Weg met het gezin

KP associeert bepaalde dingen anders dan ik. Ik denk in leuke gezinsvakanties, KP denkt meer in hoe je ondanks alles toch nog een leuke vakantie kunt hebben als gezin. Voor KP is gezin en vakantie iets als een contradictio in terminis. Iets wat absoluut niet samengaat. Ik zoek weken naar een goede vakantiebestemming, KP heeft zich daar nog geen minuut mee bezig gehouden, terwijl het over twee weken al zo ver is.

Dit verschil tussen ons laat zich illustreren door de site www.wegmethetgezin.nl. Op die site zoek ik naar leuke plekken om als gezin naar toe te gaan. Ineens valt KP’s interesse me op. Die dacht echt even dat het een actiesite tegen het gezin was…

Het Vroege Vogels Hoorspel

- De stofzuiger. Die knoppen.

- De hark van de stofzuiger, of hoe noem je zo’n ding?

- Het snoer, de rolfunctie van het snoer.

- Z’n boekenplank. Eerst alle boekjes, waarschijnlijk zometeen het mandje met de vreemdevormenboekjes.

- Ja, daar hebben we ‘m al. En het boekje met de koe. Het varken, paard…

- De duplobak. O, nee, niet op de kop…!

- De ark van Noach, kun je de batterijen uit dat ding halen?

- Auto’s, de afstandbediening, boekje van Nijntje…

- Ehm… wat is dit?

- Hij zegt nijntje dus dit kan de laptop zijn.

- Maar daar kan hij toch helemaal niet bij?

- Sinds gisteren is ‘ ie handig met de kruk.

- Ga jij?

- De serviesla, nu moeten we tot actie over gaan

- Ga jij?

- Nee, ik ben er vannacht al twee keer uit geweest voor Jonas. Jouw beurt.

- Zucht… Nathan? Kom eens hier…

- Dat gaat niet werken…

En dan gaan we weer, om een uur of zeven. Achter Nathan aan.

Ouderavond

Enerverende avond achter de rug. Bambi had een ouderavond belegd. Het eerste deel van de avond stond er een film op het programma. De film van ons aller kinderen. Het tweede deel van de avond zou er worden geknutseld aan een sinterklaasverrassing voor ons aller kinderen. KP had zich dus al snel ‘ opgeofferd’ om een ander iets in onze agenda bij te wonen. En bij knutselen in groepsverband krijg ik ook bultjes, maar ik was ook zo nieuwsgierig naar een filmverslag van een dagje Bambi dat het knutselen te doen zou moeten zijn.

De leidsters hadden hun stinkende best gedaan om alle kinderen op film vast te leggen en dat was ook in de nieuwsbrieven aangekondigd. Geen wonder dus dat de ouders massaal waren toegestroomd en we met misschien wel tachtig ouders naar een film zaten te kijken waarin in 40 minuten verslag werd gedaan van een dag op Bambi. De meeste ouders zaten misschien wel tevergeefs te zoeken naar een glimp van hun kind, maar ik was al snel getuige van een ongeval tussen een trapauto en mijn zoon. De verdachte zat in de trapauto, hij minderde geen vaart terwijl tijd en afstand dat wel mogelijk maakten. Nadat mijn zoon tegen de grond was geslagen werd de scene kort onderbroken. Waarschijnlijk was de huilbui eruit geknipt, want de scene vervolgde zich terwijl de maniak nog vrij rondscheurde en Nathan al weer vrolijk met een speelgoedje op een ander kind intimmerde.

In deel 2 van de avond werden we aan tafels geplaatst om linnen tasjes te voorzien van een zelfgemaakte illustratie. Daar zit je dan: met allerlei volwassen mensen te tekenen en te kleuren met de stiftjes die die middag nog door de peutertjes aan gort zijn gekleurd. En echt, ik hoorde deze volwassen mensen dingen zeggen als “Mag ik van jou de blauw?”  en “Is er ook geel?”. Echt, ik kleur liever drie nijntjes alle drie knalrood met het risico dat mijn tekening nog het meest lijkt op een rode vlek, dan dat ik een andere kleur vraag. Ik bezit een iets wat KP beschrijft als een superbewustzijn en ik denk dat het klopt. Ik treed in dit soort situaties uit mijn lichaam en blijf er dan een poosje boven hangen. Mijn hele wezen brulde vanavond om mijn lichaam daar te laten verdwijnen en dat was het enige waar ik nog aan kon denken. Al wachtend op inspiratie die zich al snel openbaarde in de vorm van een over te trekken kleurplaat van Nijntje. Maar met zo´n superbewustzijn maak maak je het jezelf alleen nog maar lastiger, want terwijl iedereen gezellig keuvelt over elkaars kunstwerkjes word je een steeds vreemdere eend in de bijt. Dus gooide ik de Mexicaanse griep er maar in en probeerde subtiel te achterhalen wie de ouders van de jonge bestuurder waren. Dat leidde tenminste even af van gesprekken over welke kleur rood het het beste deed. Met dank aan Dick Bruna heb ik de avond uitgezeten. De man zou eens moeten weten hoeveel copyrights er vanavond weer werden geschonden. Zijn advocaat kan er een dag aan werken.

Was dit Amerika geweest dan was ik nu in een totaal ander soort mood. Dan was ik de rest van de avond écht op missie gegaan naar de ouders van de verdachte die mijn zoon aanreed. Wat heeft deze ervaring bijgedragen aan Nathans ontwikkeling? Hij heeft een enorme hekel aan zijn autozitje, maar nu wordt mij duidelijk waar deze aversie vandaan komt.  Misschien durft hij niet eens meer in de buurt van trapauto’s te komen, laat staan er in te zitten. Op zijn achttiende waarschijnlijk geen behoefte aan rijlessen, altijd met het ov. En dat alles vanwege de onopgevoedheid van een dreumes en de onoplettendheid van een leidster… Hoeveel zou je daar in de VS voor kunnen vangen?

Aan het eind van deel 2 werden de tasjes door de leidsters ingenomen en we zien ze zo rond 5 december wel weer via onze kinderen terug. Ik heb mijn handtekening er maar niet onder gezet. Misschien durf ik mijn creatie nog op beeld vast te leggen en hier te publiceren. Maar misschien is het ook goed om Nathan een tweede trauma te besparen door het verhaal achter de artiest achter het linnen tasje de doofpot in te doen.

Ten slotte: hulde aan alle kinderdagverblijfleidsters van Nederland. Wat een enthousiasme, geduld, betrokkenheid, creativiteit etc. gooien jullie in je werk. Dankzij jullie kunnen duizenden en duizenden ouders dagelijks in een bureaustoel achter een pc schuiven en hun werk doen. En daar moeten jullie waarschijnlijk weer niet aan denken.

Geklets

Poehee, het werkende leven is al weer in volle gang. KP vroeg zich tijdens mijn verlof wel eens af wat ik nou zo een hele dag deed, thuis, met Nathan. Ik vroeg me dat ook wel eens af. Maar er waren ook dagen die ik best wel kon terugvertellen. `Gewoon uitgeslapen, Nathan gebadderd, afgedroogd, gevoed, verschoond, een poging gedaan om te ontbijten, koffie gezet en nooit opgedronken, de afwas van drie dagen weggewerkt omdat ik er eerdere dagen niet aan toegekomen was, Nathan gevoed en verschoond, in de kinderwagen gelegd, een kwartier bezig geweest met de deur uit gaan, maar voordat we op de stoep stonden Nathan eerst weer verschoond en gebadderd omdat hij er helemaal onder zat, geprobeerd om mijn verlate lunch-wat-eigenljk-ook-nog-ontbijt-was naar binnen te werken, toen maar wat opgeruimd omdat we al weer bijna aan de volgende voeding toe waren, beetje vriendinnen lopen bellen, toen gevoed en verschoond, boodschappen gedaan en toen kwam jij al weer thuis.` En praten, heel veel praten, over niks.

KP heeft inmiddels twee papadagen achter de rug. Het is raar, maar hij presteert geloof ik meer op zo’n dag dan ik. Hoewel hij wel ontzettend goed op de hoogte bleek van de wielrennerij in Frankrijk en eerlijk toegaf dat ‘ie met Nathan naar niet nader te noemen kinderprogramma’s had zitten kijken.

Ik keek altijd met Nathan naar Jamie Oliver, zo’n herhaling op een tijdstip dat je nog niet aan zijn ´lovely chilli´s, marvellous potatoes and amazing basil´ moet denken en ik vaak nog bezig was om dat ontbijt of die verlate lunch-wat-eigenljk-ook-nog-ontbijt-was weg te werken. Dan voerde we gesprekken in de trant van::

- Kijk Nathan, Jamie Oliver is op tv. Weet je nog, daar hebben we vorige week ook naar gekeken!

- kwokkwok

- Vorige week eendenborstfilet met shii-take in een vreemd sausje. Even kijken wat het nu weer is.

- glokglok

- Dat gerecht van vorige week heb ik niet gemaakt omdat er rode pepers in zaten. En dat mag niet van de WV.

- heheheheeeee

- Je kunt het hem niet kwalijk nemen dat ‘ie niks met moedermelk maakt. Ik denk dat hier maar weinig baby’s naar kijken. Bovendien komt alles wat ‘ie maakt vanzelf in de borstvoeding terecht. Je komt dus echt niks tekort.

- hehehehehehehehe

- Nouja zeg, hij kan er ook niks aan doen dat ‘ie slist. Zijn ouders hebben ‘m gewoon nooit naar een logopedist gestuurd.

- blopblopblmmmmmm

- Ja, ik ben wel bij de logopedist geweest. Maar ik sliste niet zo erg als hij. Maar hij kan weer veel beter koken dan ik

- gnrrrrrrrrknor-ssssssss-knor-ssssssssss

En zo sputterden we samen met Jamie nog een poosje door. Omdat ik elk geluid dat ‘ie maakt erg leuk vindt en hij die onzin van mij blijkbaar ook. Het maakt hem niet zoveel uit wat je zegt, hij lacht toch wel zolang je het maar heel lief tegen hem zegt. Van KP ving ik eens “Ik draai je nek om” op. Het klonk echt heel lief, maar ik ben toch maar even gaan kijken. Hij bleek bezig om z’n hoofdje de andere kant op te leggen omdat ‘ie het liefst alleen maar naar links kijkt. En dan herstellen we het evenwicht weer even door z’n hoofdje om te draaien.

Soms laten we ‘m het hele huis zien (nouja, zo groot is het niet) met extra aandacht voor de boekenkast en de keuken omdat we die twee dingen erg belangrijk vinden voor z’n verdere ontwikkeling. “Kijk, dit is een afwaskwast, maar tegen de tijd dat je daar iets mee zou kunnen, heb je het niet meer nodig. Dan hoef je alleen nog maar de vaatwasser in- en uit te ruimen. En daar heb je geen kwast voor nodig.” Bijvoorbeeld. Of: “Dit is de plank met jouw boeken, daar kun je het beste zo snel mogelijk mee beginnen. Voel maar even.” En: “O, betekent dat dat je nu al een abonnement op de Donald Duck wilt? KP, we hebben NU een abbo op de Donald Duck nodig.” En dan lacht ‘ie zo’n leuk lachje.  En probeer ik al Nathans acties in mijn voordeel uit te leggen. Hoewel dat abonnement op de Donald Duck er nog steeds niet door is.

Het is wel even wennen om op m’n werk weer met volwassenen te communiceren. En soms zeg ik nu tegen Nathan dingen als “Ik vind jouw gehuil vandaag exuberant”, maar dat kan hem niet zo heel veel schelen.

Zus en allemaal beestjes

Volgende week is het al zover, dan is mijn verlof voorbij. Ik ga dan drie dagen werken. KP heeft één papadag en de andere twee dagen past Zus op. Maar o wee, is het daar wel veilig in huis? Vandaag begon ik aan een risico-analyse en help, ik durf niet meer.

Ik begon om een uur of drie met inventariseren. De lijst is eindeloos en hoe langer ik er mee bezig ben, hoe angstiger ik word. Nathan zou verstrikt kunnen raken in een koordje van de raamdecoratie. Hij zou een toiletblokje kunnen eten. Hij zou met een touwtje van zijn capuchon bovenaan de glijbaan kunnen blijven hangen. Hij zou kunnen snuffelen aan een afvalbakje in de badkamer. Hij zou in de wasmachine of de droger kunnen klimmen. Hij kan een plastic zak over z’n hoofd trekken. Nu misschien nog niet, maar eens is de eerste keer en dat kan net bij Zus zijn.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de gezondheidsrisico’s. Ziektekiemen, ze zijn overal. Aan de ongewassen handen van Zus, aan de vieze neus van Nicht of via het aanhoesten van Neef. En maximale blootstelling als Zus de zakdoek of het washandje voor Nicht nog eens bij Nathan gebruikt. Verder zou Nicht of Neef Nathans speelgoed mee kunnen nemen naar de wc en daarna weer aan Nathan kunnen geven. Handen wassen na het plassen moet er nog weer even ingeramd worden bij Familie. Nathan zou per ongeluk aan een wildvreemde fopspeen kunnen sabbelen. Sterker nog, de ring zou los kunnen raken waardoor ‘ie de rest van de speen doorslikt.

En dan moeten de traptreden nog tussen de 8,9 en 23 cm hoog zijn. Zus heeft zojuist een meting gedaan waarna ik de trap officieel heb goedgekeurd.

Het mag een wonder heten dat Zus al vijf kinderen van boven de drie heeft rondlopen. EN dat Nathan al bijna 12 weken is terwijl ik die lijst nu pas onder ogen krijg. Met Zus al vast wat afspraken gemaakt. Geen kleding met touwtjes, biologisch afbreekbare blokjes voor in de wc-pot, geen afvalemmertjes in toilet of badkamer, geen speelgoed mee naar het toilet, handen wassen na het plassen, ramen en deuren op alle verdiepingen sluiten, zakdoeken voorzien van naamlabel, idem dito voor spuugdoeken en slabbetjes, bij ziekte van wie-dan-ook-maar de zieke in kwestie in quarantaine leggen en Nathan een verdieping lager plaatsen. Geen wildvreemde spenen in huis. Opnieuw een schier onuitputtelijke lijst.

Brrrrrrr, ik vind het supereng. Maar ik geloof dat ik hier thuis ook nog het een en ander te doen heb.

Consultatiebureau deel 1

Ik maak hier maar een deel 1 van, omdat het bezoekje van gisteren veel beloofde voor de volgende bezoekjes. Er komt in de toekomst vast nog een deel 2 en deel 3. Vandaag dus het eerste bezoek aan het consultatiebureau. Wat een belevenis.

Het consultatiebureau zit in een oude school. In de gang staat een file kinderwagens. Het instituut zelf is een doodenge ruimte vergelijkbaar met het speellokaal van mijn oude basisschool. Achter een bureautje zit een hooggeblondeerde Anita en achter en op de tafeltjes en stoeltjes zitten ouders tegen kinderen te pruttelen. Of rennen, springen en huppelen achter het kroost aan dat hen volkomen negeert. Verder staren de ouders een beetje naar elkaar en elkaars kinderen, staren de kinderen wat naar elkaar en naar kleurvlakken op de muur en als er één begint te brullen gaat het als een soort van wave door de ruimte. De rammelaars en bijtringen gaan van mond tot mond.

Het begon een beetje stroef. Toen ik binnenkwam werd ik door die Anita begroet met ‘Neten?’. Ik snapte er niks van, dus zei ik maar ‘nee’ en liep door. Maar ze keek me  nogal streng aan en toen bleek dat ze Nathan op een soort van Engels uitsprak. Daarna werd ze pissig omdat Nathan als Pieter geregistreerd staat en het had maar weinig gescheeld of Nathans roepnaam was door haar persoonlijk gewijzigd in Pieter. Omdat dat z’n eerste naam is. Tja, praktisch is anders, dat snappen wij ook, maar we gaan er wel zelf over.

Nathan mocht uit z’n kleren en gewogen en gemeten worden. “De arts komt je zo halen”. Het spreekuur liep een uur uit. Dus was ik in plaats van 14.45 om 15.45 aan de beurt. Nathan houdt niet zo van bloot zijn dus dit was een dieptepunt in de vier weken dat hij er nu is. Wachten heeft twee kanten. Enerzijds is het heel naar, maar anderzijds biedt het weer voldoende aanknopingspunten om zo’n blog te schrijven.

Een onguur uitziend mannetje met een roze babydochtertje maakte ruzie met de Anita. Of eigenlijk andersom. De Anita maakte ruzie met hem. Omdat er iets niet klopte met de vaccinaties. Maat die fout had ze zelf gemaakt. Het ongure mannetje aan de ene kant van de zaal, de Anita aan de andere kant en zo brulden ze over de hoofden van de ouders en de kindertjes heen. En zo staarden we even niet naar elkaar, maar naar het ongure mannetje en de Anita. Fijn, die afleiding.

Daarna kwam er een gezinnetje binnen dat er pas volgende week hoefde te zijn. Dat had de Anita telefonisch niet goed doorgegeven. Er kon nog net een sorry van af, maar echt menen deed ze het geloof ik niet. Pa en ma hadden net beiden een vrije dag genomen om de eerste vaccinatie te kunnen fotograferen en filmen en weet ik wat allemaal, maar nu moeten ze volgende week weer een vakantiedag opnemen. Dankzij de Anita, die verder ging met het vijlen van haar nagels. De wijkverpleegkundige, die beter bekend staat als de WV, kwam haar afleiden met een rol volkorenbiscuitjes en daar leuterden ze tien minuten over. Zodat haar spreekuur ook weer tien minuten uitliep. 

En er kwam een krakerstypetje dat op de Anita inhakte en zo bleef het nog een enerverende middag. Haar afspraken klopten ook niet, maar zij hakte er meteen met de botte bijl op in en dat had succes. De Anita ondernam iets sneller actie en het was duidelijk dat ze onder druk toch wel in de gaten kreeg dat die computercursus misschien nog niet zo’n gek idee was.

“Moeder van Neten, wat duurt het lang hè?” zei ze met een wat vermoeide stem. Of ze had een chronisch gebrek aan energie of het interesseerde haar echt niet. “Geeft niet, ik heb nog tot 8 juli verlof en ik heb tot die tijd voldoende voeding bij me”. Het beste antwoord dat ik kon geven. Er waren ook nog wat Ondiepse moeders die luidruchtig verkondigden dat het er altijd zo aan toe ging. Waar de Anita gewoon bij was. En dat ik bij de volgende afspraak gerust een half uur later kon komen. De Anita vijlde lekker door.

Toen kwam eindelijk de arts binnen om ons uit die ruimte te bevrijden. De arts vroeg, alsof ze alle kennis van de wereld had ontvangen, of ik nog vragen had. Maar al gauw bleek dat ze ‘s ochtends maar één soort antwoord had geactiveerd: ”Ja, dat zul je gewoon moeten uitvinden.” En echt dringende vragen als ‘waarom zitten er broekzakken in een babybroek’ heb ik maar achterwege gelaten want dat kan ik dan ook wel zelf uitvinden.

Toen liet de arts ons weer gaan en mocht Nathan eindelijk z’n kleren weer aan. En kon ik het niet laten om de afspraak die ik al voor half juni had staan nog even te verzetten. Gewoon om het de Anita nog even lastig te maken. En dat was het ook, want ze moest er nog flink wat voor uit de kast halen, waaronder de WV die nog steeds op haar volkorenbiscuitjes knabbelde.

Op de terugweg zag ik drie kinderen zand in een rode brievenbus scheppen. Dat krijg je van zulke consultatiebureaus en Anita’s. Ik sprak hen streng toe en toen leegden ze hun handen vol nieuw zand op de stoep. Iemand moet toch de verantwoordelijkheid nemen voor de kindertjes uit Ondiep. Vanochtend lag de telefooncel weer aan diggelen. Misschien was dat zand in die brievenbus toch beter tijdverdrijf geweest.

Wat zegt de goudvis?

Een heel vroege herinnering van mij schijnt niet te kloppen. Ik herinner me dat ik in een ledikantje lig in een zus-en-zo-ingerichte kamer en dat er iemand op mij past die een afgrijselijk Fries liedje zingt (Suzenane Poppe, Karla leit yn ’e groppe, heit en mem sa fier fân hûs – en de rest heb ik nooit gehoord omdat ik na deze regel standaard in huilen uitbarstte). Volgens mijn moeder kan dit niet omdat ze de inrichting niet kent en er nooit iemand op mij gepast heeft. (Echt niet!)

Deze kwestie kwam dit weekend ineens weer bij me op. Omdat ik bang ben dat Nathan zich dingen uit deze periode gaat herinneren. KP en ik lopen sinds kort namelijk als twee goudvissen door dit huis. Allemaal in het kader van Nathans ontwikkeling. Ik las ergens iets over gezicht, baby, mond langzaam open en dicht bewegen, focussen en voilá: bij een leeftijd van ongeveer een maand doet een baby dat na.

Eergisteren gebeurde het: Nathan deed met ons mee. En toen overviel me plotseling de angst dat hij alleen maar meedoet om ons een plezier te doen. Dat ‘ie iets denkt in de trant van ‘Die lui zijn niet lekker, maar zie ze nou eens blij zijn als ik meedoe’. Ik kan me niet van de idee onttrekken dat baby’s zich maar een beetje van de domme houden en zich inwendig bescheuren om alle oooooh’s en aaaaah’s om zich heen.

Daarom hou ik me een beetje in. Bovendien ben ik niet zo’n expressief type. Ik observeer liever. En dan blijkt dat bij mensen met kleine kinderen elke vorm van gêne wegvalt. Toen we vandaag op het consultatiebureau* kwamen hebben Nathan en ik met open mond al die andere ouders en baby’s gadegeslagen. Naast een paar goudvissen zwommen, vlogen en liepen er genoeg types rond om een fatsoenlijke dierentuin compleet te maken.  Er liep een vader als een olifant achter z´n zoon aan die de duplo volgens mij veel interessanter vond. Een moeder piepte als een pinguïn tegen het kindje voor haar op tafel en een andere moeder zong een liedje waarbij ze alle dieren uitbeeldde (“ze mogen zeggen wat ze willen maar de olifant / die heeft de dikste billen van het hele land / (de beweging was volslagen overbodig) en de giraf die heeft de langste ne-e-ek / en het nijlpaard heeft de grootste bek-bek-bek”). Het kindje benaderde de grootte van Nathan en keek minstens een kwartier volledig gebiologeerd naar het gele vlak op de muur.

Waarschijnlijk heeft het gewoon z’n tijd nodig en spring ik bij de volgende afspraak als een kangoeroe het consultatiebureau binnen. Met Nathan in een buideltje voor me.  Dan zal ik dat hier ook wel zonder gêne melden.

* Later meer over het consultatiebureau. Een belevenis op zich.

India: here we come!

Een van de meeste gevoerde discussies in dit huis gaat over de vakantiebestemming. Voor KP geldt elke vakantie waar een zeil aan te pas komt als een goeie bestemming als de windkracht hoger is dan 4. Ik wil het liefst veel zon met niet teveel wind. KP vindt de Friese meren al mooi zat en een beetje regen kan dan geen kwaad. Doe mij maar Italië, dan ben je er in juni vrijwel zeker van dat het met het weer wel snor zit.

Om uit deze discussie te komen, hebben we nu beiden een troef in handen: Nathan. En dus wordt het India. Kijk maar:

http://player.nos.nl/index.php/media/play/tcmid/tcm:5-373382/

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.