Kaatjes praatjes


Invasie der baby’s
26 juni 2009, 2:31 pm
Ingedeeld onder: Zonder categorie | Tags: ,

Er is echt een invasie op handen. Van baby’s. Onze oud-buuven vonden Nathan blijkbaar zo leuk dat ze nu beiden een kindje verwachten. Mijn vriendinnetje Maartje verwacht er eentje in oktober, oud-collega Simone met de kerst en Tineke van Frank ook ergens in december. Vergeet ik nu nog iemand? Bij allemaal de eerste overigens, en ik denk dat Nathan hen echt heeft doen inzien dat baby’s ook leuk kunnen zijn. En niet alleen zuipend, poepend en slapend door het leven gaan,. Nouja, een paar maanden dan…



Klein vrouwtje

Zonet stond het kleine vrouwtje weer aan de deur. Ze reikt nog niet tot mijn schouders en zit helemaal dik ingepakt. Ze kwam voor het eerst tijdens mijn hoogzwangere periode. Met een tas vol gebreide babykleertjes. Ze probeerde sokjes te slijten. Van die dingen die je een kind nooit aantrekt omdat je eigen voeten er al van jeuken als je er naar kijkt. Sokken mogen dan praktisch nut hebben (wat is het nut van warme voeten…?), maar op de schaal van esthetiek scoren ze jammerlijk laag.

Terug naar het kleine vrouwtje: bij mij ben je met dat soort acties op het juiste adres. Temeer daar het kleine vrouwtje geen woord Nederlands spreekt, al minstens vijfenenzeventig is, volkomen verrimpeld is, zo mager is dat ze alleen tot windkracht 3 veilig langs de deuren kan en een Oost-Europees uiterlijk heeft. Aangezien ik voor mijn werk de meest nare verhalen lees over minderheden in Oost-Europese landen als Armenië en Bulgarije, heb ik de hele levengeschiedenis van dit vrouwtje al gefantaseerd. Er hoeft niets van waar te zijn, maar daar zal ik nooit achterkomen.

Ik ben heimelijk jaloers op de bovenbuurvrouw. Die schalt in zulke gevallen van bovenaan de trap dat ze er niet over piekert. Tenminste, dat deed ze wel toen er een kind met een Jantje Beton-bus voor de deur stond. Dan heb je ballen. Ze zou trouwens nog meer ballen hebben als ze de moeite nam om naar beneden te komen om de persoon in kwestie recht in de ogen te kijken en dan nog eens met dezelfde reactie te komen.

Maar ik heb geen ballen. Bij mij kun je echt alles slijten of krijgen. Laatst belden er drie kindertjes met een zelfgeknipt en -geplakt papieren mandje aan. Of ik iets wilde geven voor het milieu. Na mijn vorige post lijkt dat onbestaanbaar in Ondiep en later bleek dat ook, want toen hingen ze al weer met Magnums bij de snackbar rond. Milieu is een ruim begrip.

KP kwam trouwens eens terug in de kamer met drie reclamepennen van Echinaforce of zo. Die waren duidelijk bij een Eco-supermarkt van een kassa afgejat. De benedenbuurvrouw-links was er ook ingetuind. Daar hebben de benedenbuurman-links en ik smakelijk om gelachen. Sinds die actie loop ik bij colporteurs naar de deur. Hoewel ik die man met die pennen ook niet had kunnen weerstaan. Daar kom ik hier ronduit voor uit.

Maar tijdens mijn hoogzwangere en zeer labiele periode klopte het kleine vrouwtje voor het eerst en op het juiste moment aan. Het was buiten berekoud, haar handen vroren er zowat af en haar kunstgebit klapperde de Kukident van haar kaken. (Er gaat nu wel een belletje rinkelen want ze heeft vrijwel zeker een kunstgebit. Dat heeft ze vast niet van de babysokjes betaald.) De roze babysokjes waren zes euro, de geel-met-paarse vier euro. Al mijn onderhandelingskunsten ten spijt kwam ik met geel-paarse sokjes en vijf euro lichter de kamer weer in. Een euro meer dan ze kostten. Bijzonder hè? Ik ben een van de weinige mensen die een euro bij kan dingen.

Erger was dat de tranen over m’n wangen rolden omdat ik haar zo zielig vond. KP moest er wat om lachen (die rook de wraak na zijn Echinaforce-debacle) en rationaliseerde de hele huilbui weer weg. Het kleine vrouwtje zag haar financiële zekerheid dichterbij komen want na de bevalling stond ze al gauw weer op de stoep. En voor ik het wist lag de hele collectie boys maat 56 in de gang. Omdat we zo stom waren om zo’n ‘Hoera het is een jongen’-slinger achter het raam te hangen. Gelukkig had ik geen geld in huis en heb ik haar weg moeten sturen. ‘Maandag tien uur?’ vroeg ze nog. Ik knikte, hielp haar haar handel weer in te pakken en werkte haar de deur uit.

Die maandagochtend heb ik de lamellen dichtgehad. Er werd niet gebeld omdat de deurbel het niet doet, maar er werd ook niet aangeklopt. Ik hoopte dus dat ze het vergeten was. Maar een week later stond ze er wel weer. Nathan lag al een hele ochtend te brullen dus mijn humeur was niet geweldig. Dus werkte ik haar op m’n vriendelijkst weg. Ze draaide zich half om en keek me aan als een geslagen hond. Ik zie het nu nog voor me en ik voel me er akelig vervelend bij.

Vanmorgen was ze er weer. Ik weet niet hoe ik van haar af kan komen. Nu had ik Nathan op m’n arm en dat was helemaal stom. Want ze begon helemaal te stralen bij de aanblik van ons leuke babyjongetje en kletste lekker tegen ‘m aan. Maar ik had de deur al weer bijna dicht en heb haar weer duidelijk gemaakt dat ik nergens behoefte aan heb. Ik moet zeggen dat het al gemakkelijker gaat dan de eerste keer, maar het blijft naar voelen. Zo steek ik helemaal niet in elkaar.

Vandaag gaat de dame van Felicitas weer bellen voor een afspraak, want ze wil de babydoos langsbrengen. Ik zal KP vragen of ‘ie er uit voorzorg bij wil komen zitten, want al ik dat alleen moet doen zijn we in een half uur tijd lid van elk vakantiepark in Nederland, krijgen we elke maand een poppenkastpop uit de Sesamstraatcollectie en mogen we een weekend met Nathan naar Eurodisney omdat ik een levenslang abonnement op de Disneyclub heb toegezegd.

Wat die geel-met-paarse sokken betreft: Nathan heeft ze nog niet aan gehad. Ik denk dat ik ze maar aan Oost-Europa schenk.



Wat zegt de goudvis?
13 mei 2008, 10:08 pm
Ingedeeld onder: kinderen, ouderschap | Tags: , , , , , , , , ,

Een heel vroege herinnering van mij schijnt niet te kloppen. Ik herinner me dat ik in een ledikantje lig in een zus-en-zo-ingerichte kamer en dat er iemand op mij past die een afgrijselijk Fries liedje zingt (Suzenane Poppe, Karla leit yn ’e groppe, heit en mem sa fier fân hûs – en de rest heb ik nooit gehoord omdat ik na deze regel standaard in huilen uitbarstte). Volgens mijn moeder kan dit niet omdat ze de inrichting niet kent en er nooit iemand op mij gepast heeft. (Echt niet!)

Deze kwestie kwam dit weekend ineens weer bij me op. Omdat ik bang ben dat Nathan zich dingen uit deze periode gaat herinneren. KP en ik lopen sinds kort namelijk als twee goudvissen door dit huis. Allemaal in het kader van Nathans ontwikkeling. Ik las ergens iets over gezicht, baby, mond langzaam open en dicht bewegen, focussen en voilá: bij een leeftijd van ongeveer een maand doet een baby dat na.

Eergisteren gebeurde het: Nathan deed met ons mee. En toen overviel me plotseling de angst dat hij alleen maar meedoet om ons een plezier te doen. Dat ‘ie iets denkt in de trant van ‘Die lui zijn niet lekker, maar zie ze nou eens blij zijn als ik meedoe’. Ik kan me niet van de idee onttrekken dat baby’s zich maar een beetje van de domme houden en zich inwendig bescheuren om alle oooooh’s en aaaaah’s om zich heen.

Daarom hou ik me een beetje in. Bovendien ben ik niet zo’n expressief type. Ik observeer liever. En dan blijkt dat bij mensen met kleine kinderen elke vorm van gêne wegvalt. Toen we vandaag op het consultatiebureau* kwamen hebben Nathan en ik met open mond al die andere ouders en baby’s gadegeslagen. Naast een paar goudvissen zwommen, vlogen en liepen er genoeg types rond om een fatsoenlijke dierentuin compleet te maken.  Er liep een vader als een olifant achter z´n zoon aan die de duplo volgens mij veel interessanter vond. Een moeder piepte als een pinguïn tegen het kindje voor haar op tafel en een andere moeder zong een liedje waarbij ze alle dieren uitbeeldde (“ze mogen zeggen wat ze willen maar de olifant / die heeft de dikste billen van het hele land / (de beweging was volslagen overbodig) en de giraf die heeft de langste ne-e-ek / en het nijlpaard heeft de grootste bek-bek-bek”). Het kindje benaderde de grootte van Nathan en keek minstens een kwartier volledig gebiologeerd naar het gele vlak op de muur.

Waarschijnlijk heeft het gewoon z’n tijd nodig en spring ik bij de volgende afspraak als een kangoeroe het consultatiebureau binnen. Met Nathan in een buideltje voor me.  Dan zal ik dat hier ook wel zonder gêne melden.

* Later meer over het consultatiebureau. Een belevenis op zich.



Tralalalalathuis!

Nouja, dat klinkt alsof ik net thuisgekomen ben, maar inmiddels zijn er twee weken verstreken sinds de geboorte van Nathan. Mijn blogvelof zit erop. Ik zit weer op de bank en ik typ. Net als een paar weken geleden, maar nu net even anders. Wat gewicht, omvang en stemming betreft. Joehoe, het is achter de rug en er ligt een heel lief jongetje in de box naast me. In de box – shock – ben ik nu al een ontaarde moeder?

Over Nathans geboorte zal ik kort zijn. De details wil ik ook wel delen maar niet hier. Volgens Wij jonge ouders moet je veel over de bevalling vertellen om het te verwerken en hoe vaker ik het vertel, hoe beter het verhaal wordt. Slager Mark, die eigenlijk de gynaecoloog was, krijgt een steeds prominentere rol terwijl hij in werkelijkheid denk ik drie minuten in de kamer heeft gestaan. Maar hij maakt het verhaal gewoon zo goed. Eigenlijk had ik deze blog de titel Slager Mark mee willen geven, maar dat is iets te veel eer.

In elk geval besloot Nathan zijn komst tot het maximale te rekken en zo kwam het dat KP en ik op 14 april om 7 uur naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis reden om aldaar aan een infuus te worden gelegd. Ik dan, KP zat er naast. De weeën begonnen om kwart voor tien en om 15.22 uur was ‘ie al geboren. Een flinke baby van 4340 gram, bijna negen pond dus.

Tijdens de bevalling werd het zowaar nog gezellig in de verloskamer met twee verpleegkundigen, elkaar afwisselende verloskundigen, gynaecologen, co-assistenten, agnio’s, onderzoekers, studenten, slager Mark (drie minuten gezelligheid) en weet ik veel wie allemaal. Typisch een academisch ziekenhuis, KP en ik voelden ons geen moment vergeten. Met elkaar hebben we ruim twintig verschillende mensen aan het bed gezien. Maar allemaal even leuk, en de verpleegkundigen spanden de kroon. Dat vertrouwen in witte uniformen staat dus nog recht overeind.

De brief aan de dokter bleek voor niets te zijn geschreven. De keizersnede bleek niet nodig en ik weet zeker dat ik de goede baby uit het ziekenhuis mee heb gekregen. Omdat ‘ie de mooiste en leukste baby is die ze me mee hadden kunnen geven. Heel anders dan die van de bovenburen. Hij doet al zijn dagelijkse bezigheden keurig volgens schema en af en toe heeft een huilmoment maar dat is gauw over als ‘ie geknuffeld wordt. En verder zie ik wel wat gelijkenissen, vooral met zijn vader, en heeft ‘ie heel leuke oogjes.

De afgelopen twee weken zijn echt superrelaxed geweest. De laatste iets minder dan de eerste, maar dat kwam door de kraamzus. Toen die weg was, zijn we ook onmiddellijk gestopt met beschuiten met muisjes, want voor deze vloer weer eens een stofzuiger voelt, zijn we inmiddels verhuisd (prognose oktober/november). Ik ben een huishouddrama. En dat terwijl de wasmachine elke dag draait, om gek van te worden.

Sinds de bevalling zie ik dingen in een ander perspectief.  Zo zei de verpleegkundige na afloop van de bevalling tegen me “je perste precies de goede kant op”, wat ik na wat overdenkingen toch nog steeds een rare uitspraak vind. Toen heb ik er maar wat verlegen mij geglimlacht, maar nu denk ik: “kan ik dat dan meer kanten op?” En nog zoiets: toen ik van de week weer voor het eerst in de supermarkt kwam, vielen me de gestampte muisjes naast de blauwe op. Sindsdien vraag ik me af bij welke gelegenheid je een beschuit met gestampte muisjes krijgt. Als je liever een meisje had gehad? Geen idee, raar product. 

En zo zijn er nog wel meer dingen, maar eerst ga ik iemand uit de box vissen.



Eureka! Griesmeelpuddinkje!
9 april 2008, 10:36 am
Ingedeeld onder: zwangerschap | Tags: , , , , , ,

Of: een anti-ode aan de moeder van Thea.

Thea is ook in verwachting. Ook haar eerste zwangerschap. Ook op 30 maart uitgerekend. En nog steeds niet bevallen. Dan ga je je echt dingen afvragen.

Thea en ik kennen elkaar van de middelbare school. Toen Thea bleef zitten in de tweede kwam ze bij mij in de klas. En om de een of andere vage reden werden we dikke vriendinnen. Vage reden omdat we volgens mij helemaal niets gemeen hadden. Thea was nogal expressief, explosief, impulsief en nogal verder ontwikkeld. Ik niet. Ik was écht veertien.

Na elkaar jaren niet te hebben gesproken, weten we via Hyves dat we momenteel erg veel dingen gemeenschappelijk hebben en zoals ik al schreef ga je je dan dingen afvragen.

Bovendien heb ik zat tijd om me dingen af te vragen.

Vannacht had ik een Eureka-moment. Ik denk namelijk dat het de griesmeelpudding van Thea´s moeder moet zijn geweest. Dat is een lang verhaal dat ik kort probeer te omschrijven.

Op een avond (1993) dat ik bij Thea at, kwam er een toetje op tafel. Waar ik me best op verheugd had. Maar het bleek een griesmeelpuddinkje en daar griezelde ik van. Maar van Thea´s moeder moest ik het opeten. Volgens Thea´s moeder kreeg je daar dikke borsten van. Maar daar griezelde ik ook van toen ik veertien was.

Het puddinkje is uiteindelijk in mijn maag beland. Met horten en stoten. En het toeval wil dat Thea net zo’n puddinkje heeft gegeten en volgens mij hield die er ook niet zo van.

En nu vraag ik me af of dat kan: een soort van erfelijke traumatische eetervaring die je doorgeeft van geslacht op geslacht tot in het zoveelste nageslacht. En dat die baby’s momenteel met de angst leven dat ze meteen een griezelpuddinkje voorgeschoteld krijgen als ze geboren zijn. Nu weet ik natuurlijk niet of dat wetenschappelijk onderzocht is of überhaupt onderzoekbaar is, maar ik geloof dat mijn moeder ook niet zo van griesmeelpuddinkjes houdt.