Kaatjes praatjes


De oppas deel 2
3 november 2009, 2:44 am
Ingedeeld onder: oppas | Tags: , , ,

Zonet heb ik de oppas, haar zusje én haar moeder uitgezwaaid. KP was met de trein vastgelopen - op een mens welteverstaan :-S – dus moest ik halsoverkop mijn vergadering verlaten, omdat de nieuwe oppas doordeweeks om half elf thuis moet zijn. De maandag is mijn vergaderdag van provinciale staten en daarom heilig in dit huis. Maar soms gaat iets buiten KP’s agenda om – zelfmoorden – en dan moet ik me voegen.  

De nieuwe oppas is er weer eentje van getananny.nl. We vonden haar al een half jaar eerder, maar door ziekte kon ze toen niet reageren. Toch reageerde ze vorige maand nog op mijn mailtje en dat was reden genoeg om weer zo’n kennismakingsgesprek te voeren. Net als met de andere oppas, maar nu met iets meer routine. Hoewel ze al geslaagd was toen ik de deur open deed. Ze is zestien, zit in de vierde van het vmbo en is al hartstikke ervaren met kinderen. Ze overhandigde zelfs referenties die ik nog steeds niet gebeld heb. Want die brief was niet nodig om me te overtuigen, ze zag er in een oogopslag betrouwbaar uit.

Het is best bizar, dat oppassen. Zo ongeveer de helft van mijn leven geleden, paste ik zelf op. En nu heb ik er een nodig. Ik moet af en toe uitspraken onderdrukken als “ga nou maar”, “ik mag best tot heel laat opblijven” en “ik kan morgen toch uitslapen”. Maar gelukkig besef ik altijd op tijd dat ik hier in charge ben. En dat ik dingen moet zeggen als “we zullen het niet te laat maken” en “trek maar gewoon open waar je zin in hebt”. En dat ik dan vervolgens de deur uit hoor te gaan en onze telefoonnummers moet achterlaten voor noodgevallen.

Als ouders doen we het wel aardig – het werkelijke verhaal horen we pas over vijftien jaar – maar voor de doorsnee oppas zijn we waarschijnlijk ondoorgrondelijk. We betalen weliswaar ruim boven het wettelijk minimumloon en ik sla een zeer divers assortiment chips en fris in, maar voor de rest raak ik nogal ongestructureerd als er een babysitter in mijn huis is. Vanavond vergat ik haar telefoonnummer mee te nemen. Onze vaste lijn is dood, dus daar heb je niks aan. Ik vergat mijn eigen nummer achter te laten en als klap op de vuurpijl kwam ik  – met dank aan de Grote-Verkeersleider-Die-De-Verkeerslichten-In-De-Stad-U-Heeft-Voorgeprogrammeerd – vanavond ook weer iets te laat thuis. De moeder van de oppas was inmiddels gearriveerd en zat met haar dochters op de bank. Niet ernstig, ze kwam hen ophalen, maar toch weer lullig.

Het past een beetje in het patroon. Op de eerste avond kwamen we ook al te laat thuis, op de tweede avond moest ik het geld uit de spaarpot voor Nathan plukken, op de derde avond had ik niet genoeg geld in huis en de vierde avond was ouderonterend. KP vloog met Nathan, vers van Bambi dus onhandelbaar, naar huis, liet de oppas binnen, gaf instructies (dat onderdeel vergeet ik vaak) en vloog weer weg. 

Maar onze nieuwe oppas heeft na vier avonden al een eindejaarsbonus in het vizier. Omdat ze Nathan gewoon aan een pizza zet als wij weer naar vergaderingen vliegen en ze haar hand er niet voor omdraait om z’n tanden te poetsen, z’n luier te verschonen, hem in z’n bed te leggen, hem te troosten en onze grillen te verdragen. En die tegelijkertijd ook een beetje op mij past: “Weet je al hoe laat ik volgende week zal komen?” O ja, goed dat je het zegt want ik was het alweer vergeten…



De oppas
21 juni 2009, 1:08 pm
Ingedeeld onder: oppas | Tags: , , , , , , , , , , ,

Ik las in de Elsevier een interviewtje met een gast die de website getananny.nl had gelanceerd. Daar kunnen mensen zich aanmelden als ze zich aanbieden als oppas. Lees: voornamelijk pubers die met kinderen omgaan als hobby hebben en colazuipend en chipsvretend rijk willen worden. Vrij onschuldig. Je kunt op postcode zoeken en dan vliegen de oppasmeisjes je om de oren. Geen gek plan, bedacht ik. Want sinds we in de Vinex zijn beland hebben we nog geen oppas gevonden. Geen buurmeisjes of familieleden die vlakbij wonen, dus moesten we het op een andere manier proberen. Via internet, brrrrrr.

Vorige week zondag kwam ze kennismaken. Een erg beschaafde studente die het gewoon handig vindt om tijdens het oppassen haar tentamens voor te bereiden. Vanwege sport en studie heeft ze geen baantje, maar oppassen is een leuke bijverdienste. Vijf euro per uur. Ze heeft veel ervaring in de buurt en ze kan zo nog een blik babysitters opentrekken als zij een avondje niet kan. KP vroeg haar de oren van haar hoofd. Waar ze op de basisschool had gezeten en de middelbare school, over haar familie, wat haar vader voor de kost doet, wat haar vriendje doet, of het zijn eigen auto is of die van z´n ouders, onbeschaamd beschamend. Maar ze slaagde met vlag en wimpel en we trokken onze agenda´s.

Gisteren was het zover. Na zondag was de oppas in mijn gedachten getransformeerd in een bij de Chinese maffia aangesloten gek die babyorganen verpatst in ruil voor grof geld. Ik was er niet gerust op dat we N. aan het eind van de avond nog compleet in zijn bedje zouden aantreffen. Of dat we hem überhaupt nog zouden aantreffen. Ik had zelfs Maartje bereid gevonden om even langs te gaan of elk half uur te bellen en zich telkens voor te doen als iemand anders. Maartje wou zelfs wel als stand-in fungeren, maar op een dag moet het er toch van komen.

Ik had veiligheidstrucs uitgevonden waar Q jaloers op zou zijn. Allemaal apparaten die in de afgelopen week niet haalbaar waren om te fabriceren. Ik zou zendertjes in N.’s rompertje naaien, hem vloeistof laten drinken waarmee ik hem via mijn mobiel zou kunnen traceren, ik zou de oppas stiekem een enkelband om doen waarmee ze het appartement niet kon verlaten, ik zou Google verzoeken om in de komende 4 uren om de minuut straatbeelden te maken, ik zou de buren vragen om onze voordeur in de gaten te houden én ons balkon, helicopters te volgen… Of simpelweg camera’s op te hangen, afluisterapparaat te plaatsen, N. mee te nemen om te onderzoeken wat ze aan het eind van de avond zou zeggen. Mijn herinnering aan haar was geëvolueerd in een angstaanjagend heksachtig type met vampiertanden dat bij onze eerste ontmoeting vast zou vragen of we het bloed in de koelkast of de vriezer bewaren.

Ik had haar gegoogeld en gehyved. Alles nagetrokken en er was niets dat tegen haar pleitte. Geen reden om af te bellen. Dus reisde ik ter voorbereiding op haar komst af naar de Albert Heijn om daar een genante hoeveelheid junkfood in te slaan. Ik vroeg me af wat de mensen achter mij in de rij zouden denken. “O, ik dacht dat je zwanger was” of zoiets. M&M’s, twee liter cola, twee soorten chips, Japanse nootjes (omdat ze er hypergezond uitzag), chocolademelk (dat was een tip van een stel van onze kerk), Milka met caramel (omdat ik dat lekker vind), koekjes, more more more. En pizza’s omdat ze thuis altijd laat eten, en ze af en toe hier moet eten. Dus een vriezervak vol pizza’s. En een komkommer voor het geval ze echt een gezondheidsfreak blijkt te zijn.

Om zeven uur ging de bel. Ook afschuwelijk correct. En ze zag er werkelijk vriendelijk uit. Niks niet spannend. Dus vloog ik zenuwachtig van de ene kant naar de andere kant van het huis om alles uit te leggen en nam ik nauwkeurig alle secundaire arbeidsvoorwaarden door die ik in de keuken had uitgestald. Ze vroeg waar de thee stond en KP sleepte me het huis uit.

Om 11 uur waren we weer terug. Ze zat werkelijk te studeren en N. lag nog intact in bed. De boodschappen lagen onaangeraakt in de keuken en ze had alleen een zakje thee gebruikt. Ik heb heerlijk geslapen en donderdag komt ze weer. Ik zoek er nu wel weer een nieuwe bij, want ik had geen idee dat ik over zoveel fantasie beschik. Heerlijk, weer een weekje griezelen.



Een soort van dip

Vandaag zit ik in een soort van dip. Want vandaag heb ik ervaren wat het met je doet als je een kind hebt en een leuke baan wilt. Ik solliciteerde naar een heel erg leuke functie als docent bij een hogeschool. Ik werd zelfs gevraagd om te solliciteren. Ik mocht op gesprek komen. En ze vonden me echt heel erg leuk. En geschikt. En ideaal. En dat ben ik natuurlijk ook allemaal. Maar wat ik ook ben: niet volledig beschikbaar. Dus viel ik af. Ik viel zo diep dat ik nu in een soort van dip zit.

Ik wil heel graag zo’n hardwerkende moeder zijn die tussen het opvoeden door nog even carriere maakt, een leuke baan heeft, daar ontzettend veel energie uithaalt (genoeg tenminste om weer goedgemutst thuis te komen), een leuke man heeft waar ze regelmatig mee uit eten gaat, er altijd leuk en verzorgd uitziet en nog sport of anderszins hobbiet. Zo eentje die volledig voldoet aan wat de overheid graag ziet: meer vrouwen aan het werk.
Maar weet je? Volgens mij bestaat ze niet. Ergens moet er in dat plaatje toch iets misgaan. Je zit namelijk toch maar mooi vast in 7 x 24 uur in een week waarvan je ook nog een flink aantal uren slaap nodig hebt. Dus uiteindelijk moet je ergens inleveren: op je partner, op je kind, op je werk, op je slaap, op dat leuke mens dat je ooit eens was maar die je door stress en druk van alle kanten op een dag bent verloren, op je ontspanningsmomenten, etc. Ergens.
En ach, misschien bestaat ze ook wel, maar ben ik haar bij lange na niet. Ik wil graag werken maar dat heeft z’n grenzen. Nu liggen die grenzen ongeveer bij 24 uur omdat KP de komende twee jaar een fulltime baan heeft. Dat hebben we samen zo besloten, dus tot 2011 ben ik beperkt tot drie dagen. Want ik ben er van overtuigd (en onderzoeken tonen dat ook aan) dat het voor de hechting van een kind belangrijk is om de grens van opvang buiten de deur bij drie dagen te zetten. Meer oppasdagen gaat ten kost van de hechting aan de ouders. En dat is tamelijk rationeel gedacht, want talloze moeders denken aan heel andere dingen: wat als hij op de creche voor het eerst… en vul maar in. Tsja, dan was je er niet bij.
Begrijp me goed: ik heb niets tegen vrouwen die er voor kiezen om vier of vijf dagen te werken. Helemaal niets. Maar ik voel de hete adem in m’n nek van vrouwen die vinden dat ik meer zou moeten werken. Dat vind ik oneerlijk. Bovendien vind ik ook dat mannen ook uren moeten kunnen inleveren. En dat wordt volgens mij veel te weinig gedaan. Sterker nog, er heerst een flink taboe op. Ik ken mannen die niet minder willen werken omdat ze daar op hun werk op aan zouden worden gekeken. Dus dat die overheid maar blijft stimuleren om meer vrouwen aan het werk te krijgen, gaat nooit werken als dat taboe op minderwerkende mannen er niet eens afgaat.
Hoe nu verder? Ik voel me dus een beetje een loser. Als er zoveel vrouwen zijn die wel meer willen en kunnen werken, waarom ik dan niet? En ik heb ook erg veel sympathie voor de gedachte dat er meer mensen aan het werk moeten om de vergrijzing betaalbaar te houden. Dus daarin voel ik ook wel een oproep om je bijdrage aan te leveren. En ik merk dat ik, als ik echt een leuke baan wil, meer uren moet gaan werken en Nathan meer dagen naar de opvang moet brengen. Sommige vrouwen zeggen dan tegen me: kies voor jezelf en ga meer werken. Maar als ik voor mezelf kies wil ik juist niet meer werken.
Weet je? In drie dagen kan ik ook echt heel veel werk doen. Ik heb regelmatig op plekken gewerkt waar mensen met fulltime contracten bepaald niet effectief met hun tijd omgingen. Die waren dan wel fulltime aanwezig, maar parttime aan het werk. En die andere dagen werk ik dan heel hard thuis, bij Nathan, acceptgiro’s wegwerken, koffiedrinken met eenzame mensen, afschuwelijke taken als de booschappen doen, strijken en de badkamer schoonmaken. Wel fulltime aan de bak maar niet alle 40 voor dezelfde werkgever. Meer dan 24 uur buiten de deur? Ik zou het echt graag willen, maar ik kan het niet. Dus sorry overheid en hard-buiten-de-deur-werkende moeders die mij misschien een beetje raar vinden en leuke hogeschool die mij nu niet in dienst neemt. Ik kan het gewoon echt niet.