Ingedeeld onder: angst, moederschap, tandarts | Tags: angst, controle, gaatjes, gebit, implantaat, inlay, kinderen, kukident, kunstgebit, porselein, secondenlijm, stoer, tandarts, verdoving, verzekering
Mijn schoonzusje had me er al voor gewaarschuwd: “Als je straks kinderen hebt, dan komen er nog veel momenten waarop je stoer moet zijn.” Mijn schoonzusje is van het reëlere soort. Als die zoiets zegt kun je er donder op zeggen dat het waar is en dat die momenten gaan komen. Het eerste moment heb ik inmiddels gehad. Bij de tandarts.
Vijf jaar was ik niet bij de tandarts geweest. Omdat ik bijzonder bang ben voor de tandarts. De man in kwestie heeft zijn praktijk in Groningen en dat was in de afgelopen jaren dan ook het beste excuus om niet te gaan. Te ver weg. In de drie jaar daarvoor had ik talloze andere excuzen. Maar Nathan heeft bij mij een stoerheid doen ontwaken en zo kwam het dat ik afgelopen week in de stoel van de tandarts zat. Met lood in mijn slippers. Want er komt een dag dat Nathan in die stoel zal zitten en de tandarts vraagt of ik ook even wil. En ja, wat doe je dan? Dat scenario zit er nu dus niet meer in.
Iemand vroeg mij laatst waar die angst vandaan komt. Toen ik antwoordde dat het vooral zit in de intimiteit van iemand in je mond laten kijken, werd ik heel hard uitgelachen. “Je bent laatst bevallen waar 20 mensen omheen stonden en jij maakt je druk om één kerel die in je mond kijkt?” Dat klonk als een heel terechte opmerking, dus veel was er niet om me tegen te houden. Mijn tandarts had een andere visie op mijn angst. “Je bent gewoon bang voor de pijn en dat is nergens voor nodig.” En tegen zoveel realiteitszin kan ik ook niet op.
Het is niets persoonlijks, mijn tandarts valt in de categorie geen-betere-denkbaar. Het geval wil dat ik een slecht gebit heb. Ik kan mij geen controlebeurt herinneren waar ik met vlag en wimpel doorheen kwam. Mijn eerste tandarts vond altijd aanleiding om minimaal twee gaatjes te vullen, een paar in m’n gebit en wat in m’n agenda. Twee keer per jaar en zonder verdoving. Nu weet ik dat ze dat vroeger allemaal zonder verdoving deden en dat ik dus misschien wat van het kleinzerige soort ben. Mijn overgrootvader liet zijn tanden altijd zonder verdoving trekken. Niet omdat er geen middelen beschikbaar waren, maar omdat hij er gewoonweg geen tijd voor had. Of dacht te hebben. Hoe dan ook, ik had graag de moed van deze man willen erven, maar dat heeft niet zo mogen zijn.
O, er was zelfs nog een derde reden om niet te gaan. Ik was nogal bang dat ik geconfronteerd zou worden met allerlei triviale dingen, scheldkanonnades. Waarom ben je zo lang niet geweest? Ontzettend stom van je. De verzekering wil je nu niet meer hebben. Waar moet ik beginnen? Ik denk dat we hier een paar implantaten moeten zetten. Dat krijg je met mensen die wegblijven van hun controlebeurt. Voor straf geef ik je geen verdoving meer. Had je maar eerder moeten komen. Maakt de sessie een stuk aangenamer voor je portemonnee. Met dit gebit kun je niet oud worden. Op je dertigste al een kunstgebit, dat zie je niet zo vaak meer tegenwoordig. Zullen we een dag plannen voor een algehele extractie van de bovenste kaak? Robin, mag ik van jou de excavator? En de driehoekshevel want met de tang gaat dit niet meer lukken. Dat soort ellende.
Niet mijn tandarts. Mijn tandarts is een erg erudiet persoon die door zijn assistentes met u, meneer en achternaam wordt aangesproken. En terecht, want deze man is omgeven met een wolk van klasse, deskundigheid, intelligentie, vakmanschap. Hij huist in een prachtig herenhuis aan een van de singels in Groningen. De wachtkamer is voorzien van loungebanken, tijdschriften als Quote, Living, Carros, Vogue Homme Erotique (hij heeft een voorkeur voor homoseksuele assistenten), Golfers magazine en National Geographic. Een verademing. Niks geen Privé, Telegraaf of Panorama. Bij binnenkomst staat er een kop koffie voor je klaar en voor wie dat wil een chocolaatje. En dan kun je op de bank wat gaan chillen en naar de Franse tuin kijken. Eigenlijk een verademing, ware het niet dat er een tandarts huist.
Om een kort verhaal lang te maken: de tandarts was de vriendelijkheid zelve, er werd een röntgenfoto van mijn gebit gemaakt, er werd een diagnose gesteld, er werden vier verdovingen gezet, er werd een kies uitgeboord en schoongemaakt, er werd een scan gemaakt, er werd een berekening gemaakt en er werd een model voor een inlay gemaakt en ik stond weer op straat. Na een uur mocht ik weer terugkomen, werd er wat secondenlijm in de kies gesmeerd, werd er een porseleinen inlay in de kies geplaatst, werd er een föhn op gezet, werd er weer een scan gemaakt, werd het sein ‘tand meester’ gegeven en stond ik opnieuw op straat.
Doe je mond dicht, zegt KP af en toe. Want die is het wel een beetje zat dat ik overal mijn ‘China’ wil laten zien. En misschien is het ook wel wat ongepast om de cassières van de Albert Heijn op de hoogte te brengen van mijn adhesief tandheelkundige avonturen. Maar begin augustus ga ik nog een keer. Samen, meneer Geertsema en ik, gaan we mijn hele gebit renoveren. We gaan er een juweeltje van maken. Al het asbest en amalgaan wordt verwijderd en er komen prachtige witte inlays voor terug. En dan doen we er elk jaar twee, want meer vergoedt de verzekering niet. Zodat ik nog lekker zonder Kukident oud kan worden.
Voor Nathan heb ik vast een tandenborstel en fluortabletten gekocht. Want zodra die eerste tand doorkomt gaan we driemaal daags poetsen. Zodat ‘ie nooit bang voor de tandarts hoeft te worden.
Ingedeeld onder: Oost-Europa, baby, goede doelen | Tags: baby, babydoos, bevalling, colporteur, goede doelen, handel, hoogzwanger, huilbui, kunstgebit, Oost-Europa, tranen
Zonet stond het kleine vrouwtje weer aan de deur. Ze reikt nog niet tot mijn schouders en zit helemaal dik ingepakt. Ze kwam voor het eerst tijdens mijn hoogzwangere periode. Met een tas vol gebreide babykleertjes. Ze probeerde sokjes te slijten. Van die dingen die je een kind nooit aantrekt omdat je eigen voeten er al van jeuken als je er naar kijkt. Sokken mogen dan praktisch nut hebben (wat is het nut van warme voeten…?), maar op de schaal van esthetiek scoren ze jammerlijk laag.
Terug naar het kleine vrouwtje: bij mij ben je met dat soort acties op het juiste adres. Temeer daar het kleine vrouwtje geen woord Nederlands spreekt, al minstens vijfenenzeventig is, volkomen verrimpeld is, zo mager is dat ze alleen tot windkracht 3 veilig langs de deuren kan en een Oost-Europees uiterlijk heeft. Aangezien ik voor mijn werk de meest nare verhalen lees over minderheden in Oost-Europese landen als Armenië en Bulgarije, heb ik de hele levengeschiedenis van dit vrouwtje al gefantaseerd. Er hoeft niets van waar te zijn, maar daar zal ik nooit achterkomen.
Ik ben heimelijk jaloers op de bovenbuurvrouw. Die schalt in zulke gevallen van bovenaan de trap dat ze er niet over piekert. Tenminste, dat deed ze wel toen er een kind met een Jantje Beton-bus voor de deur stond. Dan heb je ballen. Ze zou trouwens nog meer ballen hebben als ze de moeite nam om naar beneden te komen om de persoon in kwestie recht in de ogen te kijken en dan nog eens met dezelfde reactie te komen.
Maar ik heb geen ballen. Bij mij kun je echt alles slijten of krijgen. Laatst belden er drie kindertjes met een zelfgeknipt en -geplakt papieren mandje aan. Of ik iets wilde geven voor het milieu. Na mijn vorige post lijkt dat onbestaanbaar in Ondiep en later bleek dat ook, want toen hingen ze al weer met Magnums bij de snackbar rond. Milieu is een ruim begrip.
KP kwam trouwens eens terug in de kamer met drie reclamepennen van Echinaforce of zo. Die waren duidelijk bij een Eco-supermarkt van een kassa afgejat. De benedenbuurvrouw-links was er ook ingetuind. Daar hebben de benedenbuurman-links en ik smakelijk om gelachen. Sinds die actie loop ik bij colporteurs naar de deur. Hoewel ik die man met die pennen ook niet had kunnen weerstaan. Daar kom ik hier ronduit voor uit.
Maar tijdens mijn hoogzwangere en zeer labiele periode klopte het kleine vrouwtje voor het eerst en op het juiste moment aan. Het was buiten berekoud, haar handen vroren er zowat af en haar kunstgebit klapperde de Kukident van haar kaken. (Er gaat nu wel een belletje rinkelen want ze heeft vrijwel zeker een kunstgebit. Dat heeft ze vast niet van de babysokjes betaald.) De roze babysokjes waren zes euro, de geel-met-paarse vier euro. Al mijn onderhandelingskunsten ten spijt kwam ik met geel-paarse sokjes en vijf euro lichter de kamer weer in. Een euro meer dan ze kostten. Bijzonder hè? Ik ben een van de weinige mensen die een euro bij kan dingen.
Erger was dat de tranen over m’n wangen rolden omdat ik haar zo zielig vond. KP moest er wat om lachen (die rook de wraak na zijn Echinaforce-debacle) en rationaliseerde de hele huilbui weer weg. Het kleine vrouwtje zag haar financiële zekerheid dichterbij komen want na de bevalling stond ze al gauw weer op de stoep. En voor ik het wist lag de hele collectie boys maat 56 in de gang. Omdat we zo stom waren om zo’n ‘Hoera het is een jongen’-slinger achter het raam te hangen. Gelukkig had ik geen geld in huis en heb ik haar weg moeten sturen. ‘Maandag tien uur?’ vroeg ze nog. Ik knikte, hielp haar haar handel weer in te pakken en werkte haar de deur uit.
Die maandagochtend heb ik de lamellen dichtgehad. Er werd niet gebeld omdat de deurbel het niet doet, maar er werd ook niet aangeklopt. Ik hoopte dus dat ze het vergeten was. Maar een week later stond ze er wel weer. Nathan lag al een hele ochtend te brullen dus mijn humeur was niet geweldig. Dus werkte ik haar op m’n vriendelijkst weg. Ze draaide zich half om en keek me aan als een geslagen hond. Ik zie het nu nog voor me en ik voel me er akelig vervelend bij.
Vanmorgen was ze er weer. Ik weet niet hoe ik van haar af kan komen. Nu had ik Nathan op m’n arm en dat was helemaal stom. Want ze begon helemaal te stralen bij de aanblik van ons leuke babyjongetje en kletste lekker tegen ‘m aan. Maar ik had de deur al weer bijna dicht en heb haar weer duidelijk gemaakt dat ik nergens behoefte aan heb. Ik moet zeggen dat het al gemakkelijker gaat dan de eerste keer, maar het blijft naar voelen. Zo steek ik helemaal niet in elkaar.
Vandaag gaat de dame van Felicitas weer bellen voor een afspraak, want ze wil de babydoos langsbrengen. Ik zal KP vragen of ‘ie er uit voorzorg bij wil komen zitten, want al ik dat alleen moet doen zijn we in een half uur tijd lid van elk vakantiepark in Nederland, krijgen we elke maand een poppenkastpop uit de Sesamstraatcollectie en mogen we een weekend met Nathan naar Eurodisney omdat ik een levenslang abonnement op de Disneyclub heb toegezegd.
Wat die geel-met-paarse sokken betreft: Nathan heeft ze nog niet aan gehad. Ik denk dat ik ze maar aan Oost-Europa schenk.