Noordelijk wonen
12 juli 2011 5 reacties
Nog niet zo lang geleden hebben we het midden van het land verruild voor het noorden. Daar moet je sterk voor in je schoenen staan. Ik bemerkte bij mezelf een zekere gêne om te vertellen dat we in Friesland een huis hadden gekocht. Voor westerlingen klinkt dat namelijk als emigreren. Het is tenslotte 150 km dichter bij de poolcirkel. De meeste mensen die bij de verhuiswagen afscheid van je nemen, doen dat in de overtuiging dat ze je nooit meer terug zullen zien. ‘We mailen he?’ of ‘Tot op facebook!’ zeggen ze nog hoopvol, maar je ziet ze denken: in het gunstigste geval komt ons adres in het rouwbrievenbestand bij sterfgevallen. Vaarwel.
Maar daar werd die gêne trouwens niet door bepaald. Als ik even wat lagen dieper graaf, dan ontstaat dat door de gedachte van veel mensen dat je een stap terugzet in je ontwikkeling. Mensen in het westen vragen zich af: waarom? Het hoort bij hun beeld van evolutie. Naar het westen verhuizen is een stap vooruit in de menselijke ontwikkeling. Het model van de goed evoluerende burger is de boer van het platteland die tot het inzicht komt dat zijn leven op die plek nogal beperkt is en dat er meer in het leven is dan het programma dat het provinciale theatertje biedt. Het is de Nederlandse droom: je kunt het westen bereiken als je maar uit je beperkte modus komt en je hersenen genoeg zuurstof geeft. Niet te verwarren dus met de Amerikaanse droom waarin je alles kunt bereiken als je daar maar hard genoeg voor werkt. In Nederland kun je in sommige gevallen subsidie aanvragen en dan kun je ook blijven doen wat je leuk vindt.
En nu wonen we hier dus al weer ruim een half jaar. Dat ik een berg mensen nodig moet spreken komt niet omdat ik zo ver weg woon (of zij zo ver weg wonen), maar omdat ik het nogal druk heb. Ook dat strookt niet helemaal met het beeld van het noorden, want waar zou je hier in vredesnaam moeten werken? Een buurtsuper? Een kaasboerderij?
Ik overdrijf, maar feit is dat onze verhuizing nogal wat reacties losmaakte. En dat veel mensen Friesland helemaal niet kennen, behalve van de boot naar Terschelling. En af en toe loop ik zelf ook nog met gedachtes rond dat het geen slim plan was. Ik mis vrienden en ik baal ervan dat we voor een kop koffie bij deze en gene een hele dag moeten uittrekken. Of zelfs een plan voor een weekend maken om alle drie pasgeboren baby´s te kunnen checken. Aan netwerk heb ik hier behalve m’n familie nog niet zo gek veel.
Maar vanochtend op de fiets viel het kwartje voor de zoveelste keer. Met een kind voorop, een kind achterop, twee boodschappentassen aan weerszijden van het stuur, een buggy achterop de drager en mijn blik als die van een hertje in de koplampen, kreeg ik van alle automobilisten voorrang. Die blik deed ‘t ‘m en die heb ik in Utrecht geleerd!