Weg met het gezin

KP associeert bepaalde dingen anders dan ik. Ik denk in leuke gezinsvakanties, KP denkt meer in hoe je ondanks alles toch nog een leuke vakantie kunt hebben als gezin. Voor KP is gezin en vakantie iets als een contradictio in terminis. Iets wat absoluut niet samengaat. Ik zoek weken naar een goede vakantiebestemming, KP heeft zich daar nog geen minuut mee bezig gehouden, terwijl het over twee weken al zo ver is.

Dit verschil tussen ons laat zich illustreren door de site www.wegmethetgezin.nl. Op die site zoek ik naar leuke plekken om als gezin naar toe te gaan. Ineens valt KP’s interesse me op. Die dacht echt even dat het een actiesite tegen het gezin was…

Wasstraat

In de categorie ‘Wat je beter niet kunt doen met een dreumes’ de volgende: de wasstraat nemen. Nooit over nagedacht natuurlijk dus reed ik vanmiddag gedachteloos de wasstraat in. Bij fase 1 hoorde ik al wat licht gejammer op de achterbank. (Twee wasstraatwassers die de auto natsproeiden en inzeepten.) Toen begon ik me al af te vragen hoe we het einde van de wasstraat zouden halen. Bij de tweede fase met die grote borstels was het hek van de dam. Logisch.

Het is bespottelijk wat je allemaal verzint om een kind gerust te stellen. “De auto gaat even douchen. Net als jij wel eens gaat douchen. Kijk, lekker shampoo op de auto, even inzepen, net als met jouw haartjes. Nu wordt de auto weer lekker schoon gespoeld. Allemaal water erover. Nog meer water, nog meer water. En nu weer lekker zeep erover en onder de douche. Kijk: grote borstels. Die gaan de auto goed wassen. Zeg, zie jij ook ergens koeien? Of een paard? Hee, wat zegt het varken eigenlijk? Nu met de föhn afdrogen. Zie je? Al het water wordt er afgehaald. Daar, een rood verkeerslicht. Nog steeds rood, nog steeds rood. Nu moeten we wachten. Nog steeds rood. Let op: als ‘ie groen wordt mogen we doorrijden. Jaaaaaa, we mogen doorrijden. Wat is de auto lekker schoon!’

Nathan bleef maar om z’n vader jammeren. Ik maak me op voor een gebroken nachtje. Jammer.

Zielig

Ik kom gewoon niet meer aan bloggen toe met twee kinderen. Wanneer moet ik dat inplannen? Kind twee heeft net een fles achter de plek waar z’n kiezen ooit komen te zitten en ligt nu, na daar ongeveer twaalf uur tegen gevochten te hebben, in z’n bed. En kind een is zo enthousiast over z’n nieuwe dekbed dat ik die vanavond ook niet meer verwacht. En ik heb er maar twee. Hoe doen mensen dit die drie, vier, vijf of nog meer kinderen hebben verzameld? Zijn die zielig?

Het ligt vast aan m’n hormonen, want momenteel vind ik heel veel mensen en dingen zielig. Veel zieliger dan normaal. Een zieke hond die niet op ‘n pootjes kan staan is zielig. Een kat die door een rotje in z’n kont dood is gegaan is zielig. Baasjes van katten die door een rotje in hun kont zijn omgekomen zijn ook zielig. Al die geitenboeren die hun geiten afgemaakt zien worden zijn zielig. Erben Wennemars is zielig nu hij geen startbewijs heeft voor de Olympische Spelen. En Marianne Timmer had ik een medaille in Vancouver ook gegund, dus met haar heb ik ook erg te doen (ik ga er al vanuit dat ze geen kans maakt na die valpartij, ook al heeft ze zelf goede hoop).

Qua wereldleed is er genoeg te bedenken hoewel je er niet eens zo ver voor de deur uit hoeft. Zelfs kindertjes die bij Bambi achter een raam op hun ouders staan te wachten (als was het een Bulgaars weeshuis) zijn zielig. Kinderen in Bulgaarse weeshuizen zijn ook zielig trouwens. Nathan is zielig omdat ik ‘m niet meer zo veel aandacht kan geven als in het tijdperk b.j. (before Jonas), en omdat Jonas wel een speen in z’n mond mag maar hij hem telkens moet inleveren. Nathan is zielig omdat ‘ie gewoon naar Bambi moet terwijl ik dan met Jonas lekker thuis wat aan het cocoonen ben (de rekening komt toch wel). Nathan is zielig omdat er heel veel cadeautjes voor Jonas zijn. Hoewel er ook heel veel visite komt die iets voor hem meeneemt. Ik vind Nathan ook zielig omdat ‘ie nog niet op een slee door de sneeuw getrokken is. Hij is zielig omdat ik meedogenloos ben wat z’n middagslaapje betreft. En meedogenloos als het gaat om al die dingen waar hij wel en niet aan mag zitten. Meedogenloos ook als het al acht uur is geweest en hij echt z’n bed in moet.

Maar het allerallerzieligst is Jonas. Jonas is zielig omdat ‘ie niet van elke dag dat hij leeft vijftig foto’s van zichzelf heeft. De batterij van de camera is al een week leeg en ik heb nog steeds niet echt goed gezocht naar de oplader. Bij Nathan hebben we een fotoselectie gemaakt, dat wel, en nu heeft hij van zijn eerste jaar al een heel dik fotoalbum vol met foto’s. Hij is nog geen twee! Als laatste van een gezin met zes kinderen heb ik zelf een armetierig fotoalbum waarin ik op pagina 12 al puber. Ik puberde niet vroeg, mijn ouders hadden het na vijf kinderen gewoon wel gehad met fotograferen. Blijkbaar was het bijzondere er wel af. 

Jonas is ook zielig omdat ‘ie afgedragen kleren van Nathan draagt. We hebben wel wat nieuwe gekocht, maar dan nog kun je je over twintig jaar afvragen wie dat babietje op de foto is. Want dat boxpakje hebben ze allebei aan gehad. Jonas is zielig omdat er om praktische redenen niet zo veel met ‘m geknuffeld wordt als met z’n broer toen die zo oud was. Af en toe moet ‘ ie het maar gewoon even zien te rooien in de box of in z’n bed. Wat ook zielig is is dat er de hele dag een jengelend kind een speen in z’n mond probeert te proppen zonder dat ‘ie daar behoefte aan heeft. Nathans sirene gaat elk half uur wel een keertje af omdat ‘ie koekjes uit de la probeert te trekken en ik de koekjes weer uit zijn handen trek. Dat moeten Jonas’ oortjes ook maar accepteren. En verder trekken z’n fontanelletjes bijna scheef omdat z’n broer ‘m kopstoten geeft die voor kusjes door moeten gaan. Jonas is zielig omdat ‘ ie af en toe gewoon voeding uit een pakje krijgt, bij Nathan hield ik enkel en alleen borstvoeding wel drie maanden vol.

En ik ben ook een beetje zielig. Omdat je zo enorm geleefd wordt als je borstvoeding geeft. En een glas wijn drinken zo ingewikkeld is. Omdat er overal in Nederland in de afgelopen weken ontzettend veel sneeuw is gevallen, behalve in Utrecht. Omdat je op het Henschotermeer en bij Eernewoude al mooie tochten kunt schaatsen, maar ik daar nog geen energie voor heb. Uberhaupt dat de strengste winter sinds tijden net na het bevallen moet vallen. Zielig ook omdat er aan kraamperiodes een eind komt. Zo langzamerhand begint iedereen weer te verwachten dat ik weer normaal mee ga doen. En KP is zielig, omdat ik hem helemaal niet zielig vind.

Dagdag kraamzorg!

Dagdag kraamzus, welkom nieuw leventje met twee kindertjes. Het is even wennen, zo zonder kraamzorg in huis. Iets meer dan 24 uur geleden hebben we haar uitgezwaaid, maar ik snak nu al weer terug naar het totale gebrek aan privacy als je zit te plassen, staat te douchen of een thermometer in je kont krijgt. Want wauw, wat staat er een hoop tegenover!

De kraamzorg begint zodra ze je huis is binnengestapt. Ze loopt dan in een rechte lijn naar het wiegje en ropt al die dekentjes eraf waar je zelf minstens een half uur aan gewerkt hebt om het er een beetje strak uit te laten zien. Dan gooit ze alles er gewoon weer zo op als jij het er ook op had gelegd. Een bizar ritueel. Er is geen weg meer terug en in de komende dagen onderwerp je je in al je labiliteit aan dit vreemde regime.  Daar moet je wel labiel voor zijn, anders zou het niet in je hoofd opkomen. Behalve als je zo’n hoofd hebt als ik, want ik weet: deze week worden eindelijk de badkamer en de wc weer eens goed schoongemaakt. Elke ochtend ontbijt op bed, creabea fruithappen op Michelinniveau en mooi rechte stapeltjes kleren in de kast. Dat ik nu eerst een kwartier in die kast sta te ploegen voor ik dat ene vestje heb gevonden, heb ik er graag voor over.

Kraamzorg is nogal confronterend. Het confronteert met rare gewoontes en het totale gebrek aan efficiency op onze 100 vierkante meter. Op hoeveel graden we wat wassen, wat er bij de witte was in mag (Huh? Alles toch?), waar we de babynagelvijl bewaren (ehm… bij de Albert Heijn in de schappen?), hoeveel boter ik op m’n brood wil en bij welk beleg ik wel en bij welk geen boter wil (als ‘t van zichzelf plakt heb je toch geen boter nodig?), of ik de kleertjes van Jonas ook gestreken wil hebben (shock!) en waarin ik wanneer zin heb (tompoezen, elk uur eentje, is dat het goede antwoord, zus?).

Om acht uur stond ze voor de deur en dan ging het circus weer gesmeerd. Eerst mijn ontbijtwensen, een schone luier voor Jonas, een schone luier voor Nathan en dan mijn ontbijt met een kop thee en een glas karnemelk. Vanuit m´n bed de geluiden van de stofzuiger, de wasmachine, het uit- en inruimen van de vaatwasser, een lust voor het oor. Een nieuwe kop thee, een vijfsterrenfruithap, een uitgebreide lunch, een karaf Karvan Cevitam. Beschuit met muisjes, zoveel en zoveel knoeien als ik wil. De stofzuiger komt toch wel weer langs. En als je dat wilt elke dag schoon beddegoed. De wasmachine draait wel, de kraamzus hangt de boel te drogen, vouwt weer mooie stapeltjes.

En nu staan we er weer alleen voor. Wie nog een beschuit met muisjes wil, krijgt er een pizzabord onder. Met een flinke laag boter om het maar zo goed mogelijk te laten plakken. De wasmachine draait echt niet meer elke dag. Sterker nog: het ding is momenteel bezig zijn laatste adem uit te blazen en dus gaan we spaarzaam met ‘m om. De vaatwasser proppen we maar weer helemaal vol voor we ‘m aanzetten want uitruimen is geen pretje. Vooral niet als Nathan er naast staat.

Het is net als met kinderen: kraamzussen neem je niet, die kríjg je. Ik denk dat ik wel elke acht dagen zou willen bevallen om permanent een kraamzus te kunnen krijgen. Gelukkig krijg ik met de dag weer meer verstand terug.

Moederverbod op zaterdag

Op zaterdagmiddag mijd ik winkelen als de mexicaanse griep. Op zaterdag wil je namelijk niet in de buurt van een winkelcentrum komen. Vooral niet met een buggy. Dan vragen mensen zich ongegeneerd hardop af waarom al die mensen met die buggy’s in vredesnaam op zaterdag de stad in moeten. En mensen met rolstoelen idem dito. Weg met alle kreupelen op zaterdag, de Oude Gracht is aan het valide volk.

Winkelen op zaterdag is de hel op aarde. Dat denk ik tenminste. Als ik aan de hel denk, verwacht ik zoiets als hordes op elkaar gepakte mensen die alleen op eigen gewin uit zijn en niets en niemand sparen om hun doel te bereiken.  Ik zie beslist geen brandstapels en hete vuren voor me. Ik zou het veel erger vinden als er in de hel 24 uur per dag op z’n zaterdags zou worden gewinkeld. Maar dat zeg ik met de kennis van nu.

Toch zijn er momenten dat zelfs ik er niet onderuitkom. Want gemiddeld vier keer per jaar heeft KP iets nodig dat uit het centrum moet komen en daar heeft hij mij voor de gezelligheid bij nodig. Of meer voor de solidariteit. Om samen zo’n nare ervaring mee te maken. Gelukkig is KP een man die zeer economisch (qua tijd dan) kan winkelen. Die maakt thuis al een route langs de winkels waar we heen moeten en waar er wat en hoeveel moet worden ingeslagen. Als er op dat lijstje geen trui staat, dan wordt er die middag ook niet naar een trui gezocht. Superhandig, ik zou willen dat ik zo in elkaar stak.

Toch hebben zaterdagse winkelsessies ook prettige kanten. Dan bedenk je dat het fijn is dat je dertig en zelfstandig bent. En niet 14 en met je moeder. Vanmiddag moest ik op zoek naar een bepaald type t-shirt voor een bepaald type man. Niet mijn man trouwens. Het hele pand stond vol met moeders en zoons. Van die zoons die net de kinderafdeling ontgroeid zijn en dan in zo’n rare tussenfase komen. Dat je graag coole spijkerbroeken aan wilt, maar dat ze nog niet in jouw maat bestaan. Dat is extreem frustrerend. Ik heb die fase ook gehad. Mijn moeder zocht op mijn veertiende stad en land af naar een passende bh voor mij, maar moest uiteindelijk tot mijn grote teleurstelling concluderen dat ik eerst nog wat meer borsten moest krijgen.

Vanmiddag voelde ik me diep verbonden met zo’n veertienjarig joch met een begriploze, bemoeizuchtige moeder. Waarschijnlijk had ‘ie z’n moeder al 500 meter lang kunnen weerhouden van de V&D, de Duthler en de Bentex en had hij haar eindelijk in een grotemannenwinkel kunnen pushen. Maar daarvoor moest hij heel wat verdragen. Elk voorstel brak ma tot de grond af. En bedacht dan zelf weer een of andere leuke combinatie waar zoon niets voor voelde. “Kijk, dan doe je hier de mouwtjes (!) van omhoog en dan piepen de mouwtjes van het overhemd er zo leuk onderuit.” Gegeneerde blik van zoon. Chagrijnige reactie van moeder. Plaatsvervangen schaamtegevoel bij mij. En dan een verkoper die de boel probeerde te redden. Want die wou natuurlijk zoveel mogelijk verkopen zonder klanten te verliezen. En die zoon wou alleen de capuchontrui, zonder van die onderuit piepende mouwtjes. Lastige klus als je in zo’n winkel nog advies moet geven.

Ik weet niet waar ze mee thuis gekomen zijn. Ik overwoog heel even om in te grijpen. Of die puber als mijn broertje te adopteren. Maar ik denk dat ik die dame ook niet aan had gekund.  Vanaf deze plek durf ik Nathan al te beloven dat ik nooit zo zal worden. En mocht dat wel gebeuren, dat treedt automatisch de vorige regel in werking. Ik wil nóóit zo worden. Om zaterdagmiddag zou je de winkelstraat tot verboden gebied moeten verklaren voor moeders. En dan vooral van die moeders met zoons en dochters die de middelbare school hebben bereikt. Die lui moeten echt leren inzien dat je je kind niet eeuwig in jouw smaak kunt dwingen. Eens houdt het op. Ik neem het er ondertussen nog even van. Toch nog iets voor Nathan gescoord in de tweedehandszaak. Tot nu toe nog geen protesten gehoord.

Balans van een jaartje mama Dee

Door alle verhuisperikelen en het ontbreken van een goeie internetverbinding heb ik hier nog geen verslag uitgebracht van de happening van dit jaar: de eerste verjaardag van Nathan. Maar omdat dat eigenlijk aan Nathan voorbij ging was een andere happening die dag veel belangrijker: 1 jaar mama Dee.  Want Nathans verjaardag zat vooral tussen mijn oren.

Nathans verjaardag verliep net als andere dagen. Hij brulde ons wakker, hij  mocht bij ons in bed komen liggen, KP pakte een koffer in want hij bleef een nachtje weg en vertrok om half tien naar z’n werk. Geen cadeautjes en geen ontbijtje op bed. Want wat geef je een kind dat 1 jaar wordt? Dat wisten we niet en tot op de dag van vandaag heeft hij nog geen cadeautje gehad. Behalve dan een boek, want Nathan krijgt op drie momenten in het jaar een boek: met zijn verjaardag, met de kinderboekenweek en met Sinterklaas. We hebben eens mensen gekend die zo’n hekel aan McDonalds hadden dat ze hun kinderen eens per jaar de stad in namen waar ze dan allemaal een cadeau en een boek mochten uitzoeken. Dat was hun McDonaldsmoment. Dat vonden wij een fantastisch idee en namen ons voor om dat voorbeeld te volgen als we ooit kinderen zouden krijgen. Maar af en toe hebben we zelf best zin in een McMenu dus vooralsnog komt het er nog niet van. En gezien het tempo waarin Nathan leest is ‘ ie ook nog niet echt aan een vierde boekmoment toe.

Om 7 uur dacht ik: een jaar geleden zaten we nu in het ziekenhuis, om 8 uur dacht ik: een jaar geleden werd nu het infuus bij me ingebracht, om 9 uur dacht ik: een jaar geleden dacht ik “over 12 uren zitten we er vast anders bij” , om 10 uur dacht ik: een jaar geleden vond ik de weeen nog best vol te houden, om 11 uur dacht ik: zo suf, Nathan ligt op z’n verjaardag gewoon te slapen, om 12 uur dacht ik: laat ik maar wat slingers op gaan hangen, om 13 uur dacht ik aan al die appelstroop die aan de kinderstoel en de tafel zat, om 14 uur dacht ik aan die dame die een jaar geleden over de ruggenprik kwam zeuren en die ik resoluut de deur wees, om 15 uur dacht ik: een jaar geleden smeekte ik om een ruggenprik en om 15.22 stak ik een kaarsje op een cakeje aan en filmde ik Nathan die een cakeje oppeuzelde. En dacht ik aan alle kruimels op de grond en dat KP daar vanavond niet met de stofzuiger langs zou gaan omdat hij een nachtje buiten de deur sliep.

Toen Nathan z’n cakeje ophad hebben we een poosje met een ballon gespeeld en als avondeten kreeg ‘ ie iets met bruine bonen, omdat ik weet dat ‘ ie dat erg lekker vindt. Daarna tandenpoetsen en naar bed. Einde verjaardag. Op zaterdag kwam de visite: familie en vriendjes om mee te spelen en de rest van het weekend kwamen er ook dagelijks nog mensen binnendruppelen. Nathan was erg jarig geweest en als zijn moeder kon ik dit jubileum met een goed gevoel afsluiten. En de balans opmaken van een jaar moeder zijn.

Tijdens m’n zwangerschap ontdekte ik dat er geen enkel boek over zwangeren bestond dat ik leuk vond. Alles was enorm overdreven, rozewolkerig of angstaanpraterig en ik las zo’n boek omdat ik ingewikkelde vragen had die geen enkel boek heeft kunnen beantwoorden. En ik nam me dus voor om daar zelf maar eens een boek over te gaan schrijven. Maar dat plan heeft het nog steeds niet gehaald. Maar nu ik na een jaar de balans op kan maken van een jaartje moeder zijn is dat misshien ook wel niet zo geschikt. Omdat niemand echt behoefte heeft aan mijn roze wolk verhaal waarin alles eigenlijk een makkie is gebleken. Want Nathans eerste jaar was een makkie. KP en ik kunnen over ‘m blijven praten en we vragen elkaar wel eens iets in de trant van: vind je dat ik teveel over Nathan praat, maar eigenlijk vinden we nooit dat we teveel over ‘m praten. Het heeft ons leven natuurlijk wel anders gemaakt, maar het heeft het nooit lastiger gemaakt. We hebben ons nog nooit afgevraagd waar we aan begonnen zijn, want er is niets wat tegen hem opweegt. Het is meer een organisatorische rompslomp en voor mensen zoals wij, die van een beetje chaos houden, is dat best overkomelijk.

Zaterdag liepen we in Utrecht een winkel in en een medewerkster kwam Nathan bewonderen. Ze vond ‘ m echt goed gelukt, met z’n mooie blauwe ogen en z’n blonde haar. Ze vond ‘m erg mooi en dat vertelde ze op een aantal manieren. Ze was van het type waarvan ik het leuk vind dat die zoiets vindt. En waarvan ik sneller aanneem dat het ook echt zo is. Ik groeide in m’n trots en KP leek ook een paar centimeter langer. Goed gelukt, het klinkt natuurlijk voor geen meter, maar ik kan haar ook geen ongelijk geven. We hebben er zelf totaal geen invloed op gehad, maar ik kan het wel beamen: inderdaad, Nathan is goed gelukt. In alle opzichten.

Fotosjoeêt met vaan die bloempies

Ik heb hier nog geen verslag uitgebracht van de Felicitasdame, dus daar is nu wel even mooi de gelegenheid voor. Aanleiding is dat ik vandaag de GRATIS (blingbling) foto, die we onlangs bij de V&D geschoten hebben, kon ophalen. Dus als intro de Felicitasdame.

De Felicitasdame kwam op een middag langs en KP en ik hadden haar komst goed voorbereid. Ik had me zelfs voorgenomen om me niks te laten aansmeren, maar van KP moest ik in elk geval wel íets kopen. Want, zo was zijn redenatie, dat mens moet ook ergens haar geld mee verdienen en we mochten haar wel een klein beetje provisie gunnen. Hier was de ware vakbonder aan het woord.

Ik was er klaar voor, ik had de tafel leeggemaakt om twee vierkante meter showroom te creëren. En daar was ze: Mien Dobbelsteen, inclusief stemgeluid en accentje. Alsof ze een week kwam logeren. Tassen, koffers, dozen, ik had geen idee dat een Toyota Yaris zo’n grote kofferruimte heeft. Een Renault Megane Grand Tour 1.5V is dus helemaal niet het minimale als je aan gezinsuitbreiding zit te denken. Mien zat al jarenlang in het vak, toen het nog zus-en-zo heette en daarna fuseerde met hotseflots en ze zich nog toelegden op dit-en-dat maar tegenwoordig richten ze zich alleen nog op de baby-industrie. Dat leverde genoeg op, volgens Mien. Dit leek een goed uitgangspunt om eventueel toch maar niks aan te schaffen.

De jarenlange ervaring van Mien uitte zich in alles. Ze bekeek het huis erg goed en benadrukte daarna alles in de categorie waarbinnen ik viel. “Waar gaat je voorkeur naar uit?” (Over een boekenserie waar je vier jaar lang aan vast zit.) “Ehm, móet ik kiezen?” “Nee, maar áls je moest kiezen, kies je dan voor Walt Disney of voor Dotje?” “Ehm, voor Dotje.” (Ik hoorde het mezelf zeggen…) “Jaaaaaaaaah, dat dacht ik wel!” “?” “Ja, weet je hoe dat komt dat ik dat weet? Omdat jij een boekenmens bent en boekenmensen kiezen altijd voor Dotje.” Ahaaa. Het kiezen heb ik maar als een spelletje gezien. “Als je op vakantie gaat, ga je dan liever met de tent of in een huisje?” Ongeacht het antwoord kwam ze bij Center Parcs uit waar ze een mooie aanbieding voor me klaar hadden liggen. “Welke vind je leuker, Raffi, Noddy of Sjon en Sjaan?” “Ehm, nou ik heb er niet zo veel verschil in.” “Jahaaaaaa, als je intekent op deze serie krijg je ze ook allemaal.” Nou, wauw, is dat even geluk hebben. “Koop je wel eens bij MissEtam?” “Nou, nee, nooit.” “Nou, dan moest je dat maar eens gaan doen, want ik geef je een waardebon van zoveel procent op je aankopen bij besteding van een heleboel.” Ja, da’s logisch. Ten slotte kwam er een boek over gezond groot worden op tafel en dat leek me zo bruikbaar dat ik toen maar toegehapt heb. Hopelijk hoeven we het nooit te gebruiken. Ze was nog minutenlang aan het inpakken, de Yaris zakte door z’n achteras en byebyezwaaizwaai, op naar het volgende adresje.

Op de tafel lag nog een heel slagveld aan olvaritshit, danoontjes (voor KP), waardebonnen, maandverband, een Quattroscheermesje wat wel weer handig is nu ik weer bij m’n benen kan en jawel, kortingsbonnen voor GRATIS (blingbling) foto’s schieten. (Hehe, we zijn er.) Vier bonnen. Elk half jaar weer een gratis serie. Eén grote foto gratis en als je er nog wat bijkoopt koop je natuurlijk die gratis foto ook, maar dat zeggen ze niet. Ik heb me niet laten weerhouden door de kwart schijfruimte die de foto´s van Nathan inmiddels vreten. Op naar de V&D.

Nog net niet in een pot met zonnenbloemen, maar wel in de meest onnatuurlijke houdingen op een vachtje, een bontje en een fleeceje, met een twee meter grote pluchen kikker, met een twintigtal gekleurde ballen (een boormachine en een cirkelzaag hadden net zo goed gefunctioneerd. Die ballen ontgaan me volledig.) en last but not least met z’n mama. KP had me gewaarschuwd om hem niet uit een bloempot te laten vallen, daar moest je vooraf ook voor tekenen. Alles op eigen risico. Nathan vond het harstikke leuk, die vindt fotocamera’s zo leuk dat ‘ie onmiddellijk stopt met waar ‘ie mee bezig is en alleen nog met z’n mond open naar het toestel kijkt. Wat natuurlijk niet de bedoeling is. En wat volgens de WV nog niet kan op deze leeftijd.

Vandaag konden we de foto’s ophalen. Tenminste, ik had een bonnetje waar datum en tijd van vandaag op stond, maar dat stond daar niet in de agenda. Dus mocht ik tegelijk met een ander Utregs gezinnetje mijn foto’s bekijken, zij aan het ene en ik aan het andere tafeltje. Lekker afluisteren.

- ‘t is ons woat tegengevalle met die sjoeêt.

- o, wat jammer. Wat is er tegengevallen?

- met hoar (wijst naar de oudste) was ‘r nog waat leuks. Ze kon in een een kissie en zo een leuk mutsjie. Helemaol op ‘r moois met aallemoal vaan die bloempies. En bij hoar (andere kind) waas d’r enkel wat met een aander vaggie en aandere kleurtjies en vaan die baalletjies.

- O, wat jammer. Maar het zijn toch wel hele mooie foto’s geworden toch?

En daar waren ze het roerend mee eens. Ik begrijp dat niet, mensen die hun kind in ‘een kissie’ willen laten fotograferen. Ik heb daar heel andere associaties bij. Ondanks hun ontevredenheid namen ze voor 150 euro foto’s af en een paar mooie sleutelhangers waar ook nog een fotootje in kon. En toen ik aan de beurt was kreeg ik van de moeder nog wijze raad toegefluisterd: “Paas op, ze smeren je zo woat aan. Traap d’r nie in.” De verkoopster heb ik gauw van me afgeschud. Toen ik zei dat ik de tijd van anderen bezette en ik de boel niet wilde ophouden, begon ze alleen nog even over de fotolijstjes, maar toen ik vroeg of het hout wel gecertificeerd was, haakte ze af. Ze had ook nog een zwart plastic lijstje maar, vergeef me de associatie, dat leek me meer voor kinderen in een kissie.

(P.S. Ik heb nog wel een foto gekocht. Vanuit de vakbondsgedachte, want anders heeft die fotograaf er ook bijna niets op verdiend.)

Lang leve de onderzoeken

Ik heb eens in Psychologie Magazine gelezen (mensen die zelfhulpmateriaal lezen hebben die het minst nodig blijkt uit onderzoek) dat iets van 95% van de mensheid lijdt aan dwanggedachten. En daar hoor ik ook bij. Je kent het vast wel: je hebt een hark in je handen en je hoort de kat van de buren voor de tigste keer krijsen. Plotseling flitst het door je heen: hark, kat, toeslaan. Niet dat je dat ooit zult doen, maar even ben je bang dát je het zult doen. En je legt je hark toch maar even neer.

Dwanggedachten worden ingegeven door een bepaalde angst. De meeste dwanggedachten zijn van moorddadige aard. Bijvoorbeeld als je op het perron ineens denkt ‘wat als ik die oude dame met dat hondje ineens een zetje zou geven en ze op de rails terechtkomt terwijl de trein het station binnenloopt?’ (De tranen schieten tijdens het typen al in m’n ogen.) Ik heb er vooral op stations last van. Of in de metro: wat als ik mijn hoofd even door het raampje steek? Volgens Dirk Hermans, een onderzoeker van de Katholieke Uni in Leuven, zijn die gedachten heel normaal en zeggen ze niets over je persoon of potentieel gedrag. Pas als je je tegen dwanggedachten verzet, kunnen ze lastig worden. Dan wordt het namelijk een obsessie en dat is niet normaal meer.

Fantastisch, zulke onderzoekers. Enorm geruststellend. Dat wil zeggen: geruststellend dat het dus niets ernstigs is. Minder geruststellend is dat er misschien wel andere mensen ook met zo’n dwanggedachte op het station staan, en die zijn misschien minder gedisciplineerd dan ik.

Enniewee, hoe kom ik hier op? Omdat ik van die nare gedachtes heb over Nathan. Als ik Nathan in de creche van de kerk achterlaat ben ik tijdens de kerkdienst alleen maar bezig met de gedachte dat ik ‘m zal vergeten en dat ik thuis bij het koffiedrinken ineens bedenk dat ‘ie nog in de kerk is. (Ik hoop trouwens dat KP het dan al eerder ontdekt heeft, maar die is ook onderdeel van de gedachte.) Of dat ik na m’n werk direct doorrij naar huis in plaats van naar Zus. Dat ik ‘m doperwtjes zal voeren. Een komkommer. Wortels. En dat ik blijf aandringen. Dat ik bovenaan een trap sta en zeker weet dat ik hem zal laten vallen. Dat ik even boodschapjes ga doen terwijl ‘ie in z’n bed ligt en ik per ongeluk een paar uren in een boekwinkel blijf hangen. En dan heeft nu.nl nog voldoende goed materiaal beschikbaar om mijn gedachten te voeden. Ik parkeer mijn auto in de hitte en vergeet ‘m uit de auto te halen. Of juist doelbewust laat ztten, omdat ik maar een uurtje weghoef. Dat ik ‘m bij het voeren van de eendjes in het water laat vallen.

Tijdens de zwangerschap had ik er al last van. De angst dat ik dat enge kaasje echt zou gaan verslinden. Terwijl ik niet eens kaas lust. En ik droomde op een nacht dat ik bevallen was en KP direct na de bevalling een week voor z’n werk wegmoest. En dat KP na een week thuiskwam en aan me vroeg hoe het met hem ging. En ik in eerste instantie geen idee had over wie hij het had, maar toen herinnerde ik me plotseling de bevalling en oeps, het kindje weer. Nooit meer aan gedacht.

Lopen er hier meer mensen met dwanggedachtes rond? Deel ze met me en ik weet precies waar en wanneer ik je moet mijden.

Gelukkig hoort er bij die ‘normale’ gedachten ook dat je heel goed weet dat ze nooit zullen gebeuren. Omdat je je al zo bewust bent van de angst dat het je gewoon nooit zal overkomen. En dat het Nathan dus ook nooit zal overkomen. Omdat ik voortdurend met de angst leef dat er iets met hem gebeurt. Maar dan in de gezonde zin van het idee. Want ik geloof niet dat ik tot nu toe een erg overspannen angstige moeder ben. En dan boezemt me soms ook wel weer angst in.

Over dat laatst is trouwens ook een aardig boek verschenen. A Nation of Wimps, een land vol watjes. Van een Amerikaanse onderzoekster die een generatie moeders van nu beschrijft die overspannen angstig zijn. Angstig, overbeschermend, durven hun kinderen niet los te laten, waardoor ze kinderen ‘kweken’ die voor alles bang zijn. En dat levert een generatie watjes op. Interessant, Netwerk had er een uitzending over. Ik geloof dat ik nog niet tot een van de twee generaties behoor. Hoewel ik niet in een vliegtuig durf. Bang voor spinnen ben. En een hele poos bang voor de tandarts ben geweest. Maar daar heeft mijn moeder weer niks mee te maken.

Over dat andere onderzoek: Ad Bergsma, psycholoog en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit, ontdekte dat zelfhulpboeken het meest gelezen worden door mensen die ze het minst nodig hebben. Dat pleit ook weer voor me. Op psychisch in orde zijn scoor ik dus weer aardig hoog. De postnatale depressie laat op zich wachten.

Geklets

Poehee, het werkende leven is al weer in volle gang. KP vroeg zich tijdens mijn verlof wel eens af wat ik nou zo een hele dag deed, thuis, met Nathan. Ik vroeg me dat ook wel eens af. Maar er waren ook dagen die ik best wel kon terugvertellen. `Gewoon uitgeslapen, Nathan gebadderd, afgedroogd, gevoed, verschoond, een poging gedaan om te ontbijten, koffie gezet en nooit opgedronken, de afwas van drie dagen weggewerkt omdat ik er eerdere dagen niet aan toegekomen was, Nathan gevoed en verschoond, in de kinderwagen gelegd, een kwartier bezig geweest met de deur uit gaan, maar voordat we op de stoep stonden Nathan eerst weer verschoond en gebadderd omdat hij er helemaal onder zat, geprobeerd om mijn verlate lunch-wat-eigenljk-ook-nog-ontbijt-was naar binnen te werken, toen maar wat opgeruimd omdat we al weer bijna aan de volgende voeding toe waren, beetje vriendinnen lopen bellen, toen gevoed en verschoond, boodschappen gedaan en toen kwam jij al weer thuis.` En praten, heel veel praten, over niks.

KP heeft inmiddels twee papadagen achter de rug. Het is raar, maar hij presteert geloof ik meer op zo’n dag dan ik. Hoewel hij wel ontzettend goed op de hoogte bleek van de wielrennerij in Frankrijk en eerlijk toegaf dat ‘ie met Nathan naar niet nader te noemen kinderprogramma’s had zitten kijken.

Ik keek altijd met Nathan naar Jamie Oliver, zo’n herhaling op een tijdstip dat je nog niet aan zijn ´lovely chilli´s, marvellous potatoes and amazing basil´ moet denken en ik vaak nog bezig was om dat ontbijt of die verlate lunch-wat-eigenljk-ook-nog-ontbijt-was weg te werken. Dan voerde we gesprekken in de trant van::

- Kijk Nathan, Jamie Oliver is op tv. Weet je nog, daar hebben we vorige week ook naar gekeken!

- kwokkwok

- Vorige week eendenborstfilet met shii-take in een vreemd sausje. Even kijken wat het nu weer is.

- glokglok

- Dat gerecht van vorige week heb ik niet gemaakt omdat er rode pepers in zaten. En dat mag niet van de WV.

- heheheheeeee

- Je kunt het hem niet kwalijk nemen dat ‘ie niks met moedermelk maakt. Ik denk dat hier maar weinig baby’s naar kijken. Bovendien komt alles wat ‘ie maakt vanzelf in de borstvoeding terecht. Je komt dus echt niks tekort.

- hehehehehehehehe

- Nouja zeg, hij kan er ook niks aan doen dat ‘ie slist. Zijn ouders hebben ‘m gewoon nooit naar een logopedist gestuurd.

- blopblopblmmmmmm

- Ja, ik ben wel bij de logopedist geweest. Maar ik sliste niet zo erg als hij. Maar hij kan weer veel beter koken dan ik

- gnrrrrrrrrknor-ssssssss-knor-ssssssssss

En zo sputterden we samen met Jamie nog een poosje door. Omdat ik elk geluid dat ‘ie maakt erg leuk vindt en hij die onzin van mij blijkbaar ook. Het maakt hem niet zoveel uit wat je zegt, hij lacht toch wel zolang je het maar heel lief tegen hem zegt. Van KP ving ik eens “Ik draai je nek om” op. Het klonk echt heel lief, maar ik ben toch maar even gaan kijken. Hij bleek bezig om z’n hoofdje de andere kant op te leggen omdat ‘ie het liefst alleen maar naar links kijkt. En dan herstellen we het evenwicht weer even door z’n hoofdje om te draaien.

Soms laten we ‘m het hele huis zien (nouja, zo groot is het niet) met extra aandacht voor de boekenkast en de keuken omdat we die twee dingen erg belangrijk vinden voor z’n verdere ontwikkeling. “Kijk, dit is een afwaskwast, maar tegen de tijd dat je daar iets mee zou kunnen, heb je het niet meer nodig. Dan hoef je alleen nog maar de vaatwasser in- en uit te ruimen. En daar heb je geen kwast voor nodig.” Bijvoorbeeld. Of: “Dit is de plank met jouw boeken, daar kun je het beste zo snel mogelijk mee beginnen. Voel maar even.” En: “O, betekent dat dat je nu al een abonnement op de Donald Duck wilt? KP, we hebben NU een abbo op de Donald Duck nodig.” En dan lacht ‘ie zo’n leuk lachje.  En probeer ik al Nathans acties in mijn voordeel uit te leggen. Hoewel dat abonnement op de Donald Duck er nog steeds niet door is.

Het is wel even wennen om op m’n werk weer met volwassenen te communiceren. En soms zeg ik nu tegen Nathan dingen als “Ik vind jouw gehuil vandaag exuberant”, maar dat kan hem niet zo heel veel schelen.

Stoer zijn

Mijn schoonzusje had me er al voor gewaarschuwd: “Als je straks kinderen hebt, dan komen er nog veel momenten waarop je stoer moet zijn.” Mijn schoonzusje is van het reëlere soort. Als die zoiets zegt kun je er donder op zeggen dat het waar is en dat die momenten gaan komen. Het eerste moment heb ik inmiddels gehad. Bij de tandarts.

Vijf jaar was ik niet bij de tandarts geweest. Omdat ik bijzonder bang ben voor de tandarts. De man in kwestie heeft zijn praktijk in Groningen en dat was in de afgelopen jaren dan ook het beste excuus om niet te gaan. Te ver weg. In de drie jaar daarvoor had ik talloze andere excuzen. Maar Nathan heeft bij mij een stoerheid doen ontwaken en zo kwam het dat ik afgelopen week in de stoel van de tandarts zat. Met lood in mijn slippers. Want er komt een dag dat Nathan in die stoel zal zitten en de tandarts vraagt of ik ook even wil. En ja, wat doe je dan? Dat scenario zit er nu dus niet meer in.

Iemand vroeg mij laatst waar die angst vandaan komt. Toen ik antwoordde dat het vooral zit in de intimiteit van iemand in je mond laten kijken, werd ik heel hard uitgelachen. “Je bent laatst bevallen waar 20 mensen omheen stonden en jij maakt je druk om één kerel die in je mond kijkt?” Dat klonk als een heel terechte opmerking, dus veel was er niet om me tegen te houden. Mijn tandarts had een andere visie op mijn angst. “Je bent gewoon bang voor de pijn en dat is nergens voor nodig.” En tegen zoveel realiteitszin kan ik ook niet op.

Het is niets persoonlijks, mijn tandarts valt in de categorie geen-betere-denkbaar. Het geval wil dat ik een slecht gebit heb. Ik kan mij geen controlebeurt herinneren waar ik met vlag en wimpel doorheen kwam. Mijn eerste tandarts vond altijd aanleiding om minimaal twee gaatjes te vullen, een paar in m’n gebit en wat in m’n agenda. Twee keer per jaar en zonder verdoving. Nu weet ik dat ze dat vroeger allemaal zonder verdoving deden en dat ik dus misschien wat van het kleinzerige soort ben. Mijn overgrootvader liet zijn tanden altijd zonder verdoving trekken. Niet omdat er geen middelen beschikbaar waren, maar omdat hij er gewoonweg geen tijd voor had. Of dacht te hebben. Hoe dan ook, ik had graag de moed van deze man willen erven, maar dat heeft niet zo mogen zijn.

O, er was zelfs nog een derde reden om niet te gaan. Ik was nogal bang dat ik geconfronteerd zou worden met allerlei triviale dingen, scheldkanonnades. Waarom ben je zo lang niet geweest? Ontzettend stom van je. De verzekering wil je nu niet meer hebben. Waar moet ik beginnen? Ik denk dat we hier een paar implantaten moeten zetten. Dat krijg je met mensen die wegblijven van hun controlebeurt. Voor straf geef ik je geen verdoving meer. Had je maar eerder moeten komen. Maakt de sessie een stuk aangenamer voor je portemonnee. Met dit gebit kun je niet oud worden. Op je dertigste al een kunstgebit, dat zie je niet zo vaak meer tegenwoordig. Zullen we een dag plannen voor een algehele extractie van de bovenste kaak? Robin, mag ik van jou de excavator? En de driehoekshevel want met de tang gaat dit niet meer lukken. Dat soort ellende.

 Niet mijn tandarts. Mijn tandarts is een erg erudiet persoon die door zijn assistentes met u, meneer en achternaam wordt aangesproken. En terecht, want deze man is omgeven met een wolk van klasse, deskundigheid, intelligentie, vakmanschap. Hij huist in een prachtig herenhuis aan een van de singels in Groningen. De wachtkamer is voorzien van loungebanken, tijdschriften als Quote, Living, Carros, Vogue Homme Erotique (hij heeft een voorkeur voor homoseksuele assistenten), Golfers magazine en National Geographic. Een verademing. Niks geen Privé, Telegraaf of Panorama. Bij binnenkomst staat er een kop koffie voor je klaar en voor wie dat wil een chocolaatje. En dan kun je op de bank wat gaan chillen en naar de Franse tuin kijken. Eigenlijk een verademing, ware het niet dat er een tandarts huist.

Om een kort verhaal lang te maken: de tandarts was de vriendelijkheid zelve, er werd een röntgenfoto van mijn gebit gemaakt, er werd een diagnose gesteld, er werden vier verdovingen gezet, er werd een kies uitgeboord en schoongemaakt, er werd een scan gemaakt, er werd een berekening gemaakt en er werd een model voor een inlay gemaakt en ik stond weer op straat. Na een uur mocht ik weer terugkomen, werd er wat secondenlijm in de kies gesmeerd, werd er een porseleinen inlay in de kies geplaatst, werd er een föhn op gezet, werd er weer een scan gemaakt, werd het sein ‘tand meester’ gegeven en stond ik opnieuw op straat.

Doe je mond dicht, zegt KP af en toe. Want die is het wel een beetje zat dat ik overal mijn ‘China’ wil laten zien. En misschien is het ook wel wat ongepast om de cassières van de Albert Heijn op de hoogte te brengen van mijn adhesief tandheelkundige avonturen. Maar begin augustus ga ik nog een keer. Samen, meneer Geertsema en ik, gaan we mijn hele gebit renoveren. We gaan er een juweeltje van maken. Al het asbest en amalgaan wordt verwijderd en er komen prachtige witte inlays voor terug. En dan doen we er elk jaar twee, want meer vergoedt de verzekering niet. Zodat ik nog lekker zonder Kukident oud kan worden.

Voor Nathan heb ik vast een tandenborstel en fluortabletten gekocht. Want zodra die eerste tand doorkomt gaan we driemaal daags poetsen. Zodat ‘ie nooit bang voor de tandarts hoeft te worden.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.