Ingedeeld onder: oppas | Tags: babyorganen, babysitter, buurmeisje, Chinese maffia, chips, cola, griezelen, komkommer, oppas, pizza, pubers, Q
Ik las in de Elsevier een interviewtje met een gast die de website getananny.nl had gelanceerd. Daar kunnen mensen zich aanmelden als ze zich aanbieden als oppas. Lees: voornamelijk pubers die met kinderen omgaan als hobby hebben en colazuipend en chipsvretend rijk willen worden. Vrij onschuldig. Je kunt op postcode zoeken en dan vliegen de oppasmeisjes je om de oren. Geen gek plan, bedacht ik. Want sinds we in de Vinex zijn beland hebben we nog geen oppas gevonden. Geen buurmeisjes of familieleden die vlakbij wonen, dus moesten we het op een andere manier proberen. Via internet, brrrrrr.
Vorige week zondag kwam ze kennismaken. Een erg beschaafde studente die het gewoon handig vindt om tijdens het oppassen haar tentamens voor te bereiden. Vanwege sport en studie heeft ze geen baantje, maar oppassen is een leuke bijverdienste. Vijf euro per uur. Ze heeft veel ervaring in de buurt en ze kan zo nog een blik babysitters opentrekken als zij een avondje niet kan. KP vroeg haar de oren van haar hoofd. Waar ze op de basisschool had gezeten en de middelbare school, over haar familie, wat haar vader voor de kost doet, wat haar vriendje doet, of het zijn eigen auto is of die van z´n ouders, onbeschaamd beschamend. Maar ze slaagde met vlag en wimpel en we trokken onze agenda´s.
Gisteren was het zover. Na zondag was de oppas in mijn gedachten getransformeerd in een bij de Chinese maffia aangesloten gek die babyorganen verpatst in ruil voor grof geld. Ik was er niet gerust op dat we N. aan het eind van de avond nog compleet in zijn bedje zouden aantreffen. Of dat we hem überhaupt nog zouden aantreffen. Ik had zelfs Maartje bereid gevonden om even langs te gaan of elk half uur te bellen en zich telkens voor te doen als iemand anders. Maartje wou zelfs wel als stand-in fungeren, maar op een dag moet het er toch van komen.
Ik had veiligheidstrucs uitgevonden waar Q jaloers op zou zijn. Allemaal apparaten die in de afgelopen week niet haalbaar waren om te fabriceren. Ik zou zendertjes in N.’s rompertje naaien, hem vloeistof laten drinken waarmee ik hem via mijn mobiel zou kunnen traceren, ik zou de oppas stiekem een enkelband om doen waarmee ze het appartement niet kon verlaten, ik zou Google verzoeken om in de komende 4 uren om de minuut straatbeelden te maken, ik zou de buren vragen om onze voordeur in de gaten te houden én ons balkon, helicopters te volgen… Of simpelweg camera’s op te hangen, afluisterapparaat te plaatsen, N. mee te nemen om te onderzoeken wat ze aan het eind van de avond zou zeggen. Mijn herinnering aan haar was geëvolueerd in een angstaanjagend heksachtig type met vampiertanden dat bij onze eerste ontmoeting vast zou vragen of we het bloed in de koelkast of de vriezer bewaren.
Ik had haar gegoogeld en gehyved. Alles nagetrokken en er was niets dat tegen haar pleitte. Geen reden om af te bellen. Dus reisde ik ter voorbereiding op haar komst af naar de Albert Heijn om daar een genante hoeveelheid junkfood in te slaan. Ik vroeg me af wat de mensen achter mij in de rij zouden denken. “O, ik dacht dat je zwanger was” of zoiets. M&M’s, twee liter cola, twee soorten chips, Japanse nootjes (omdat ze er hypergezond uitzag), chocolademelk (dat was een tip van een stel van onze kerk), Milka met caramel (omdat ik dat lekker vind), koekjes, more more more. En pizza’s omdat ze thuis altijd laat eten, en ze af en toe hier moet eten. Dus een vriezervak vol pizza’s. En een komkommer voor het geval ze echt een gezondheidsfreak blijkt te zijn.
Om zeven uur ging de bel. Ook afschuwelijk correct. En ze zag er werkelijk vriendelijk uit. Niks niet spannend. Dus vloog ik zenuwachtig van de ene kant naar de andere kant van het huis om alles uit te leggen en nam ik nauwkeurig alle secundaire arbeidsvoorwaarden door die ik in de keuken had uitgestald. Ze vroeg waar de thee stond en KP sleepte me het huis uit.
Om 11 uur waren we weer terug. Ze zat werkelijk te studeren en N. lag nog intact in bed. De boodschappen lagen onaangeraakt in de keuken en ze had alleen een zakje thee gebruikt. Ik heb heerlijk geslapen en donderdag komt ze weer. Ik zoek er nu wel weer een nieuwe bij, want ik had geen idee dat ik over zoveel fantasie beschik. Heerlijk, weer een weekje griezelen.
Ingedeeld onder: moederschap | Tags: angst, bevalling, boekwinkel, doperwtjes, dwanggedachten, eendjes, kat, komkommer, moeder, onderzoek, postnatale depressie, spinnen, tandarts, vliegangst, watjes, wortel, zelfhulpboeken, zwangerschap
Ik heb eens in Psychologie Magazine gelezen (mensen die zelfhulpmateriaal lezen hebben die het minst nodig blijkt uit onderzoek) dat iets van 95% van de mensheid lijdt aan dwanggedachten. En daar hoor ik ook bij. Je kent het vast wel: je hebt een hark in je handen en je hoort de kat van de buren voor de tigste keer krijsen. Plotseling flitst het door je heen: hark, kat, toeslaan. Niet dat je dat ooit zult doen, maar even ben je bang dát je het zult doen. En je legt je hark toch maar even neer.
Dwanggedachten worden ingegeven door een bepaalde angst. De meeste dwanggedachten zijn van moorddadige aard. Bijvoorbeeld als je op het perron ineens denkt ‘wat als ik die oude dame met dat hondje ineens een zetje zou geven en ze op de rails terechtkomt terwijl de trein het station binnenloopt?’ (De tranen schieten tijdens het typen al in m’n ogen.) Ik heb er vooral op stations last van. Of in de metro: wat als ik mijn hoofd even door het raampje steek? Volgens Dirk Hermans, een onderzoeker van de Katholieke Uni in Leuven, zijn die gedachten heel normaal en zeggen ze niets over je persoon of potentieel gedrag. Pas als je je tegen dwanggedachten verzet, kunnen ze lastig worden. Dan wordt het namelijk een obsessie en dat is niet normaal meer.
Fantastisch, zulke onderzoekers. Enorm geruststellend. Dat wil zeggen: geruststellend dat het dus niets ernstigs is. Minder geruststellend is dat er misschien wel andere mensen ook met zo’n dwanggedachte op het station staan, en die zijn misschien minder gedisciplineerd dan ik.
Enniewee, hoe kom ik hier op? Omdat ik van die nare gedachtes heb over Nathan. Als ik Nathan in de creche van de kerk achterlaat ben ik tijdens de kerkdienst alleen maar bezig met de gedachte dat ik ‘m zal vergeten en dat ik thuis bij het koffiedrinken ineens bedenk dat ‘ie nog in de kerk is. (Ik hoop trouwens dat KP het dan al eerder ontdekt heeft, maar die is ook onderdeel van de gedachte.) Of dat ik na m’n werk direct doorrij naar huis in plaats van naar Zus. Dat ik ‘m doperwtjes zal voeren. Een komkommer. Wortels. En dat ik blijf aandringen. Dat ik bovenaan een trap sta en zeker weet dat ik hem zal laten vallen. Dat ik even boodschapjes ga doen terwijl ‘ie in z’n bed ligt en ik per ongeluk een paar uren in een boekwinkel blijf hangen. En dan heeft nu.nl nog voldoende goed materiaal beschikbaar om mijn gedachten te voeden. Ik parkeer mijn auto in de hitte en vergeet ‘m uit de auto te halen. Of juist doelbewust laat ztten, omdat ik maar een uurtje weghoef. Dat ik ‘m bij het voeren van de eendjes in het water laat vallen.
Tijdens de zwangerschap had ik er al last van. De angst dat ik dat enge kaasje echt zou gaan verslinden. Terwijl ik niet eens kaas lust. En ik droomde op een nacht dat ik bevallen was en KP direct na de bevalling een week voor z’n werk wegmoest. En dat KP na een week thuiskwam en aan me vroeg hoe het met hem ging. En ik in eerste instantie geen idee had over wie hij het had, maar toen herinnerde ik me plotseling de bevalling en oeps, het kindje weer. Nooit meer aan gedacht.
Lopen er hier meer mensen met dwanggedachtes rond? Deel ze met me en ik weet precies waar en wanneer ik je moet mijden.
Gelukkig hoort er bij die ‘normale’ gedachten ook dat je heel goed weet dat ze nooit zullen gebeuren. Omdat je je al zo bewust bent van de angst dat het je gewoon nooit zal overkomen. En dat het Nathan dus ook nooit zal overkomen. Omdat ik voortdurend met de angst leef dat er iets met hem gebeurt. Maar dan in de gezonde zin van het idee. Want ik geloof niet dat ik tot nu toe een erg overspannen angstige moeder ben. En dan boezemt me soms ook wel weer angst in.
Over dat laatst is trouwens ook een aardig boek verschenen. A Nation of Wimps, een land vol watjes. Van een Amerikaanse onderzoekster die een generatie moeders van nu beschrijft die overspannen angstig zijn. Angstig, overbeschermend, durven hun kinderen niet los te laten, waardoor ze kinderen ‘kweken’ die voor alles bang zijn. En dat levert een generatie watjes op. Interessant, Netwerk had er een uitzending over. Ik geloof dat ik nog niet tot een van de twee generaties behoor. Hoewel ik niet in een vliegtuig durf. Bang voor spinnen ben. En een hele poos bang voor de tandarts ben geweest. Maar daar heeft mijn moeder weer niks mee te maken.
Over dat andere onderzoek: Ad Bergsma, psycholoog en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit, ontdekte dat zelfhulpboeken het meest gelezen worden door mensen die ze het minst nodig hebben. Dat pleit ook weer voor me. Op psychisch in orde zijn scoor ik dus weer aardig hoog. De postnatale depressie laat op zich wachten.