Drie jaar geleden, toen we nog kinderloos door het leven gingen, streken we neer op de Parade. Het regende al drie dagen, het festivalterrein stond her en der blank en we hadden natte konten van de terrasstoeltjes. Maar de alcohol warmde onze lichamen en maakte een hoop goed.Tussen de biertjes door sjokten we wat over het terrein en hobbelden van showtje naar voorstelling.
Ergens op dat terrein stond een schattig meisje van een jaar of twee. Een roze regenjasje en rode schoentjes. En met die rode schoentjes stond ze middenin een diepe regenplas. Aan de randen van de plas stonden een moeder en een vader. Ze waren ontzettend druk aan het praten. Tegen het schattige meisje. Het was een bijzonder tafereel en we besloten om te verkassen naar het terrasje naast de regenplas. “Kom maar uit de regenplas” smeekte de vader. “Lievie, ga je met papa en mama mee?” kweelde de moeder. “Kom je uit de plas, schat?” vroeg de vader. “Papa en mama willen dat je nu uit de regenplas komt” drong de moeder aan. “Zullen we een ijsje halen?” manipuleerde de vader. “Als je uit de regenplas komt krijg je een ijsje” chanteerde de moeder.
En wij zaten stomverbaasd op dat terrasje. “Zal ik hen helpen en haar uit die plas halen?” vroeg KP. Dat leek me net iets te veel van het goeie en bovendien vond ik dit ook wel een leuke voorstelling. Hoe lang zouden die ouders er over doen om dat kind uit die plas te praten? Werden we getest? Hoorde dit ‘gezin’ bij de entourage?
Het ijsje deed z’n werk. Terwijl de regen met bakken uit de hemel viel en er op het hele terrein waarschijnlijk geen ijs te vinden was, liep het gezinnetje weer verder. En zetten wij ons gesprek voort. “Als we kinderen krijgen…”, “Ja, als het ons gegeven is om kinderen te krijgen…”, “Inderdaad onder alle voorbehouden die je maar kunt verzinnen…”, “Ja, onder al die omstandigheden…”, “ZULLEN WE ONS KIND NOOIT UIT EEN REGENPLAS PRATEN!” “NOOIT” “Wij pakken ons kind gewoon op, geen gedonder, we zullen wel eens even zien wie er hier de baas is.” “Typisch van die slappe halverwege de dertigers met hun slappe opvoedtechnieken.” “Wat moet er van zo’n kind terechtkomen?”
We zijn drie jaar lateren er hobbelt hier een dreumes van 20 maanden rond. En af en toe betrappen we elkaar op zeer slappe opvoedmethoden. Als Nathan weer eens iets in z’n handen houdt wat ‘ie niet los wil laten. “Kom eens uit die regenplas” zegt een van ons dan tegen de ander, afhankelijk van wie de strijd met Nathan voert. En dan weet je weer dat je net even wat harder moet opvoeden. En is het de kunst om hem zelf uit ‘de regenplas’ te laten lopen zonder gemanipuleer. Of hem gewoon datgene uit z’n handen te trekken zodat het in een keer duidelijk is. In al z’n boosheid gooit ‘ie zich dan vaak achterover, flats de regenplas in.
Het is warm warm warm weer en hoe kom je je dagen dan beter door dan een beetje in de schaduw en af en toe de zon in een ligstoel te hangen met een stapel boeken en tijdschriften? Nou, je doet het nóg beter als je er een glas witte wijn bij drinkt. In mijn positie ben ik dus veroordeeld tot de iets slechtere variant.
Wat in mijn vorige blog een beetje onderbelicht bleef is het feit dat mijn moeder mij aan de alcohol heeft gezet. Dat ik op mijn veertiende al dagelijks aan de pleegzuster bloedwijn moest, heeft diepe sporen nagelaten. In positieve zin hoor, maar met dit weer dat eigenlijk zonder koude witte wijn niet door te komen is, is het afzien.
Vanochtend vreesde ik opnieuw zo’n lome dag met Nathan in een babybad en ik met m’n voeten erin met een enorme stapel tijdschriften naast me. Met een waterkan met schijfjes limoen en ijsblokjes en bevroren frambozen. En een schaal met verse meloen, kiwi, ananas en perziken. Ik hield het niet meer, op naar de Gall & Gall.
Alcoholvrije wijn klinkt net zo onnozel als een appeltaart zonder fruit, een cappuccino zonder melk, suikervrije suikerspinnen en vegetarische hamburgers, maar nu ik zo tegen de dertig loop begin ik me steeds minder aan te trekken van wat anderen er van zouden kunnen vinden. Dus ging ik niet eerst zelf op zoek maar vloog ik recht op de man af. En inderdaad was er één fles witte wijn in het assortiment dat geen alcohol bevatte.
Het is 12.49 uur en ik schrijf deze blog onder invloed. Onder invloed van een groot glas koude Carl Jung light. Er zit wel wat alcohol in, maar het voldoet aan de norm alcoholvrij; er zit maximaal 0,5% in. En onder invloed van mijn zwangerschapshormonen vind ik dit best te zuipen.
Ingedeeld onder: prenatale verwaarlozing, taaltaaltaal, zwangerschap | Tags: alcohol, echo, Limoncello, Moeders voor Moeders, prenatale verwaarlozing, rationele effectiviteitstraining, slagroom, taart, verloskundige, zwangerschap
Shit, waar is de echo? En dat staatje met de gegevens over m’n zwangerschap? Wat doet die ossenworst in m’n winkelwagen? Help, ik ben zwanger, maar ik denk er helemaal niet aan. O jee, een prenataal verwaarloosd kind.
Een kwartier later zit ik m’n angsten te bespreken bij de verloskundige. Die moet er best hard om lachen. Bovendien zat er een half uur geleden iemand op mijn stoel die precies hetzelfde verhaal had als ik. Dus zo uniek is het nou allemaal ook weer niet. Maar ik zit er toch maar mooi mee. Want toen ik in verwachting was van Nathan…
…even tussendoor: dit is een uitdrukking die vaak verkeerd wordt gebruikt. Er zijn mensen die zeggen dat ik zwanger was van Nathan, maar dat is verre van waar. Ook in dit nieuwe geval ben ik zwanger van KP en nu samen in verwachting van een tweede kindje. En niet samen zwanger, zoals onze kroonprins ooit eens stelde. Tot zover even een intermezzo over talige misverstanden…
Toen ik twee dagen in verwachting was van Nathan liep ik in de Albert Heijn alvast de schappen te zoeken met de luiers, zwitsal, olvarit (voor het geval dat, want dat ging ik natuurlijk nooit gebruiken) en alle andere babyhotseflots die je kunt verzinnen. Dat was nogal overdreven en onnodig, maar er hing een roze waas in mijn hoofd waar ik dit met mijn huidige verstandstoestand aan kan wijten en waar ik best een rationale effectiviteitstraining bij had kunnen gebruiken. Nu ben ik rationeel zo effectief dat ik broodjes filet americain eet zonder er bij stil te staan.
Prenatale verwaarlozing dus. Om nog meer ellende te voorkomen heb ik Moeders voor Moeders maar gebeld. En staan er nu kratjes in de wc met flessen waar ik al een paar weken keurig mijn plasjes in opvang. Zodat er nog een geheugensteun in huis is, die mij vertelt dat het beter is om van die fles Limoncello met 32 % alcohol af te blijven.
Ik ben echt niet onverschillig, of er van overtuigd dat het na een eerste keer een volgende keer heus wel weer goed zal gaan of schijnzwanger. Nee, niks daarvan en de echo laat zien dat het er echt zit. Volgens de wetten van de logica sta ik er nu ook wat minder onbevangen tegenover dan de vorige keer en vind ik het allemaal wat minder vanzelfsprekend en veel enger om weer door al die maanden en zo’n bevalling heen te moeten ploeteren. Maar ik kan me er gewoon nog niet zo goed een voorstelling van maken en ach, we hebben alle spullen al en als het een mannetje wordt is dat wel zo praktisch want dan hoeven we de Prenatal voorlopig ook niet meer in. Dat zou slagroom op de taart zijn.
Zwanger dus en ik ben hartstikke blij met de aanstaande geboorte van kindje D the second en zie uit naar een groeiend dik buikje. Dat zou namelijk ook erg helpen om deze prenatale verwaarlozing te stoppen.
En dit nog even: de vorige keer waren we heel politiek correct door een soort geheimhouding op te leggen aan iedereen die we het vertelden. En belden we iedereen op met de vraag of we even langs konden komen. Zeer correct. Not anymore, er komen al weer kaartjes binnen van mensen die ik het echt niet persoonlijk heb verteld. Dus mocht je het nu volgens deze o zo onvriendelijke weg vernemen: er zit niks achter, je bent echt niet de enige.