Kaatjes praatjes


Feestje…?
7 oktober 2009, 11:53 pm
Ingedeeld onder: kinderen, opvoeden | Tags: , , , , , ,

Vingerverf van kindje A, een badeendje van kindje B, een proefverpakking Bambix, koekjes, fruitzakjes…. Op Bambi ligt elke twee weken weer een of ander frummelding in Nathans postvak. Van jarige kindertjes en creatieve moedertjes. We vliegen van feestje naar feestje, want Nathan is een graag geziene gast. Zolang ‘ie maar een cadeautje meebrengt.

Met die feestjes gaat voor mij een wereld open. Vorige week waren we te gast in een huiskamer waarvan de vloer bezaaid lag met speelgoed. Met elke gast die binnenkwam werd er weer iets aan de vloerbedekking toegevoegd, een papiertje en een speelgoedding. Het huis werd op dat moment bestierd door allemaal vier- en vijfjarige jongetjes en op de bank zaten wat ervaren moeders met iets jonger kroost. Er werd (gezellig?) gebabbeld, maar ik had geen idee wat er gezegd werd. De herrie die uit al die kleine keeltjes kwam overstemde het meeste en ik wist niet waar ik kijken of luisteren moest. De moeders daarentegen, waar ik me zelf voor het gemak niet toe rekende, bewogen hun monden onverstoorbaar door alsof er een achtergrondmuziekje was opgezet. Ik knikte als de andere moeders knikten en ik schudde mijn hoofd met de meute mee. De apenheul is tijdens voedertijd rustgevender dan dit soort menselijke safariparken. Is dit de toekomst?

Ooit had ik een collega, een kereltje van begin twintig, die net twee maanden vader was. Het kereltje deed vervolgens alsof ‘ie dertig jaar ouder en veertig jaar meer levenservaring had dan ik. Op een dag verklaarde hij met stalen gezicht dat het goed voor mij zou zijn om een hond te nemen, want daarmee kon ik me goed voorbereiden op het ouderschap. Een hond, zo vertelde het kereltje, leert je verantwoordelijkheid te nemen. De logica die daar dan achter stak was als volgt: kun je een hond in leven houden, dan kun je het vervolgens met een kind gaan proberen. Wat mij dagelijks uitspraken ontlokte in de trant van “Redt Elise het vandaag de hele dag op een bakje water?”, “Wie laat Elise tussen de middag uit?” en “Nemen jullie Elise mee op vakantie of gaat ze naar een pension?”. Hartstikke flauw natuurlijk, maar de vergelijking slaat echt nergens op.

Een groot verschil zit ‘m al in de formulering. Honden, katten, goudvissen, cavia’s, konijnen en duiven houd je. Dat is een subtiel verschil met kinderen, die houd je niet, maar die heb je.  Hoe erg je ook geneigd bent om te vertellen dat je ze houdt, het is onfatsoenlijk, absurd en not done om dat hardop uit te spreken. Verder levert één hond echt onvoldoende studiemateriaal op voor een adequate voorbereiding op een kind. Om je echt goed te kunnen voorbereiden heb je er minstens vijf nodig die alle vijf onzindelijk zijn, aan je meubels vreten, stapels papieren die je net geordend hebt door de kamer verspreiden, je pas gevouwen was uitschudden, hun voer door de kamer slepen, aan je bank smeren en half vergaan in kleine hoekjes stoppen.

Ik hoop dat Nathan morgen iets beter gemutst uit z´n bed komt dan vandaag. O man, weer zo´n dag als vandaag ga ik niet trekken. Kan ik ´m nog inruilen?



Fase 0
27 februari 2009, 1:41 am
Ingedeeld onder: opvoeden | Tags: , , , , , ,

Dat ik vandaag een blog schrijf komt omdat Nathan en ik een aantal dagen met z´n tweeën zijn. KP is gisteren voor een congres naar Cyprus vertrokken en komt pas zondag weer terug. Het vliegtuigongeluk bij Schiphol kwam mij wel erg goed uit, want statistisch gezien is de kans dat KP’s ongeluk neerstort weer een stuk kleiner geworden. Ik heb een hekel aan vliegen, ik droom al sinds ik me kan herinneren van vliegtuigongelukken met – bizar genoeg ook al zo lang ik me kan herinneren – moslimfundamentalisten. Het idee dat je ergens in de lucht hangt en dus zomaar uit de lucht kunt vallen. Bovendien stoot een vliegtuig net zoveel zooi uit als een jaar lang autorijden en dat kun je heus niet afkopen door een paar bomen te planten. Gewoon niet doen als het niet hoeft dus.

Nathan heeft een gruwelijke hekel aan zijn box en een pedagoog zei mij laatst dat je ‘m dan ook niet moet dwingen. Iemand anders zei dat het wel goed is om ´m toch te leren alleen in de box te laten spelen en een ander die ook bergen kinderen had grootgebracht vertelde dat het goed is als ze een half uur achter elkaar brullen. Ik kan er niet zoveel mee en zette ‘m vandaag in een verhuisdoos. Hoewel zo´n doos toch zeker maar een derde van de box is, vond ´ie de doos prima en na een half uur zitten en kranten versnipperen (een favoriete hobby) werd het tijd om de zinnen te verzetten. Uitgerekend vandaag besloot ‘ie te gaan staan. We zijn dus weer een fase verder.

Wat fases verder betreft: het gaat nu tijd worden voor het betere opvoedwerk. Daarom vertrok ik vanavond naar een avondje morele opvoeding met allemaal andere moeders. En kregen de buren de babyfoon. Zo’n avondje morele opvoeding is bij uitstek een happening waar ik erg lacherig over kan doen, maar inmiddels ben ik in een stadium beland dat ik het ook werkelijk nuttig, zinvol, leerzaam etcetera vind. Dus dit keer geen gemekker over gecategoriseerde events met stereotyperingen en uitvergrote toestanden. We begonnen de avond met een aantal morele dilemma´s waar je never nooit van je leven voor komt te staan. Met vijf mensen in een grot staan die volloopt met water. Een zesde persoon is klem komen te zitten in de uitgang. Je moet kiezen tussen vijf mensen laten verdrinken of met een staaf dynamiet die zesde om laten komen zodat je de rest van de groep redt. Wat je na zo´n avond wel weet is met wie je in elk geval nooit meer in een grot wenst te belanden. (Met mij onder anderen…)

Goed, toen de morele ontwikkeling en ik was er net op tijd bij. Nathan is zich namelijk moreel aan het ontwikkelen zonder dat hij dat op enigerlei wijze aan mij heeft aangekondigd. Maar in de komende vier jaar draait zijn leven vooral om hem en zijn zin krijgen. Ik had al wel die indruk, maar tot op heden heb ik er nog niet zoveel last van. We zitten dus in fase 0. Daarna komt fase 1 die draait om gehoorzaamheid, fase 2 die om eigenbelang gaat, fase 3 over sociale ontwikkeling, fase 4 rondom verantwoordelijkheid ten opzichte van ‘het systeem’ en uiteindelijk een principieel geweten als volwassene. Nathan is niet lastig, maar misschien komt dat ook wel omdat ik niet lastig ben voor hem. Van mij mag ‘ie best aan de boeken en de cd’s zitten, ze allemaal uit de kast trekken, alle tijdschriften van het tafeltje roppen, de afstandsbediening in z’n mond stoppen, ontdekken hoeveel stukjes brood er maximaal in z’n hamsterwangen passen, bruinebonenpuree met z’n handen eten, de krant van gisteren fileren, van de grond eten, op het behang tekenen. Nu KP er niet is eten we met de tv aan en lappen we allemaal andere opvoedkundige dingen aan onze laars. Volgende week doen we wel weer wat opvoedkundigs.

Met deze coming out kan ik me klaar gaan maken voor afstraffingen van (schoon)moeders, (schoon)zussen en andere amateurs met hun pedagogiek van de kouwe grond. Ik doe er niet meer aan mee. Heb je een gezin met twaaf kinderen groot gebracht? Wat zegt dat nou? Kun je dan beter opvoeden dan iemand met één kind? Of iemand die er nog aan moet beginnen? Ik trap er niet meer in en iedereen met opvattingen over de enige ware opvoeding mag wat mij betreft naar het eerste de beste heropvoedingskamp. Want hebben die met hun morele opvoeding nou niet meegekregen dat ze een beginnend opvoedend moeder noooooit met ongevraagde adviezen mogen bestoken? Bij deze, het is er uit en ik doe lekker waar ik zelf zin in heb. Nathan en ik zitten momenteel in fase 0.

PS. Bedankt voor jullie vertrouwen in mij. Ik zie aan mijn statistieken dat ik nog dagelijks bezoek krijg.  Ik ga het weer oppakken en ik hoop jullie nooit meer teleur te stellen.



Stoer zijn

Mijn schoonzusje had me er al voor gewaarschuwd: “Als je straks kinderen hebt, dan komen er nog veel momenten waarop je stoer moet zijn.” Mijn schoonzusje is van het reëlere soort. Als die zoiets zegt kun je er donder op zeggen dat het waar is en dat die momenten gaan komen. Het eerste moment heb ik inmiddels gehad. Bij de tandarts.

Vijf jaar was ik niet bij de tandarts geweest. Omdat ik bijzonder bang ben voor de tandarts. De man in kwestie heeft zijn praktijk in Groningen en dat was in de afgelopen jaren dan ook het beste excuus om niet te gaan. Te ver weg. In de drie jaar daarvoor had ik talloze andere excuzen. Maar Nathan heeft bij mij een stoerheid doen ontwaken en zo kwam het dat ik afgelopen week in de stoel van de tandarts zat. Met lood in mijn slippers. Want er komt een dag dat Nathan in die stoel zal zitten en de tandarts vraagt of ik ook even wil. En ja, wat doe je dan? Dat scenario zit er nu dus niet meer in.

Iemand vroeg mij laatst waar die angst vandaan komt. Toen ik antwoordde dat het vooral zit in de intimiteit van iemand in je mond laten kijken, werd ik heel hard uitgelachen. “Je bent laatst bevallen waar 20 mensen omheen stonden en jij maakt je druk om één kerel die in je mond kijkt?” Dat klonk als een heel terechte opmerking, dus veel was er niet om me tegen te houden. Mijn tandarts had een andere visie op mijn angst. “Je bent gewoon bang voor de pijn en dat is nergens voor nodig.” En tegen zoveel realiteitszin kan ik ook niet op.

Het is niets persoonlijks, mijn tandarts valt in de categorie geen-betere-denkbaar. Het geval wil dat ik een slecht gebit heb. Ik kan mij geen controlebeurt herinneren waar ik met vlag en wimpel doorheen kwam. Mijn eerste tandarts vond altijd aanleiding om minimaal twee gaatjes te vullen, een paar in m’n gebit en wat in m’n agenda. Twee keer per jaar en zonder verdoving. Nu weet ik dat ze dat vroeger allemaal zonder verdoving deden en dat ik dus misschien wat van het kleinzerige soort ben. Mijn overgrootvader liet zijn tanden altijd zonder verdoving trekken. Niet omdat er geen middelen beschikbaar waren, maar omdat hij er gewoonweg geen tijd voor had. Of dacht te hebben. Hoe dan ook, ik had graag de moed van deze man willen erven, maar dat heeft niet zo mogen zijn.

O, er was zelfs nog een derde reden om niet te gaan. Ik was nogal bang dat ik geconfronteerd zou worden met allerlei triviale dingen, scheldkanonnades. Waarom ben je zo lang niet geweest? Ontzettend stom van je. De verzekering wil je nu niet meer hebben. Waar moet ik beginnen? Ik denk dat we hier een paar implantaten moeten zetten. Dat krijg je met mensen die wegblijven van hun controlebeurt. Voor straf geef ik je geen verdoving meer. Had je maar eerder moeten komen. Maakt de sessie een stuk aangenamer voor je portemonnee. Met dit gebit kun je niet oud worden. Op je dertigste al een kunstgebit, dat zie je niet zo vaak meer tegenwoordig. Zullen we een dag plannen voor een algehele extractie van de bovenste kaak? Robin, mag ik van jou de excavator? En de driehoekshevel want met de tang gaat dit niet meer lukken. Dat soort ellende.

 Niet mijn tandarts. Mijn tandarts is een erg erudiet persoon die door zijn assistentes met u, meneer en achternaam wordt aangesproken. En terecht, want deze man is omgeven met een wolk van klasse, deskundigheid, intelligentie, vakmanschap. Hij huist in een prachtig herenhuis aan een van de singels in Groningen. De wachtkamer is voorzien van loungebanken, tijdschriften als Quote, Living, Carros, Vogue Homme Erotique (hij heeft een voorkeur voor homoseksuele assistenten), Golfers magazine en National Geographic. Een verademing. Niks geen Privé, Telegraaf of Panorama. Bij binnenkomst staat er een kop koffie voor je klaar en voor wie dat wil een chocolaatje. En dan kun je op de bank wat gaan chillen en naar de Franse tuin kijken. Eigenlijk een verademing, ware het niet dat er een tandarts huist.

Om een kort verhaal lang te maken: de tandarts was de vriendelijkheid zelve, er werd een röntgenfoto van mijn gebit gemaakt, er werd een diagnose gesteld, er werden vier verdovingen gezet, er werd een kies uitgeboord en schoongemaakt, er werd een scan gemaakt, er werd een berekening gemaakt en er werd een model voor een inlay gemaakt en ik stond weer op straat. Na een uur mocht ik weer terugkomen, werd er wat secondenlijm in de kies gesmeerd, werd er een porseleinen inlay in de kies geplaatst, werd er een föhn op gezet, werd er weer een scan gemaakt, werd het sein ‘tand meester’ gegeven en stond ik opnieuw op straat.

Doe je mond dicht, zegt KP af en toe. Want die is het wel een beetje zat dat ik overal mijn ‘China’ wil laten zien. En misschien is het ook wel wat ongepast om de cassières van de Albert Heijn op de hoogte te brengen van mijn adhesief tandheelkundige avonturen. Maar begin augustus ga ik nog een keer. Samen, meneer Geertsema en ik, gaan we mijn hele gebit renoveren. We gaan er een juweeltje van maken. Al het asbest en amalgaan wordt verwijderd en er komen prachtige witte inlays voor terug. En dan doen we er elk jaar twee, want meer vergoedt de verzekering niet. Zodat ik nog lekker zonder Kukident oud kan worden.

Voor Nathan heb ik vast een tandenborstel en fluortabletten gekocht. Want zodra die eerste tand doorkomt gaan we driemaal daags poetsen. Zodat ‘ie nooit bang voor de tandarts hoeft te worden.



Consultatiebureau deel 1

Ik maak hier maar een deel 1 van, omdat het bezoekje van gisteren veel beloofde voor de volgende bezoekjes. Er komt in de toekomst vast nog een deel 2 en deel 3. Vandaag dus het eerste bezoek aan het consultatiebureau. Wat een belevenis.

Het consultatiebureau zit in een oude school. In de gang staat een file kinderwagens. Het instituut zelf is een doodenge ruimte vergelijkbaar met het speellokaal van mijn oude basisschool. Achter een bureautje zit een hooggeblondeerde Anita en achter en op de tafeltjes en stoeltjes zitten ouders tegen kinderen te pruttelen. Of rennen, springen en huppelen achter het kroost aan dat hen volkomen negeert. Verder staren de ouders een beetje naar elkaar en elkaars kinderen, staren de kinderen wat naar elkaar en naar kleurvlakken op de muur en als er één begint te brullen gaat het als een soort van wave door de ruimte. De rammelaars en bijtringen gaan van mond tot mond.

Het begon een beetje stroef. Toen ik binnenkwam werd ik door die Anita begroet met ‘Neten?’. Ik snapte er niks van, dus zei ik maar ‘nee’ en liep door. Maar ze keek me  nogal streng aan en toen bleek dat ze Nathan op een soort van Engels uitsprak. Daarna werd ze pissig omdat Nathan als Pieter geregistreerd staat en het had maar weinig gescheeld of Nathans roepnaam was door haar persoonlijk gewijzigd in Pieter. Omdat dat z’n eerste naam is. Tja, praktisch is anders, dat snappen wij ook, maar we gaan er wel zelf over.

Nathan mocht uit z’n kleren en gewogen en gemeten worden. “De arts komt je zo halen”. Het spreekuur liep een uur uit. Dus was ik in plaats van 14.45 om 15.45 aan de beurt. Nathan houdt niet zo van bloot zijn dus dit was een dieptepunt in de vier weken dat hij er nu is. Wachten heeft twee kanten. Enerzijds is het heel naar, maar anderzijds biedt het weer voldoende aanknopingspunten om zo’n blog te schrijven.

Een onguur uitziend mannetje met een roze babydochtertje maakte ruzie met de Anita. Of eigenlijk andersom. De Anita maakte ruzie met hem. Omdat er iets niet klopte met de vaccinaties. Maat die fout had ze zelf gemaakt. Het ongure mannetje aan de ene kant van de zaal, de Anita aan de andere kant en zo brulden ze over de hoofden van de ouders en de kindertjes heen. En zo staarden we even niet naar elkaar, maar naar het ongure mannetje en de Anita. Fijn, die afleiding.

Daarna kwam er een gezinnetje binnen dat er pas volgende week hoefde te zijn. Dat had de Anita telefonisch niet goed doorgegeven. Er kon nog net een sorry van af, maar echt menen deed ze het geloof ik niet. Pa en ma hadden net beiden een vrije dag genomen om de eerste vaccinatie te kunnen fotograferen en filmen en weet ik wat allemaal, maar nu moeten ze volgende week weer een vakantiedag opnemen. Dankzij de Anita, die verder ging met het vijlen van haar nagels. De wijkverpleegkundige, die beter bekend staat als de WV, kwam haar afleiden met een rol volkorenbiscuitjes en daar leuterden ze tien minuten over. Zodat haar spreekuur ook weer tien minuten uitliep. 

En er kwam een krakerstypetje dat op de Anita inhakte en zo bleef het nog een enerverende middag. Haar afspraken klopten ook niet, maar zij hakte er meteen met de botte bijl op in en dat had succes. De Anita ondernam iets sneller actie en het was duidelijk dat ze onder druk toch wel in de gaten kreeg dat die computercursus misschien nog niet zo’n gek idee was.

“Moeder van Neten, wat duurt het lang hè?” zei ze met een wat vermoeide stem. Of ze had een chronisch gebrek aan energie of het interesseerde haar echt niet. “Geeft niet, ik heb nog tot 8 juli verlof en ik heb tot die tijd voldoende voeding bij me”. Het beste antwoord dat ik kon geven. Er waren ook nog wat Ondiepse moeders die luidruchtig verkondigden dat het er altijd zo aan toe ging. Waar de Anita gewoon bij was. En dat ik bij de volgende afspraak gerust een half uur later kon komen. De Anita vijlde lekker door.

Toen kwam eindelijk de arts binnen om ons uit die ruimte te bevrijden. De arts vroeg, alsof ze alle kennis van de wereld had ontvangen, of ik nog vragen had. Maar al gauw bleek dat ze ’s ochtends maar één soort antwoord had geactiveerd: ”Ja, dat zul je gewoon moeten uitvinden.” En echt dringende vragen als ‘waarom zitten er broekzakken in een babybroek’ heb ik maar achterwege gelaten want dat kan ik dan ook wel zelf uitvinden.

Toen liet de arts ons weer gaan en mocht Nathan eindelijk z’n kleren weer aan. En kon ik het niet laten om de afspraak die ik al voor half juni had staan nog even te verzetten. Gewoon om het de Anita nog even lastig te maken. En dat was het ook, want ze moest er nog flink wat voor uit de kast halen, waaronder de WV die nog steeds op haar volkorenbiscuitjes knabbelde.

Op de terugweg zag ik drie kinderen zand in een rode brievenbus scheppen. Dat krijg je van zulke consultatiebureaus en Anita’s. Ik sprak hen streng toe en toen leegden ze hun handen vol nieuw zand op de stoep. Iemand moet toch de verantwoordelijkheid nemen voor de kindertjes uit Ondiep. Vanochtend lag de telefooncel weer aan diggelen. Misschien was dat zand in die brievenbus toch beter tijdverdrijf geweest.