Kaatjes praatjes


Consultatiebureau deel 1

Ik maak hier maar een deel 1 van, omdat het bezoekje van gisteren veel beloofde voor de volgende bezoekjes. Er komt in de toekomst vast nog een deel 2 en deel 3. Vandaag dus het eerste bezoek aan het consultatiebureau. Wat een belevenis.

Het consultatiebureau zit in een oude school. In de gang staat een file kinderwagens. Het instituut zelf is een doodenge ruimte vergelijkbaar met het speellokaal van mijn oude basisschool. Achter een bureautje zit een hooggeblondeerde Anita en achter en op de tafeltjes en stoeltjes zitten ouders tegen kinderen te pruttelen. Of rennen, springen en huppelen achter het kroost aan dat hen volkomen negeert. Verder staren de ouders een beetje naar elkaar en elkaars kinderen, staren de kinderen wat naar elkaar en naar kleurvlakken op de muur en als er één begint te brullen gaat het als een soort van wave door de ruimte. De rammelaars en bijtringen gaan van mond tot mond.

Het begon een beetje stroef. Toen ik binnenkwam werd ik door die Anita begroet met ‘Neten?’. Ik snapte er niks van, dus zei ik maar ‘nee’ en liep door. Maar ze keek me  nogal streng aan en toen bleek dat ze Nathan op een soort van Engels uitsprak. Daarna werd ze pissig omdat Nathan als Pieter geregistreerd staat en het had maar weinig gescheeld of Nathans roepnaam was door haar persoonlijk gewijzigd in Pieter. Omdat dat z’n eerste naam is. Tja, praktisch is anders, dat snappen wij ook, maar we gaan er wel zelf over.

Nathan mocht uit z’n kleren en gewogen en gemeten worden. “De arts komt je zo halen”. Het spreekuur liep een uur uit. Dus was ik in plaats van 14.45 om 15.45 aan de beurt. Nathan houdt niet zo van bloot zijn dus dit was een dieptepunt in de vier weken dat hij er nu is. Wachten heeft twee kanten. Enerzijds is het heel naar, maar anderzijds biedt het weer voldoende aanknopingspunten om zo’n blog te schrijven.

Een onguur uitziend mannetje met een roze babydochtertje maakte ruzie met de Anita. Of eigenlijk andersom. De Anita maakte ruzie met hem. Omdat er iets niet klopte met de vaccinaties. Maat die fout had ze zelf gemaakt. Het ongure mannetje aan de ene kant van de zaal, de Anita aan de andere kant en zo brulden ze over de hoofden van de ouders en de kindertjes heen. En zo staarden we even niet naar elkaar, maar naar het ongure mannetje en de Anita. Fijn, die afleiding.

Daarna kwam er een gezinnetje binnen dat er pas volgende week hoefde te zijn. Dat had de Anita telefonisch niet goed doorgegeven. Er kon nog net een sorry van af, maar echt menen deed ze het geloof ik niet. Pa en ma hadden net beiden een vrije dag genomen om de eerste vaccinatie te kunnen fotograferen en filmen en weet ik wat allemaal, maar nu moeten ze volgende week weer een vakantiedag opnemen. Dankzij de Anita, die verder ging met het vijlen van haar nagels. De wijkverpleegkundige, die beter bekend staat als de WV, kwam haar afleiden met een rol volkorenbiscuitjes en daar leuterden ze tien minuten over. Zodat haar spreekuur ook weer tien minuten uitliep. 

En er kwam een krakerstypetje dat op de Anita inhakte en zo bleef het nog een enerverende middag. Haar afspraken klopten ook niet, maar zij hakte er meteen met de botte bijl op in en dat had succes. De Anita ondernam iets sneller actie en het was duidelijk dat ze onder druk toch wel in de gaten kreeg dat die computercursus misschien nog niet zo’n gek idee was.

“Moeder van Neten, wat duurt het lang hè?” zei ze met een wat vermoeide stem. Of ze had een chronisch gebrek aan energie of het interesseerde haar echt niet. “Geeft niet, ik heb nog tot 8 juli verlof en ik heb tot die tijd voldoende voeding bij me”. Het beste antwoord dat ik kon geven. Er waren ook nog wat Ondiepse moeders die luidruchtig verkondigden dat het er altijd zo aan toe ging. Waar de Anita gewoon bij was. En dat ik bij de volgende afspraak gerust een half uur later kon komen. De Anita vijlde lekker door.

Toen kwam eindelijk de arts binnen om ons uit die ruimte te bevrijden. De arts vroeg, alsof ze alle kennis van de wereld had ontvangen, of ik nog vragen had. Maar al gauw bleek dat ze ’s ochtends maar één soort antwoord had geactiveerd: ”Ja, dat zul je gewoon moeten uitvinden.” En echt dringende vragen als ‘waarom zitten er broekzakken in een babybroek’ heb ik maar achterwege gelaten want dat kan ik dan ook wel zelf uitvinden.

Toen liet de arts ons weer gaan en mocht Nathan eindelijk z’n kleren weer aan. En kon ik het niet laten om de afspraak die ik al voor half juni had staan nog even te verzetten. Gewoon om het de Anita nog even lastig te maken. En dat was het ook, want ze moest er nog flink wat voor uit de kast halen, waaronder de WV die nog steeds op haar volkorenbiscuitjes knabbelde.

Op de terugweg zag ik drie kinderen zand in een rode brievenbus scheppen. Dat krijg je van zulke consultatiebureaus en Anita’s. Ik sprak hen streng toe en toen leegden ze hun handen vol nieuw zand op de stoep. Iemand moet toch de verantwoordelijkheid nemen voor de kindertjes uit Ondiep. Vanochtend lag de telefooncel weer aan diggelen. Misschien was dat zand in die brievenbus toch beter tijdverdrijf geweest.