Nathans sociale netwerk

Ik kan er wel om huilen. Mijn grootste opdrachtgever heeft een half jaar lang geen werk voor me. Daar hoef ik niet om te huilen, hoewel ik het wel heel naar vind. Over een half jaar mag ik waarschijnlijk wel terugkomen en ach, hoe erg kan het zijn om een half jaar thuis te zitten, in een huis waar we nog naar toe moeten verhuizen en waar dus nog heel veel te klussen is, een tuin uitgedacht en aangelegd moet worden, een babykamer moet worden gemaakt en een binnenbaarmoederlijk kind geconserveerd, gevoed en uiteindelijk geboren moet worden.

Het allerallerergste is dat we de kinderopvang moeten stopzetten. Dat is erg voor mij want dan heb ik geen vrije uurtjes meer om te shoppen, maar ook dat is niet het ergste. Maar wat we een aantal jaren geleden nog dachten (‘ooooh, wat zielig, je stopt een kind toch niet in een asiel?’) is nu volledig omgeslagen naar ’ooooh, we kunnen ‘m toch niet bij zijn vriendjes weghalen?’

Nathan loopt tegen de vier en heeft zonder Facebook al een netwerk waar je u tegen zegt. En dat netwerk is trouwens een stuk breder dan de kindertjes die er bij de opvang worden opgevangen. In de boekwinkel komen we ‘Leroys moeder’ tegen, bij de HEMA een zekere Debby die ik  plaats als een invalster  en in de Jumbo herkent ‘ie ‘Manouk z’n moeder’. En al die voor mij tamelijk onbekende moeders zwaaien vrolijk terug naar Nathan: da-hag Nathan, ben je lekker aan het booschappen doen? En daar sta ik dan een beetje bij te kijken en ik voel me een outsider. Dit is Nathans offline Facebook.

Op maandag en dinsdag onderhoudt ´ie z´n contacten op lokatie. Dan zijn wij aan het werk en zit hij dus op De Buitenkans. Op zondagmiddag roept hij al dat hij de volgende dag weer naar ‘de kindjes’ mag en dan de volgende dag weer. Op de niet-Buitenkansdagen is het arme schaap overgeleverd aan de grillen van z’n moeder: dan weer naar de bibliotheek, dan weer naar de supermarkt, de kapper, de bouwmarkt, de bouwmarkt, de bouwmarkt, vriendinnen, winkelen, etc. En af en toe de kinderboerderij, of knutselen met toiletrollen, maar veel te weinig in verhouding tot de rest van al die activiteiten.

Nathan heeft het vaak over twee vriendjes van de opvang. Met de ene deelt ‘ie vanaf april een basisschool, dat is een prettig idee. Maar z’n soulmate gaat naar de openbaren en hun wegen gaan dus scheiden. Verder kan ‘ie twee keer acht uur op een dag volledig z’n gang gaan in een hufterproof kindercentrum, waar veel kan en mag en waar ze dag in dag uit leuke uitstapjes en knutseldingen verzinnen. Waar ‘ie elke dag vrij mag spelen als ‘ie dat wil en er maar weinig verplichte dingen zijn. Waar ‘ie zich volgens mij ook nooit aan committeert. Waar ze ook bij min 10 nog buiten spelen. Waar die peuters met elkaar van gedachten wisselen, dat levelt vast wat beter dan die gesprekken met je moeder.

En nu moeten we hem dus vertellen dat hij nog maar zes keer naar de Buitenkans gaat en dat hij daarna de hele week bij mij en Jonas zal zijn. En niet meer die superleuke dagen bij de opvang waar hij zich volledig kan verliezen in zijn andere wereldje buiten thuis. En ik stel me dat zo voor als al die dagen dat ik blij was dat ik eventjes een dagje mocht werken en weer kon levelen met collega’s. Mijn gedachtes zijn dus geheel tegenstrijdig met de gedachtes van veel moeders die de keuze maken om thuis te blijven en de kinderen niet uit te besteden. En ook met de gedachtes van veel opa’s en oma’s trouwens.

Ik word er nerveus van. En dan moet ‘ie dit jaar ook nog een prikje, verhuizen naar een nieuw huis, naar de basisschool, aan een nieuwe auto wennen, naar peutermuziekles en watervreeslessen ter voorbereiding op zwemles. Boehoehoe, hoeveel kan een kind van drie aan? We gaan de laatste dag maar op koffie en een plakje cake trakteren. Da-hag, kindjes.

Opmerkelijk

Iemand vond deze blog vandaag op de zoekwoorden ‘Minder leuke kanten aan een kinderdagverblijf’. Onder welke steen heb je dan pakweg drie maanden gezeten?

Een dag als alle andere

Een dag als alle andere. Of  niet?

Oei, is het al weer zo laat? Heb ik dan de eerste keer de wekker niet gehoord? Ik hoor de douche, KP is zijn bed vandaag eerder uit dan ik. Hee, heb ik Jonas vannacht niet terug in z’n bedje gelegd? Hm, hoe laat was het eigenlijk. Een uur of zes, volgens mij. Dat wordt weer lastig plannen vandaag. Of hij wil om negen uur al weer eten, of hij houdt het vol tot een uur of tien. In het eerste geval moet ik ‘m maar om half negen een fles geven en met Bambi bellen dat Nathan vandaag na negenen komt. Ik kan het er ook op wagen en snel heen en weer vliegen. Maar het is wel zo gemakkelijk om direct na Bambi door te rijden naar de Albert Heijn om boodschappen voor een week te halen. Met mijn dertigersdilemma en alle keuzestress die daar bij hoort heb ik daar nogal wat tijd voor nodig. En heeft Jonas een flinke bodem nodig.

Ik kies voor het tweede scenario, maar dan moet ik nu wel maken dat ik uit m’n bed kom. Ik schiet overeind en vlieg direct door naar Nathans kamer. Jonas kan als laatste, die ligt nog te pitten. Nathan staat al rechtop in z’n bed te roepen dat ‘ie eruit wil. Ik zwaai ‘m meteen op de commode, schone broek, kleren aan, sokken, schoenen. Dan samen door naar de woonkamer, in de kinderstoel. Ik serveer een boterham met appelstroop en één met chocoladepasta. Een beker melk. Dan de badkamer in, waar KP net uitloopt. Ik blijf met Nathan praten want ik wil zeker weten dat ‘ie zich niet verslikt. Mijn hypochondrie slaat tegenwoordig meer op Nathan en Jonas dan op mezelf. We keuvelen over broodjes, wat ‘ie gedroomd heeft, ik vul het gesprek wel in, Nathan kletst en reageert weer op mij. Af en toe roept ‘ie dat er een trein langskomt. Gelukkig voor KP, ze rijden gewoon.

Door naar de slaapkamer, aankleden, Jonas uit z’n pyama helpen, kleren aan. Meteen z’n jas ook maar aan en vastsnoeren in de maxitaxi. Nathan brult om meer brood. Ik smeer er nog gauw eentje, hij lust er soms wel vijf, maar vandaag hebben we haast. Gauw vier boterhammen met iets kleverigs maken, twee voor KP en twee voor mij. Die eet ik onderweg wel op. KP stopt die van hem in een zakje en rent de deur uit. Hij heeft nog acht minuten om de trein te halen. Ik maak een washandje warm en zepig en poets Nathan schoon. Uit z’n kinderstoel, jas aan. Nathan heeft andere plannen, die wil met de auto’s spelen. Geen tijd, geen tijd, we móeten nu weg. Is Rund mee? Speentje? We kunnen.

Deur uit, lift in, naar beneden, shit de deur naar de garage heeft sinds kort een slot. Waar zijn m’n sleutels? Jonas vastsnoeren, Nathan in z’n stoel, instappen en wegwezen. Racen, we gaan het halen. Twee minuten over negen, goed gedaan vandaag! Met maxitaxi en Nathan naar binnen, blauwe slofjes over m;n schoenen, hygiëne is belangrijk bij Bambi. Al die blauwe plastic slofjes zijn al goed gebruikt, even doorgeven dat er weer nieuwe nodig zijn. Ik slof naar binnen. Rund en speen in het mandje, Nathan een kus, zwaaien, dagdag tot vanmiddag, lief gaan spelen, veel plezier en werkze allemaal, sterkte voor wie het nodig heeft, doeoeoeoeg. Trap af, maxitaxi weer vastsnoeren en racen.

Als ik snel ben, gaan we het gewoon halen voor Jonas wakker wordt en trek krijgt. Jonas geeft geen krimp. Ik parkeer helemaal vooraan, buikdrager omsnoeren, Jonas erin, die wordt een beetje wakker. Val in slaap, probeer ik telepathisch uit. Jonas moppert wat en valt tegen me aan in slaap. Tassen mee, een winkelmunt, een winkelkar, een zelfscanner, maar wat hoor ik toch steeds, sleep ik iets achter me aan? Onhandig zo’n buikdrager, ik zie m’n voeten niet. ‘t Is druk bij de groente, veel senioren, wat hangpubers, moeders met kinderen. Nog genoeg vlees in huis, drie broden, melk, karnemelk, vooruit een pak danoontjes. Koude voeten? vraagt een bierbuik met bifiworstjes ter hoogte van de chips.

HELP, IK HEB MIJN BLAUWE SLOFJES NOG AAN!

Slechtnieuwsgesprek

Een slechtnieuwsgesprek op Bambi vanmiddag:

“Ehm… ja, er is hier iets misgegaan (alarm: wat zou er met Nathan zijn gebeurd, hij ziet er tamelijk ongeschonden uit), want eh… ja ehm… want Nathan gaat binnenkort naar de peutergroep, dat is je toch wel verteld?”

“Ehja?”

“Nou, en naar welke groep gaat hij dan?”

“EhnaarFlipper?”

“Oeoeoeoe, ja dan is er wel iets misgegaan.”

“…?” (lees: watwatwatwatwat!!!!???)

“Nou kijk wat is nou het geval, Nathan gaat niet naar Flipper.”

“…?” (lees: waaaaaahhhh, zeg me niet dat er geen plek is!!)

“Hij is ingedeeld bij Tweety.”

 Wat een teleurstelling…

Carnaval

‘t Is carnaval op Bambi. Ik mocht Nathan vanochtend zelfs verkleed inleveren. Maar ik heb niet zoveel met carnaval. Eigenlijk helemaal niks. En mijn trouwe lezers weten dat ik ook iets tegen verklede mensen heb. Ik ben erg benieuwd hoe ik Nathan vanmiddag aantref. En hoe ik reageer als ik ‘m aantref als een roze geschminkt vlindertje. Ik ben best ruimdenkend, maar als het om Nathan gaat lijd ik abrupt aan tunnelvisie.

Ouderavond

Enerverende avond achter de rug. Bambi had een ouderavond belegd. Het eerste deel van de avond stond er een film op het programma. De film van ons aller kinderen. Het tweede deel van de avond zou er worden geknutseld aan een sinterklaasverrassing voor ons aller kinderen. KP had zich dus al snel ‘ opgeofferd’ om een ander iets in onze agenda bij te wonen. En bij knutselen in groepsverband krijg ik ook bultjes, maar ik was ook zo nieuwsgierig naar een filmverslag van een dagje Bambi dat het knutselen te doen zou moeten zijn.

De leidsters hadden hun stinkende best gedaan om alle kinderen op film vast te leggen en dat was ook in de nieuwsbrieven aangekondigd. Geen wonder dus dat de ouders massaal waren toegestroomd en we met misschien wel tachtig ouders naar een film zaten te kijken waarin in 40 minuten verslag werd gedaan van een dag op Bambi. De meeste ouders zaten misschien wel tevergeefs te zoeken naar een glimp van hun kind, maar ik was al snel getuige van een ongeval tussen een trapauto en mijn zoon. De verdachte zat in de trapauto, hij minderde geen vaart terwijl tijd en afstand dat wel mogelijk maakten. Nadat mijn zoon tegen de grond was geslagen werd de scene kort onderbroken. Waarschijnlijk was de huilbui eruit geknipt, want de scene vervolgde zich terwijl de maniak nog vrij rondscheurde en Nathan al weer vrolijk met een speelgoedje op een ander kind intimmerde.

In deel 2 van de avond werden we aan tafels geplaatst om linnen tasjes te voorzien van een zelfgemaakte illustratie. Daar zit je dan: met allerlei volwassen mensen te tekenen en te kleuren met de stiftjes die die middag nog door de peutertjes aan gort zijn gekleurd. En echt, ik hoorde deze volwassen mensen dingen zeggen als “Mag ik van jou de blauw?”  en “Is er ook geel?”. Echt, ik kleur liever drie nijntjes alle drie knalrood met het risico dat mijn tekening nog het meest lijkt op een rode vlek, dan dat ik een andere kleur vraag. Ik bezit een iets wat KP beschrijft als een superbewustzijn en ik denk dat het klopt. Ik treed in dit soort situaties uit mijn lichaam en blijf er dan een poosje boven hangen. Mijn hele wezen brulde vanavond om mijn lichaam daar te laten verdwijnen en dat was het enige waar ik nog aan kon denken. Al wachtend op inspiratie die zich al snel openbaarde in de vorm van een over te trekken kleurplaat van Nijntje. Maar met zo´n superbewustzijn maak maak je het jezelf alleen nog maar lastiger, want terwijl iedereen gezellig keuvelt over elkaars kunstwerkjes word je een steeds vreemdere eend in de bijt. Dus gooide ik de Mexicaanse griep er maar in en probeerde subtiel te achterhalen wie de ouders van de jonge bestuurder waren. Dat leidde tenminste even af van gesprekken over welke kleur rood het het beste deed. Met dank aan Dick Bruna heb ik de avond uitgezeten. De man zou eens moeten weten hoeveel copyrights er vanavond weer werden geschonden. Zijn advocaat kan er een dag aan werken.

Was dit Amerika geweest dan was ik nu in een totaal ander soort mood. Dan was ik de rest van de avond écht op missie gegaan naar de ouders van de verdachte die mijn zoon aanreed. Wat heeft deze ervaring bijgedragen aan Nathans ontwikkeling? Hij heeft een enorme hekel aan zijn autozitje, maar nu wordt mij duidelijk waar deze aversie vandaan komt.  Misschien durft hij niet eens meer in de buurt van trapauto’s te komen, laat staan er in te zitten. Op zijn achttiende waarschijnlijk geen behoefte aan rijlessen, altijd met het ov. En dat alles vanwege de onopgevoedheid van een dreumes en de onoplettendheid van een leidster… Hoeveel zou je daar in de VS voor kunnen vangen?

Aan het eind van deel 2 werden de tasjes door de leidsters ingenomen en we zien ze zo rond 5 december wel weer via onze kinderen terug. Ik heb mijn handtekening er maar niet onder gezet. Misschien durf ik mijn creatie nog op beeld vast te leggen en hier te publiceren. Maar misschien is het ook goed om Nathan een tweede trauma te besparen door het verhaal achter de artiest achter het linnen tasje de doofpot in te doen.

Ten slotte: hulde aan alle kinderdagverblijfleidsters van Nederland. Wat een enthousiasme, geduld, betrokkenheid, creativiteit etc. gooien jullie in je werk. Dankzij jullie kunnen duizenden en duizenden ouders dagelijks in een bureaustoel achter een pc schuiven en hun werk doen. En daar moeten jullie waarschijnlijk weer niet aan denken.

Bambi

media_xl_80742

Maak kennis met Bambi. Ik weet niet waarom kinderdagverblijven van die achterlijke namen hebben. Bambi, My little pony, de Troetelbeertjes, ie twee honden die spaghetti naar elkaar toe eten: ik heb er nooit iets mee gehad. En nu dit, ik krijg het m’n strot nauwelijks uit. Ik heb een poosje gezocht naar dagverblijven met namen als W.F. Hermans, Abraham Kuijper of Majoor Bosschardt, maar ik stuitte alleen maar op Schanulleke, Dikkie Dik, Doornroosje (vlak naast een coffeeshop), Chris de Walvis en een heel arsenaal uit de Fabeltjeskrant. Dus schreven we ons maar in bij Bambi, Saartje en Hummeltje.

Vanochtend zo tegen achten bedacht ik plotseling dat ik om negen uur met Nathan bij Bambi moest zijn. De allereerste keer. Ik zie zijn dagen bij het KDV als zijn werkdag. We proppen hem al vast in een negen-tot-vijfmentaliteit. Dan kan ‘ie in elk geval nog altijd ambtenaar worden als ‘m verder niks lukt (ooooh!).

Om precies twintig minuten over negen stond ik veel te laat bij het dagverblijf. De eerste geruststelling was dat ik me eerst via een bel moest melden alvorens ik binnen kon komen. Dus noemde ik keurig namen en rugnummers en kreeg ik via de zoemer toestemming om door te lopen. We hobbelden een trap op, tig traphekjes en andere afzettingen door en struikelden de chaos van babyhapjes, biscuitjes en lekkende flessen in. Twee wipstoelen met inhoud, een snottebellerig Emmaatje en een snotterende Tycho, krijsende baby Geert en een Ralph Lauren polo waar Pepijn ergens in verstopt zat. En nog wat losse baby’s die veilig achter een deur in stapelledikantjes lagen te slapen. Gezelligheid troef.

Ergens in het midden van dat troepje kindertjes ontwaarde ik twee volwassenen die me enthousiast begroetten. Wat mij een wonder leek in de toestand waarin ik hen aantrof. Hoe, en ik herhaal het, hoe kon ik ooit nóg een kind bij hen achterlaten? Vanaf een uur of acht had ik me een beetje snotterig gevoeld omdat ik het echt heel erg zielig voor Nathan vond om hem in z’n uppie achter te laten. Nu barstte ik bijna in huilen uit vanwege het medelijden dat ik met deze twee dames voelde. Die er nóg eentje bij kregen. Maar ze leken er helemaal niet onder te lijden, want er werd zelfs koffie voor me gezet.

Dus nam ik plaats op de bank, naast een opbergbox met grint en groenig water. Met Nathan op schoot die al snel ontdekte dat er in de box twee vissen aan survivalsport deden. Nadat de twee wipstoelbewoners hun bed in waren gebonjourd begon de intake met de aandachtleidster (!). Nieuw woord, ze observeert Nathan en slaat alarm als z’n gedrag abnormaal blijkt. Het kind in kwestie was inmiddels in geen velden of wegen meer te bekennen.

De nummers bij calamiteiten, het nummer van de huisarts, z’n zorgpolis, z’n burgerservicenummer, allergieën, z’n eet- en slaapschema, z’n gedrag, z’n leuke kanten, z’n minder leuke kanten, alles kwam aan bod. Een krabbel voor uitstapjes in de bolderkar, een rondleiding door de chaos, een gepersonaliseerde blauwe opbergbox voor reserverkleren en een grote antiluizenzak waar z’n jas elke dag in opgeborgen wordt. Pedagogisch verantwoord volgens de allerlaatste ideeën van Thomas Gordon, waar ik morgen maar meteen een boek van ga kopen. Het kan geen kwaad om me een beetje in te lezen.

Twee uren nadat ik was binnengeloodst viste ik een blèrend kind uit een trapauto en struikelden we de chaos weer door richting auto. Tycho en Emma zwaaiden ons uit en de eerste baby´s vroegen al weer om hulp. Over twee weken gaan we weer en dan laat ik ‘m echt achter. Tenzij Thomas Gordon het niet allemaal op een rijtje heeft natuurlijk. Maar vandaag kwam ik opgelucht thuis. Als film mag Bambi dan “de biggest crying movie of all time” (citaat Steven Spielberg)  zijn, maar ik denk dat het helemaal goed gaat komen!

In z’n uppie

Post uit het postvakje gehaald. Nathan heeft een plekje op het dagverblijf. Voor twee dagen per week. Hartstikke blij mee, want Nathan gaat dat vast heel leuk vinden. En bovendien ga ik die twee dagen ook heel leuk vinden. Zij het dat ik er dan nog een paar klanten bij moet vinden waar ik twee dagen efficient voor aan de bak kan. Of dat ik toch nog die baan voor drie dagen buiten de deur vind.  However moest ik wel even slikken toen ik de volgende zinnen las:

Dag 1 Kennismakingsgesprek en even op de groep

Dag 2 Kind blijft een dagdeel (zonder ouder) op de groep

Dag 3 Kind blijft een korte dag op de groep

Dag 4 Kind is alleen op de groep

Slik. Die laatste tekst. In z’n uppie. De tranen sprongen in m’n ogen. Op 6 juli is het zover. Dat wordt een tough day. Maar vanaf 7 juli hieperdepiephoera ga ik het er flink van nemen. In m’n uppie.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.