan wordt het namelijk een obsessie en dat is niet normaal meer.
Fantastisch, zulke onderzoekers. Enorm geruststellend. Dat wil zeggen: geruststellend dat het dus niets ernstigs is. Minder geruststellend is dat er misschien wel andere mensen ook met zo’n dwanggedachte op het station staan, en die zijn misschien minder gedisciplineerd dan ik.
Enniewee, hoe kom ik hier op? Omdat ik van die nare gedachtes heb over Nathan. Als ik Nathan in de creche van de kerk achterlaat ben ik tijdens de kerkdienst alleen maar bezig met de gedachte dat ik ‘m zal vergeten en dat ik thuis bij het koffiedrinken ineens bedenk dat ‘ie nog in de kerk is. (Ik hoop trouwens dat KP het dan al eerder ontdekt heeft, maar die is ook onderdeel van de gedachte.) Of dat ik na m’n werk direct doorrij naar huis in plaats van naar Zus. Dat ik ‘m doperwtjes zal voeren. Een komkommer. Wortels. En dat ik blijf aandringen. Dat ik bovenaan een trap sta en zeker weet dat ik hem zal laten vallen. Dat ik even boodschapjes ga doen terwijl ‘ie in z’n bed ligt en ik per ongeluk een paar uren in een boekwinkel blijf hangen. En dan heeft nu.nl nog voldoende goed materiaal beschikbaar om mijn gedachten te voeden. Ik parkeer mijn auto in de hitte en vergeet ‘m uit de auto te halen. Of juist doelbewust laat ztten, omdat ik maar een uurtje weghoef. Dat ik ‘m bij het voeren van de eendjes in het water laat vallen.
Tijdens de zwangerschap had ik er al last van. De angst dat ik dat enge kaasje echt zou gaan verslinden. Terwijl ik niet eens kaas lust. En ik droomde op een nacht dat ik bevallen was en KP direct na de bevalling een week voor z’n werk wegmoest. En dat KP na een week thuiskwam en aan me vroeg hoe het met hem ging. En ik in eerste instantie geen idee had over wie hij het had, maar toen herinnerde ik me plotseling de bevalling en oeps, het kindje weer. Nooit meer aan gedacht.
Lopen er hier meer mensen met dwanggedachtes rond? Deel ze met me en ik weet precies waar en wanneer ik je moet mijden.
Gelukkig hoort er bij die ‘normale’ gedachten ook dat je heel goed weet dat ze nooit zullen gebeuren. Omdat je je al zo bewust bent van de angst dat het je gewoon nooit zal overkomen. En dat het Nathan dus ook nooit zal overkomen. Omdat ik voortdurend met de angst leef dat er iets met hem gebeurt. Maar dan in de gezonde zin van het idee. Want ik geloof niet dat ik tot nu toe een erg overspannen angstige moeder ben. En dan boezemt me soms ook wel weer angst in.
Over dat laatst is trouwens ook een aardig boek verschenen. A Nation of Wimps, een land vol watjes. Van een Amerikaanse onderzoekster die een generatie moeders van nu beschrijft die overspannen angstig zijn. Angstig, overbeschermend, durven hun kinderen niet los te laten, waardoor ze kinderen ‘kweken’ die voor alles bang zijn. En dat levert een generatie watjes op. Interessant, Netwerk had er een uitzending over. Ik geloof dat ik nog niet tot een van de twee generaties behoor. Hoewel ik niet in een vliegtuig durf. Bang voor spinnen ben. En een hele poos bang voor de tandarts ben geweest. Maar daar heeft mijn moeder weer niks mee te maken.
Over dat andere onderzoek: Ad Bergsma, psycholoog en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit, ontdekte dat zelfhulpboeken het meest gelezen worden door mensen die ze het minst nodig hebben. Dat pleit ook weer voor me. Op psychisch in orde zijn scoor ik dus weer aardig hoog. De postnatale depressie laat op zich wachten.
Ingedeeld onder: angst, moederschap, tandarts | Tags: angst, controle, gaatjes, gebit, implantaat, inlay, kinderen, kukident, kunstgebit, porselein, secondenlijm, stoer, tandarts, verdoving, verzekering
Mijn schoonzusje had me er al voor gewaarschuwd: “Als je straks kinderen hebt, dan komen er nog veel momenten waarop je stoer moet zijn.” Mijn schoonzusje is van het reëlere soort. Als die zoiets zegt kun je er donder op zeggen dat het waar is en dat die momenten gaan komen. Het eerste moment heb ik inmiddels gehad. Bij de tandarts.
Vijf jaar was ik niet bij de tandarts geweest. Omdat ik bijzonder bang ben voor de tandarts. De man in kwestie heeft zijn praktijk in Groningen en dat was in de afgelopen jaren dan ook het beste excuus om niet te gaan. Te ver weg. In de drie jaar daarvoor had ik talloze andere excuzen. Maar Nathan heeft bij mij een stoerheid doen ontwaken en zo kwam het dat ik afgelopen week in de stoel van de tandarts zat. Met lood in mijn slippers. Want er komt een dag dat Nathan in die stoel zal zitten en de tandarts vraagt of ik ook even wil. En ja, wat doe je dan? Dat scenario zit er nu dus niet meer in.
Iemand vroeg mij laatst waar die angst vandaan komt. Toen ik antwoordde dat het vooral zit in de intimiteit van iemand in je mond laten kijken, werd ik heel hard uitgelachen. “Je bent laatst bevallen waar 20 mensen omheen stonden en jij maakt je druk om één kerel die in je mond kijkt?” Dat klonk als een heel terechte opmerking, dus veel was er niet om me tegen te houden. Mijn tandarts had een andere visie op mijn angst. “Je bent gewoon bang voor de pijn en dat is nergens voor nodig.” En tegen zoveel realiteitszin kan ik ook niet op.
Het is niets persoonlijks, mijn tandarts valt in de categorie geen-betere-denkbaar. Het geval wil dat ik een slecht gebit heb. Ik kan mij geen controlebeurt herinneren waar ik met vlag en wimpel doorheen kwam. Mijn eerste tandarts vond altijd aanleiding om minimaal twee gaatjes te vullen, een paar in m’n gebit en wat in m’n agenda. Twee keer per jaar en zonder verdoving. Nu weet ik dat ze dat vroeger allemaal zonder verdoving deden en dat ik dus misschien wat van het kleinzerige soort ben. Mijn overgrootvader liet zijn tanden altijd zonder verdoving trekken. Niet omdat er geen middelen beschikbaar waren, maar omdat hij er gewoonweg geen tijd voor had. Of dacht te hebben. Hoe dan ook, ik had graag de moed van deze man willen erven, maar dat heeft niet zo mogen zijn.
O, er was zelfs nog een derde reden om niet te gaan. Ik was nogal bang dat ik geconfronteerd zou worden met allerlei triviale dingen, scheldkanonnades. Waarom ben je zo lang niet geweest? Ontzettend stom van je. De verzekering wil je nu niet meer hebben. Waar moet ik beginnen? Ik denk dat we hier een paar implantaten moeten zetten. Dat krijg je met mensen die wegblijven van hun controlebeurt. Voor straf geef ik je geen verdoving meer. Had je maar eerder moeten komen. Maakt de sessie een stuk aangenamer voor je portemonnee. Met dit gebit kun je niet oud worden. Op je dertigste al een kunstgebit, dat zie je niet zo vaak meer tegenwoordig. Zullen we een dag plannen voor een algehele extractie van de bovenste kaak? Robin, mag ik van jou de excavator? En de driehoekshevel want met de tang gaat dit niet meer lukken. Dat soort ellende.
Niet mijn tandarts. Mijn tandarts is een erg erudiet persoon die door zijn assistentes met u, meneer en achternaam wordt aangesproken. En terecht, want deze man is omgeven met een wolk van klasse, deskundigheid, intelligentie, vakmanschap. Hij huist in een prachtig herenhuis aan een van de singels in Groningen. De wachtkamer is voorzien van loungebanken, tijdschriften als Quote, Living, Carros, Vogue Homme Erotique (hij heeft een voorkeur voor homoseksuele assistenten), Golfers magazine en National Geographic. Een verademing. Niks geen Privé, Telegraaf of Panorama. Bij binnenkomst staat er een kop koffie voor je klaar en voor wie dat wil een chocolaatje. En dan kun je op de bank wat gaan chillen en naar de Franse tuin kijken. Eigenlijk een verademing, ware het niet dat er een tandarts huist.
Om een kort verhaal lang te maken: de tandarts was de vriendelijkheid zelve, er werd een röntgenfoto van mijn gebit gemaakt, er werd een diagnose gesteld, er werden vier verdovingen gezet, er werd een kies uitgeboord en schoongemaakt, er werd een scan gemaakt, er werd een berekening gemaakt en er werd een model voor een inlay gemaakt en ik stond weer op straat. Na een uur mocht ik weer terugkomen, werd er wat secondenlijm in de kies gesmeerd, werd er een porseleinen inlay in de kies geplaatst, werd er een föhn op gezet, werd er weer een scan gemaakt, werd het sein ‘tand meester’ gegeven en stond ik opnieuw op straat.
Doe je mond dicht, zegt KP af en toe. Want die is het wel een beetje zat dat ik overal mijn ‘China’ wil laten zien. En misschien is het ook wel wat ongepast om de cassières van de Albert Heijn op de hoogte te brengen van mijn adhesief tandheelkundige avonturen. Maar begin augustus ga ik nog een keer. Samen, meneer Geertsema en ik, gaan we mijn hele gebit renoveren. We gaan er een juweeltje van maken. Al het asbest en amalgaan wordt verwijderd en er komen prachtige witte inlays voor terug. En dan doen we er elk jaar twee, want meer vergoedt de verzekering niet. Zodat ik nog lekker zonder Kukident oud kan worden.
Voor Nathan heb ik vast een tandenborstel en fluortabletten gekocht. Want zodra die eerste tand doorkomt gaan we driemaal daags poetsen. Zodat ‘ie nooit bang voor de tandarts hoeft te worden.