Kaatjes praatjes


Ouderavond

Enerverende avond achter de rug. Bambi had een ouderavond belegd. Het eerste deel van de avond stond er een film op het programma. De film van ons aller kinderen. Het tweede deel van de avond zou er worden geknutseld aan een sinterklaasverrassing voor ons aller kinderen. KP had zich dus al snel ‘ opgeofferd’ om een ander iets in onze agenda bij te wonen. En bij knutselen in groepsverband krijg ik ook bultjes, maar ik was ook zo nieuwsgierig naar een filmverslag van een dagje Bambi dat het knutselen te doen zou moeten zijn.

De leidsters hadden hun stinkende best gedaan om alle kinderen op film vast te leggen en dat was ook in de nieuwsbrieven aangekondigd. Geen wonder dus dat de ouders massaal waren toegestroomd en we met misschien wel tachtig ouders naar een film zaten te kijken waarin in 40 minuten verslag werd gedaan van een dag op Bambi. De meeste ouders zaten misschien wel tevergeefs te zoeken naar een glimp van hun kind, maar ik was al snel getuige van een ongeval tussen een trapauto en mijn zoon. De verdachte zat in de trapauto, hij minderde geen vaart terwijl tijd en afstand dat wel mogelijk maakten. Nadat mijn zoon tegen de grond was geslagen werd de scene kort onderbroken. Waarschijnlijk was de huilbui eruit geknipt, want de scene vervolgde zich terwijl de maniak nog vrij rondscheurde en Nathan al weer vrolijk met een speelgoedje op een ander kind intimmerde.

In deel 2 van de avond werden we aan tafels geplaatst om linnen tasjes te voorzien van een zelfgemaakte illustratie. Daar zit je dan: met allerlei volwassen mensen te tekenen en te kleuren met de stiftjes die die middag nog door de peutertjes aan gort zijn gekleurd. En echt, ik hoorde deze volwassen mensen dingen zeggen als “Mag ik van jou de blauw?”  en “Is er ook geel?”. Echt, ik kleur liever drie nijntjes alle drie knalrood met het risico dat mijn tekening nog het meest lijkt op een rode vlek, dan dat ik een andere kleur vraag. Ik bezit een iets wat KP beschrijft als een superbewustzijn en ik denk dat het klopt. Ik treed in dit soort situaties uit mijn lichaam en blijf er dan een poosje boven hangen. Mijn hele wezen brulde vanavond om mijn lichaam daar te laten verdwijnen en dat was het enige waar ik nog aan kon denken. Al wachtend op inspiratie die zich al snel openbaarde in de vorm van een over te trekken kleurplaat van Nijntje. Maar met zo´n superbewustzijn maak maak je het jezelf alleen nog maar lastiger, want terwijl iedereen gezellig keuvelt over elkaars kunstwerkjes word je een steeds vreemdere eend in de bijt. Dus gooide ik de Mexicaanse griep er maar in en probeerde subtiel te achterhalen wie de ouders van de jonge bestuurder waren. Dat leidde tenminste even af van gesprekken over welke kleur rood het het beste deed. Met dank aan Dick Bruna heb ik de avond uitgezeten. De man zou eens moeten weten hoeveel copyrights er vanavond weer werden geschonden. Zijn advocaat kan er een dag aan werken.

Was dit Amerika geweest dan was ik nu in een totaal ander soort mood. Dan was ik de rest van de avond écht op missie gegaan naar de ouders van de verdachte die mijn zoon aanreed. Wat heeft deze ervaring bijgedragen aan Nathans ontwikkeling? Hij heeft een enorme hekel aan zijn autozitje, maar nu wordt mij duidelijk waar deze aversie vandaan komt.  Misschien durft hij niet eens meer in de buurt van trapauto’s te komen, laat staan er in te zitten. Op zijn achttiende waarschijnlijk geen behoefte aan rijlessen, altijd met het ov. En dat alles vanwege de onopgevoedheid van een dreumes en de onoplettendheid van een leidster… Hoeveel zou je daar in de VS voor kunnen vangen?

Aan het eind van deel 2 werden de tasjes door de leidsters ingenomen en we zien ze zo rond 5 december wel weer via onze kinderen terug. Ik heb mijn handtekening er maar niet onder gezet. Misschien durf ik mijn creatie nog op beeld vast te leggen en hier te publiceren. Maar misschien is het ook goed om Nathan een tweede trauma te besparen door het verhaal achter de artiest achter het linnen tasje de doofpot in te doen.

Ten slotte: hulde aan alle kinderdagverblijfleidsters van Nederland. Wat een enthousiasme, geduld, betrokkenheid, creativiteit etc. gooien jullie in je werk. Dankzij jullie kunnen duizenden en duizenden ouders dagelijks in een bureaustoel achter een pc schuiven en hun werk doen. En daar moeten jullie waarschijnlijk weer niet aan denken.



Bambi

media_xl_80742

Maak kennis met Bambi. Ik weet niet waarom kinderdagverblijven van die achterlijke namen hebben. Bambi, My little pony, de Troetelbeertjes, ie twee honden die spaghetti naar elkaar toe eten: ik heb er nooit iets mee gehad. En nu dit, ik krijg het m’n strot nauwelijks uit. Ik heb een poosje gezocht naar dagverblijven met namen als W.F. Hermans, Abraham Kuijper of Majoor Bosschardt, maar ik stuitte alleen maar op Schanulleke, Dikkie Dik, Doornroosje (vlak naast een coffeeshop), Chris de Walvis en een heel arsenaal uit de Fabeltjeskrant. Dus schreven we ons maar in bij Bambi, Saartje en Hummeltje.

Vanochtend zo tegen achten bedacht ik plotseling dat ik om negen uur met Nathan bij Bambi moest zijn. De allereerste keer. Ik zie zijn dagen bij het KDV als zijn werkdag. We proppen hem al vast in een negen-tot-vijfmentaliteit. Dan kan ‘ie in elk geval nog altijd ambtenaar worden als ‘m verder niks lukt (ooooh!).

Om precies twintig minuten over negen stond ik veel te laat bij het dagverblijf. De eerste geruststelling was dat ik me eerst via een bel moest melden alvorens ik binnen kon komen. Dus noemde ik keurig namen en rugnummers en kreeg ik via de zoemer toestemming om door te lopen. We hobbelden een trap op, tig traphekjes en andere afzettingen door en struikelden de chaos van babyhapjes, biscuitjes en lekkende flessen in. Twee wipstoelen met inhoud, een snottebellerig Emmaatje en een snotterende Tycho, krijsende baby Geert en een Ralph Lauren polo waar Pepijn ergens in verstopt zat. En nog wat losse baby’s die veilig achter een deur in stapelledikantjes lagen te slapen. Gezelligheid troef.

Ergens in het midden van dat troepje kindertjes ontwaarde ik twee volwassenen die me enthousiast begroetten. Wat mij een wonder leek in de toestand waarin ik hen aantrof. Hoe, en ik herhaal het, hoe kon ik ooit nóg een kind bij hen achterlaten? Vanaf een uur of acht had ik me een beetje snotterig gevoeld omdat ik het echt heel erg zielig voor Nathan vond om hem in z’n uppie achter te laten. Nu barstte ik bijna in huilen uit vanwege het medelijden dat ik met deze twee dames voelde. Die er nóg eentje bij kregen. Maar ze leken er helemaal niet onder te lijden, want er werd zelfs koffie voor me gezet.

Dus nam ik plaats op de bank, naast een opbergbox met grint en groenig water. Met Nathan op schoot die al snel ontdekte dat er in de box twee vissen aan survivalsport deden. Nadat de twee wipstoelbewoners hun bed in waren gebonjourd begon de intake met de aandachtleidster (!). Nieuw woord, ze observeert Nathan en slaat alarm als z’n gedrag abnormaal blijkt. Het kind in kwestie was inmiddels in geen velden of wegen meer te bekennen.

De nummers bij calamiteiten, het nummer van de huisarts, z’n zorgpolis, z’n burgerservicenummer, allergieën, z’n eet- en slaapschema, z’n gedrag, z’n leuke kanten, z’n minder leuke kanten, alles kwam aan bod. Een krabbel voor uitstapjes in de bolderkar, een rondleiding door de chaos, een gepersonaliseerde blauwe opbergbox voor reserverkleren en een grote antiluizenzak waar z’n jas elke dag in opgeborgen wordt. Pedagogisch verantwoord volgens de allerlaatste ideeën van Thomas Gordon, waar ik morgen maar meteen een boek van ga kopen. Het kan geen kwaad om me een beetje in te lezen.

Twee uren nadat ik was binnengeloodst viste ik een blèrend kind uit een trapauto en struikelden we de chaos weer door richting auto. Tycho en Emma zwaaiden ons uit en de eerste baby´s vroegen al weer om hulp. Over twee weken gaan we weer en dan laat ik ‘m echt achter. Tenzij Thomas Gordon het niet allemaal op een rijtje heeft natuurlijk. Maar vandaag kwam ik opgelucht thuis. Als film mag Bambi dan “de biggest crying movie of all time” (citaat Steven Spielberg)  zijn, maar ik denk dat het helemaal goed gaat komen!



In z’n uppie
3 juni 2009, 2:47 pm
Ingedeeld onder: kinderdagverblijf, kinderen, werkende moeder | Tags: ,

Post uit het postvakje gehaald. Nathan heeft een plekje op het dagverblijf. Voor twee dagen per week. Hartstikke blij mee, want Nathan gaat dat vast heel leuk vinden. En bovendien ga ik die twee dagen ook heel leuk vinden. Zij het dat ik er dan nog een paar klanten bij moet vinden waar ik twee dagen efficient voor aan de bak kan. Of dat ik toch nog die baan voor drie dagen buiten de deur vind.  However moest ik wel even slikken toen ik de volgende zinnen las:

Dag 1 Kennismakingsgesprek en even op de groep

Dag 2 Kind blijft een dagdeel (zonder ouder) op de groep

Dag 3 Kind blijft een korte dag op de groep

Dag 4 Kind is alleen op de groep

Slik. Die laatste tekst. In z’n uppie. De tranen sprongen in m’n ogen. Op 6 juli is het zover. Dat wordt een tough day. Maar vanaf 7 juli hieperdepiephoera ga ik het er flink van nemen. In m’n uppie.



Een soort van dip

Vandaag zit ik in een soort van dip. Want vandaag heb ik ervaren wat het met je doet als je een kind hebt en een leuke baan wilt. Ik solliciteerde naar een heel erg leuke functie als docent bij een hogeschool. Ik werd zelfs gevraagd om te solliciteren. Ik mocht op gesprek komen. En ze vonden me echt heel erg leuk. En geschikt. En ideaal. En dat ben ik natuurlijk ook allemaal. Maar wat ik ook ben: niet volledig beschikbaar. Dus viel ik af. Ik viel zo diep dat ik nu in een soort van dip zit.

Ik wil heel graag zo’n hardwerkende moeder zijn die tussen het opvoeden door nog even carriere maakt, een leuke baan heeft, daar ontzettend veel energie uithaalt (genoeg tenminste om weer goedgemutst thuis te komen), een leuke man heeft waar ze regelmatig mee uit eten gaat, er altijd leuk en verzorgd uitziet en nog sport of anderszins hobbiet. Zo eentje die volledig voldoet aan wat de overheid graag ziet: meer vrouwen aan het werk.
Maar weet je? Volgens mij bestaat ze niet. Ergens moet er in dat plaatje toch iets misgaan. Je zit namelijk toch maar mooi vast in 7 x 24 uur in een week waarvan je ook nog een flink aantal uren slaap nodig hebt. Dus uiteindelijk moet je ergens inleveren: op je partner, op je kind, op je werk, op je slaap, op dat leuke mens dat je ooit eens was maar die je door stress en druk van alle kanten op een dag bent verloren, op je ontspanningsmomenten, etc. Ergens.
En ach, misschien bestaat ze ook wel, maar ben ik haar bij lange na niet. Ik wil graag werken maar dat heeft z’n grenzen. Nu liggen die grenzen ongeveer bij 24 uur omdat KP de komende twee jaar een fulltime baan heeft. Dat hebben we samen zo besloten, dus tot 2011 ben ik beperkt tot drie dagen. Want ik ben er van overtuigd (en onderzoeken tonen dat ook aan) dat het voor de hechting van een kind belangrijk is om de grens van opvang buiten de deur bij drie dagen te zetten. Meer oppasdagen gaat ten kost van de hechting aan de ouders. En dat is tamelijk rationeel gedacht, want talloze moeders denken aan heel andere dingen: wat als hij op de creche voor het eerst… en vul maar in. Tsja, dan was je er niet bij.
Begrijp me goed: ik heb niets tegen vrouwen die er voor kiezen om vier of vijf dagen te werken. Helemaal niets. Maar ik voel de hete adem in m’n nek van vrouwen die vinden dat ik meer zou moeten werken. Dat vind ik oneerlijk. Bovendien vind ik ook dat mannen ook uren moeten kunnen inleveren. En dat wordt volgens mij veel te weinig gedaan. Sterker nog, er heerst een flink taboe op. Ik ken mannen die niet minder willen werken omdat ze daar op hun werk op aan zouden worden gekeken. Dus dat die overheid maar blijft stimuleren om meer vrouwen aan het werk te krijgen, gaat nooit werken als dat taboe op minderwerkende mannen er niet eens afgaat.
Hoe nu verder? Ik voel me dus een beetje een loser. Als er zoveel vrouwen zijn die wel meer willen en kunnen werken, waarom ik dan niet? En ik heb ook erg veel sympathie voor de gedachte dat er meer mensen aan het werk moeten om de vergrijzing betaalbaar te houden. Dus daarin voel ik ook wel een oproep om je bijdrage aan te leveren. En ik merk dat ik, als ik echt een leuke baan wil, meer uren moet gaan werken en Nathan meer dagen naar de opvang moet brengen. Sommige vrouwen zeggen dan tegen me: kies voor jezelf en ga meer werken. Maar als ik voor mezelf kies wil ik juist niet meer werken.
Weet je? In drie dagen kan ik ook echt heel veel werk doen. Ik heb regelmatig op plekken gewerkt waar mensen met fulltime contracten bepaald niet effectief met hun tijd omgingen. Die waren dan wel fulltime aanwezig, maar parttime aan het werk. En die andere dagen werk ik dan heel hard thuis, bij Nathan, acceptgiro’s wegwerken, koffiedrinken met eenzame mensen, afschuwelijke taken als de booschappen doen, strijken en de badkamer schoonmaken. Wel fulltime aan de bak maar niet alle 40 voor dezelfde werkgever. Meer dan 24 uur buiten de deur? Ik zou het echt graag willen, maar ik kan het niet. Dus sorry overheid en hard-buiten-de-deur-werkende moeders die mij misschien een beetje raar vinden en leuke hogeschool die mij nu niet in dienst neemt. Ik kan het gewoon echt niet.