Censuur

Mijn vader heeft een half uur alleen in mijn huis gezeten en als ik de sleutel in de voordeur steek, gieren de zenuwen door m’n lijf. In de tijd dat ik even weg was heeft ‘ie de sudoku in Trouw kunnen maken, maar wat daarna? Dat ‘ie Trouw bij ons leest bezorgt me al kriebels. Je weet nooit of de strip op pagina 2 wel of niet door de beugel kan. Of dat er een discussie over de SGP loopt die hem niet zint. Een te blote foto, onbegrijpelijke kunst, als je de wereld vanachter een bevindelijk-gereformeerde bril bekijkt, is er veel aan te merken.

Als ik de kamer binnenstap, kijkt ‘ie me minzaam aan en zet zijn schreden richting boekenkast. “Ik zag hier een heel raar boek staan, met een erg rare titel. Ik vind het heel erg dat je dat in je kast hebt staan en dat doet me verdriet.” Ik verstijf. Hij heeft ‘God is gek’ van Kluun gevonden. Wat eigenlijk, juist voor hem, een heel lezenswaardig boekje is. En dat leg ik hem uit. Ik overtuig niet, hij verdraagt het niet om het boek in mijn kast te zien staan, hij wordt er verdrietig van. Mijn boeken staan dubbeldik, ik verplaats het naar de achterste rij.

Inmiddels is het een half jaar geleden. Over drie nachten verhuizen we. Morgen komt ‘ie onze boekenkast inpakken. Daar heeft ‘ie een methode voor: de boeken zullen in het nieuwe huis exact de plek krijgen die ze nu hebben. Want de voorwaarde is: hij haalt het eruit en hij zet het er ook weer in. Hoewel ik mijn tijd beter kan gebruiken om elders in huis dozen in te pakken, ijsbeer ik heen en weer: tussen A en Z, van sociaal-economisch en politiek naar literatuur en ik neem zelfs de kookboeken door.

Ik zoek naar godslasterlijke lectuur en boeken met titels die ‘niet door de beugel’ kunnen. Ik speur meters af op auteurs die als antichristelijk te boek staan. Maarten ‘t Hart verdwijnt in een doos die ik later wel weer ergens terugvind en van Jan Wolkers gooi ik die enkele exemplaren meteen in de papiercontainer. Zo bijzonder zijn die boeken niet, ik zou ze aan niemand willen uitlenen. De Koran zou mijn vaders dood tot gevolg kunnen hebben. Er zit een Dokus tussen, gereformeerder kan het niet, maar de ironie van die kerkelijke cartoons zou ‘m volledig ontgaan. Ik twijfel zelfs al bij de Bijbel Cultureel, want dat is ook een combinatie die voor de preciezen niet klopt. En bij de kookboeken zie ik Hemels op een rug staan…

Ik ben 32 en censureer mijn boekenkast voor mijn vader. Ik kan Kluun nergens meer vinden en daar ga ik vannacht vast nog een poosje van wakker liggen. Hou oud moet je worden om je niets meer van je ouders aan te trekken?

i-ruzie / verlanglijstje

Ik word verschrikkelijk door KP uitgelachen. Het is ook dom om hem zo diep in mijn ziel te laten kijken.

Of er dingen zijn die ik leuk vind voor mijn verjaardag. In een vlaag van hoop en glorie heb ik hem mijn gebruikersnaam en wachtwoord gegeven van een weblog waar ik precies bijhoud wat ik allemaal leuk en mooi en inspirerend en boeiend en goed ontworpen en knap bedacht vind. Maar KP kan al die kwalificaties van mij niet zo goed aan de producten koppelen.

Tja, er staat een plaid op van 257,90 en een blok hout waar je boeken in kunt zetten. Ook nog maar net onder de 300 euro. Die vind ik gewoon leuk voor in huis. Ik heb er autobehang op staan van 63 euro per rol en twee mokken met vogeltjes op z’n Scandinavisch. Mag voor dertig euri weg. O, en niet te vergeten een stempelset waarmee je hele stadjes kunt stempelen. Heel leuk: met een wolkenkrabber, een fiets, een boom, een huisje. En dat allemaal van prachtig esdoornhout wat in een leuk houten doosje naar je toe komt. Dat hoort tot het domein: goed bedacht en fijn ontworpen. Maar nu wordt me voor de voeten geworpen dat ik me moet gaan realiseren dat ik 32 word.

“Kun je nog wat meer lullige dingen zeggen over mijn lijstje?” vraag ik ‘m nogal cynisch. Draait ‘ie z’n hand niet voor om: “Al die hebberige vrouwen worden dus gewoon via dit soort shops verleid om veel te veel geld uit te geven aan onzinnige dingen.”

Ik heb dus in een onbewaakt ogenblik echt even gedacht dat ik iets van dat leuke lijstje zou kunnen krijgen, maar hoe kon ik zo stom zijn? Het is overduidelijk dat ik dit jaar weeeeeeeer iets praktisch en nuttigs en zinvols ga krijgen. Ik heb wederom weer een jaar gewacht om wederom tot de conclusie te komen dat KP niet in staat is om mij iets te gegeven dat alleen ik leuk vind.

En dan te bedenken dat zo’n stempelset donders therapautisch kan werken en ik er een rol behang van 63 euro mee kan uitsparen als ik een muur bestempel. Na mijn verjaardag heb ik dat zelfs heel hard nodig.

Deze strijd duurt dus nog wel even voort, want ik ben pas over krap drie weken jarig. En daarna krijgen we Sinterklaas nog en kan ik nog meer zinvolle dingen aan m’n collectie toevoegen. Maar voor nu geldt dat ik deze ruzie vast op deze blog heb gewonnen. Ik kan niet wachten tot ik jarig ben.

Dood

De middelbare school was niet de beste fase van m’n leven. Te lang, te dun, te slungelig, te verlegen, te bang voor het vwo, te slim voor de havo, te angstig, te gereformeerd, te beschermd. En te weinig zelfvertrouwen, te weinig lef, te weinig… Foto’s uit die tijd ga ik het liefst uit de weg, de enkele die ik heb zijn goed weggestopt en als ons huis afbrandt red ik ze niet.

De mensen die het op de middelbare school wel maakten, vrienden hadden, uitgingen, leuke kleren droegen, lef hadden, interessant waren (of deden), sociaal waren, snel netwerkten, iets heel goed konden zoals een instrument bespelen of een sport, die kortom lekker in hun vel leken en op mijn stilzwijgende jaloezie konden rekenen… die mensen zijn nu ook gewoon intercedent op een uitzendbureau, beleidsmedewerker bij een gemeente, adviseur marketing bij een uitgeverij, consulent van weet ik veel wat, vertegenwoordiger in haarspeldjes, fulltime thuis bij de kinderen of ergens between jobs. En sommige mensen zijn al dood. Ik ben er stil van.

Driftbui

We staan hier onder continue dreiging van een driftbui. Een rommelende vulkaan met een dagelijkse garantie op uitbarsten. ‘s Ochtends om zeven uur stijgen er al rookwolken uit ons rampje. De aanleiding is zo klein als het rampje zelf: z’n kleren. We hebben een ijdeltuit geproduceerd.

Luiers: alleen broekjes met Bob de Bouwer (dat is Pampers Easy Up) met een zaag aan de voorkant en een hond aan de achterkant. Daarmee kun je dus de helft van het pak op zolder zetten en hopen dat Jonas hier niet mee behept is.

Onderbroeken: niet die met de letters. “Vind ik niet mooi.” (Geldt ook voor hemdjes, maar bij voorkeur geen hemd. Geen halszaak trouwens. Voor de afwisseling in het ochtendprogramma doen we er wel eens een hemd in. Om ook iets van positieve feedback te ontvangen.) In elk geval niet de onderbroek die ik voorstel.

Broek: een “voetbalbroek”. Dat is een joggingbroek die twee maten te groot is. Een mooi exemplaar, maar op de groei gekocht. Als de voetbalbroek niet beschikbaar is, dan is de keuze afhankelijk van zijn eigen energiepeil en onze dreigementen. Het mag af en toe een spijkerbroek zijn, maar dan niet die van de Hema. “Is voor Jonas.” Een voor hem acceptabel exemplaar is een gruwelijk lelijke verwassen spijkerbroek die uit een kledingzak is gekomen die al twintig jaar door mijn familie dwaalt. Misschien heeft ’ie een vooruitziende blik en wordt dit gauw weer mode, maar dan trek ik een boerka aan voor we de deur uit gaan.

Korte broek: twee exemplaren die hij zelf heeft uitgezocht. Ik was ten einde raad. Het zijn eigenlijk heel leuke exemplaren. Maar in geen geval de korte broek die ik voorzichtig uitkies.

Bovenkleding: een “voetbalshirt” of een “shirt met mijn letter”. Wat een voetbalshirt is, kan per dag verschillen, maar het is in elk geval nooit het shirt dat ik voorstel.

Sokken: kniekousen, ook bij buitentemp +30 graden. Opgetrokken tot óver de knie. Nooit de kniekousen die ik gepakt heb. Pyama: niet de variant die ik in m’n handen heb. Zwembroek: niet die ik in de tas heb gestopt. Jas: een bodywarmer als ik de jas pak en andersom. Schoenen: “niet de gympen, vind ik niet moo-hooi”, rechts aan de linkervoet, links aan de rechtervoet, tenzij ik het zo voorschrijf. “Wil je apenvoeten?” “Nee-hee, bananenvoeten!”

Af en toe verontschuldig ik me bij het kinderdagverblijf voor z’n kledingstijl. Een melding bij het AMK heb je tenslotte maar zo aan je broek hangen. Voor de duidelijkheid: dit is geen geval van slappe-opvoeder-die zich-de-les-laten-lezen-door-een-peuter. Het is geen geval ‘Kom uit die regenplas’. Het is gewoon een ongewoon koppig en eigenzinnig exemplaar en nu we dat weten schrijven we dagelijks een paragraaf in z’n handleiding. Te beginnen met deze inleiding. Bleeegh, het is al weer bijna ochtend.

Noordelijk wonen

Nog niet zo lang geleden hebben we het midden van het land verruild voor het noorden. Daar moet je sterk voor in je schoenen staan. Ik bemerkte bij mezelf een zekere gêne om te vertellen dat we in Friesland een huis hadden gekocht. Voor westerlingen klinkt dat namelijk als emigreren. Het is tenslotte 150 km dichter bij de poolcirkel. De meeste mensen die bij de verhuiswagen afscheid van je nemen, doen dat in de overtuiging dat ze je nooit meer terug zullen zien. ‘We mailen he?’ of ‘Tot op facebook!’ zeggen ze nog hoopvol, maar je ziet ze denken: in het gunstigste geval komt ons adres in het rouwbrievenbestand bij sterfgevallen. Vaarwel.

Maar daar werd die gêne trouwens niet door bepaald. Als ik even wat lagen dieper graaf, dan ontstaat dat door de  gedachte van veel mensen dat je een stap terugzet in je ontwikkeling. Mensen in het westen vragen zich af: waarom? Het hoort bij hun beeld van evolutie. Naar het westen verhuizen is een stap vooruit in de menselijke ontwikkeling. Het model van de goed evoluerende burger is de boer van het platteland die tot het inzicht komt dat zijn leven op die plek nogal beperkt is en dat er meer in het leven is dan het programma dat het provinciale theatertje biedt. Het is de Nederlandse droom: je kunt het westen bereiken als je maar uit je beperkte modus komt en je hersenen genoeg zuurstof geeft. Niet te verwarren dus met de Amerikaanse droom waarin je alles kunt bereiken als je daar maar hard genoeg voor werkt. In Nederland kun je in sommige gevallen subsidie aanvragen en dan kun je ook blijven doen wat je leuk vindt.

En nu wonen we hier dus al weer ruim een half jaar. Dat ik een berg mensen nodig moet spreken komt niet omdat ik zo ver weg woon (of zij zo ver weg wonen), maar omdat ik het nogal druk heb. Ook dat strookt niet helemaal met het beeld van het noorden, want waar zou je hier in vredesnaam moeten werken? Een buurtsuper? Een kaasboerderij?

Ik overdrijf, maar feit is dat onze verhuizing nogal wat reacties losmaakte. En dat veel mensen Friesland helemaal niet kennen, behalve van de boot naar Terschelling. En af en toe loop ik zelf ook nog met gedachtes rond dat het geen slim plan was. Ik mis vrienden en ik baal ervan dat we voor een kop koffie bij deze en gene een hele dag moeten uittrekken. Of zelfs een plan voor een weekend maken om alle drie pasgeboren baby´s te kunnen checken. Aan netwerk heb ik hier behalve m’n familie nog niet zo gek veel.

Maar vanochtend op de fiets viel het kwartje voor de zoveelste keer. Met een kind voorop, een kind achterop, twee boodschappentassen aan weerszijden van het stuur, een buggy achterop de drager en mijn blik als die van een hertje in de koplampen, kreeg ik van alle automobilisten voorrang. Die blik deed ‘t ‘m en die heb ik in Utrecht geleerd!

Baby van het jaar

Het is de last van deze  levensfase. Ik krijg meerdere keren per jaar oproepen om vooral op die-en-die-baby te stemmen voor de verkiezing van Baby van het Jaar. Wat al die ouders niet weten, is dat er meerdere baby’s baby van hetzelfde jaar kunnen worden, omdat er door verschillende producenten van luiers, babyvoeding, billendoekjes, spenen, websites, drogisterijen, blijedozen, etc van zulke wedstrijden worden georganiseerd om maar zoveel mogelijk traffic naar hun sites te leiden.

Maar buiten dat doe ik er dus niet aan mee, aan die verkiezingen. Want wat is nou een baby van het jaar? Is dat de leukste, liefste, mooiste, leukst aangeklede, intelligentste baby? Of ben je pas baby van het jaar als je je gewoon keurig volgens de curves van het consternatiebureau groeit? Als je probleemloos borstvoeding tot je neemt en vijf keer per dag een volle luier hebt? Ik denk het eerste en dat vind ik niet eerlijk, omdat je als baby ook maar gewoon meekrijgt wat je genen je ingeven. Ik ga niet kiezen. Sorry.

Gelukkig

Het is bijna Koninginnedag. Ik ben de bus ingestapt en er hangt een lekker sfeertje. Het ziet er nogal oranje uit in de bus en mensen kletsen met mensen waar ze op normale doordeweekse dagen niet mee kletsen. Maar Koninginnedag maakt wat los. Ik voel me fantastisch. Moe, dat wel, maar ik ben onderweg voor een avondje ouderwets stappen. Ik stap op het station uit en loop naar de Mariaplaats. Er staat een bandje bij het conservatorium, ik blijf even staan luisteren. In de verte zie ik Em staan, we zwaaien naar elkaar. Ze zet haar fiets weg, we omhelzen elkaar. Gezellig, dit is al weer te lang geleden. Lees meer over dit bericht

Een dag als alle andere

Een dag als alle andere. Of  niet?

Oei, is het al weer zo laat? Heb ik dan de eerste keer de wekker niet gehoord? Ik hoor de douche, KP is zijn bed vandaag eerder uit dan ik. Hee, heb ik Jonas vannacht niet terug in z’n bedje gelegd? Hm, hoe laat was het eigenlijk. Een uur of zes, volgens mij. Dat wordt weer lastig plannen vandaag. Of hij wil om negen uur al weer eten, of hij houdt het vol tot een uur of tien. In het eerste geval moet ik ‘m maar om half negen een fles geven en met Bambi bellen dat Nathan vandaag na negenen komt. Ik kan het er ook op wagen en snel heen en weer vliegen. Maar het is wel zo gemakkelijk om direct na Bambi door te rijden naar de Albert Heijn om boodschappen voor een week te halen. Met mijn dertigersdilemma en alle keuzestress die daar bij hoort heb ik daar nogal wat tijd voor nodig. En heeft Jonas een flinke bodem nodig.

Ik kies voor het tweede scenario, maar dan moet ik nu wel maken dat ik uit m’n bed kom. Ik schiet overeind en vlieg direct door naar Nathans kamer. Jonas kan als laatste, die ligt nog te pitten. Nathan staat al rechtop in z’n bed te roepen dat ‘ie eruit wil. Ik zwaai ‘m meteen op de commode, schone broek, kleren aan, sokken, schoenen. Dan samen door naar de woonkamer, in de kinderstoel. Ik serveer een boterham met appelstroop en één met chocoladepasta. Een beker melk. Dan de badkamer in, waar KP net uitloopt. Ik blijf met Nathan praten want ik wil zeker weten dat ‘ie zich niet verslikt. Mijn hypochondrie slaat tegenwoordig meer op Nathan en Jonas dan op mezelf. We keuvelen over broodjes, wat ‘ie gedroomd heeft, ik vul het gesprek wel in, Nathan kletst en reageert weer op mij. Af en toe roept ‘ie dat er een trein langskomt. Gelukkig voor KP, ze rijden gewoon.

Door naar de slaapkamer, aankleden, Jonas uit z’n pyama helpen, kleren aan. Meteen z’n jas ook maar aan en vastsnoeren in de maxitaxi. Nathan brult om meer brood. Ik smeer er nog gauw eentje, hij lust er soms wel vijf, maar vandaag hebben we haast. Gauw vier boterhammen met iets kleverigs maken, twee voor KP en twee voor mij. Die eet ik onderweg wel op. KP stopt die van hem in een zakje en rent de deur uit. Hij heeft nog acht minuten om de trein te halen. Ik maak een washandje warm en zepig en poets Nathan schoon. Uit z’n kinderstoel, jas aan. Nathan heeft andere plannen, die wil met de auto’s spelen. Geen tijd, geen tijd, we móeten nu weg. Is Rund mee? Speentje? We kunnen.

Deur uit, lift in, naar beneden, shit de deur naar de garage heeft sinds kort een slot. Waar zijn m’n sleutels? Jonas vastsnoeren, Nathan in z’n stoel, instappen en wegwezen. Racen, we gaan het halen. Twee minuten over negen, goed gedaan vandaag! Met maxitaxi en Nathan naar binnen, blauwe slofjes over m;n schoenen, hygiëne is belangrijk bij Bambi. Al die blauwe plastic slofjes zijn al goed gebruikt, even doorgeven dat er weer nieuwe nodig zijn. Ik slof naar binnen. Rund en speen in het mandje, Nathan een kus, zwaaien, dagdag tot vanmiddag, lief gaan spelen, veel plezier en werkze allemaal, sterkte voor wie het nodig heeft, doeoeoeoeg. Trap af, maxitaxi weer vastsnoeren en racen.

Als ik snel ben, gaan we het gewoon halen voor Jonas wakker wordt en trek krijgt. Jonas geeft geen krimp. Ik parkeer helemaal vooraan, buikdrager omsnoeren, Jonas erin, die wordt een beetje wakker. Val in slaap, probeer ik telepathisch uit. Jonas moppert wat en valt tegen me aan in slaap. Tassen mee, een winkelmunt, een winkelkar, een zelfscanner, maar wat hoor ik toch steeds, sleep ik iets achter me aan? Onhandig zo’n buikdrager, ik zie m’n voeten niet. ‘t Is druk bij de groente, veel senioren, wat hangpubers, moeders met kinderen. Nog genoeg vlees in huis, drie broden, melk, karnemelk, vooruit een pak danoontjes. Koude voeten? vraagt een bierbuik met bifiworstjes ter hoogte van de chips.

HELP, IK HEB MIJN BLAUWE SLOFJES NOG AAN!

Showroom

Liet vandaag een EGR-klep van de auto vervangen. Het ding reed met horten en stoten dus vanuit de supermarkt maar direct door naar de garage voor een diagnose. Ik kon wel even blijven wachten, zeiden ze. Want als er wat gerepareerd moest worden, moesten we toch een nieuwe afspraak maken. Leek me safe, het was half drie en om kwart over drie had Jonas een volgende voeding nodig.  Moest kunnen, dus namen we plaats in de showroom. Jonas en ik. Jonas in slaapstand, ik in luierstand met een kop koffie. En toen de diagnose: een defecte EGR-klep. Nog nooit van gehoord. Kon direct vervangen worden. Het was kwart voor drie en het zou drie kwartier duren. Kom, dacht ik, gaan we gewoon proberen.

Ik ben niet zo’n held in borstvoeding. Niet het type dat overal met de borsten bloot gaat. Daar zoek ik liever wat rustige plekken voor uit. Geen autoshowrooms in elk geval. Da’s wel ongeveer de laatste plek die ik in gedachten had. Het is niet zo dat ik me ongemakkelijk voel als iemand anders mijn borstvoedende borsten ziet, ik voel me ongemakkelijk omdat anderen zich ongemakkelijk zouden kunnen voelen bij het zien van mijn borsten. Dat heeft weer met mijn hyperbewustzijn te maken en de een vindt het volkomen onzin en de ander voelt volledig met me mee. Daar kom je niet uit en je komt er niet vanaf. Althans, ik niet. Bovendien had ik m’n kleren er ook niet zo goed op uitgekozen vandaag. Een jurkje dat helemaal omhoog zou moeten. Niet alleen blote borsten dus.

Terug naar de showroom. Een VT Wonen verder werd ik dus nogal onrustig. En toen bleek het onderdeel toch niet aanwezig te zijn, maar ze hadden het ouwe er al uitgehaald. Dus zou het nog wat later worden, want het ding moest even uit een andere hoek van Utrecht gehaald worden. Toen ik de Cosmopolitan, Glossy, Beau Monde, Panorama, Nieuwe Revu en de Telegraaf uit had (vijf minuten later dus) brak het zweet me aan alle kanten uit. Jonas  bewoog af en toe en ik straalde hem in: slaap, slaap, slaap door. Ondertussen zoekend naar een goeie plek om naar te verdwijnen als het niet anders kon. De beste plek was de achterbank van een Renault Espace,maar hoe vraag je dat? “Eh, ik ben wel geïnteresseerd in deze auto, maar ik vind het belangrijk voor ik zoiets aanschaf om te weten hoe de achterbank borstvoedt, vindt u het goed al ik…?” of  gewoon “Om uw klanten niet in verlegenheid te brengen, zou ik graag…” Want ja, dat jurkje moest wel gans omhoog.

Nou, er is niks gebeurd. Om kwart voor vier was de klep klaar en lag Jonas nog te slapen. Toen zijn we maar naar huis gegaan. Dat ik hier toch nog een spannend verhaal van probeer te schrijven, tekent een beetje wat ik zoal meemaak tijdens m’n verlof.

Game over

Er komt er hier voorlopig geen Wii in. Zoveel is na dit weekend wel duidelijk. Mijn schoonouders hebben de beschikking over een Wii. Toen we zaterdagmiddag binnenkwamen stuiterden er al drie kindertjes voor de Wii druk ruziënd over de vraag wie wanneer tegen wie en hoe lang en hoe vaak achter elkaar en welk spel en wie er de beste was. Best complexe conflicten nu ik dat ineens systematisch op m’n beeldscherm zie staan. En Nathan voegde zich al stuiterend bij dit opgewonden gezelschapje.

Vanwege de weersomstandigheden bleven we een nachtje. Zondagochtend rook ik mijn kans. Geen stuiterende kindertjes in de buurt, schoonfamilie naar de kerk, KP, Nathan en Jonas nog in bed: het Wii-rijk volledig voor mij. (Bepaald niet mijn standaard zondagochtendritueel en deze ochtend zou leren dat ik ook beter op mijn gangbare plek -kerk- had kunnen zijn.) Ik kreeg de Wii echter niet aan de praat, dus kreeg ik KP er alsnog bij.  Terwijl ik een boterhammetje voor Nathan smeerde begon KP heel onschuldig aan een rondje MarioKart, maar o jee, wat maakte dat in mij los? Ik besloot namelijk uit een soort wraak uitsluitend een ontbijt voor mezelf klaar te maken. Daarna ontfutselde ik KP onder valse voorwendselen de controller en kon ik er voor gaan zitten. KP in verbijstering achterlatend. Dat had bij hem al alarmbellen moeten doen rinkelen.

Ik was vroeger al erg bedreven in games. We hadden thuis een MSX en een gameboy, de buren hadden een commodore en de buren die daarnaast woonden een Atari. In elke vakantie huurde ik samen met m’n buurjongens bij de videotheek een Nintendoachtig ding waar we vijf dagen lang nonstop Sonic the hedgedog op speelden. Op m’n tiende kon ik echt elk bestaand spel op één leventje uitspelen.  Nu ik volwassen ben probeer ik uit de buurt van die dingen te blijven, want als ik een verslaving voor mezelf zou moeten kiezen dan zou gamen een goeie kunnen zijn. Vanwege die potentiële verslaving maar ook vanwege het gevaar voor een competitie met deze of gene. Uit pure eerzucht ga ik zonder training zo’n uitdaging niet aan.

Zondagochtend kon ik me in alle rust voorbereiden. Dus koos ik een lief kirrend roze prinsesje uit die ik in een kart stopte en zo verscheen ik al gillend aan de start van MarioKart. Het prinsesje gilde nog alleen, maar dat zou niet lang meer duren. Want al na een minuut gilde ik net zo hard mee. Ik beukte andere karts opzij, ik schold, ik krijste, ik schreeuwde, ik vloekte er nog net niet bij, maar in het gedragsbeeld had het er helemaal bijgepast, wangedrag ten top. Als ik mij op deze manier op de A27 had vertoond was ik in het kader van de Educatieve Maatregel gedrag en verkeer door de overheid op een driedaagse gedragscursus gestuurd.

Na een rondje vond KP het zijn beurt, maar dat ging niet zomaar. Er ontstond een handgemeen waar Nathan zo van schrok dat zijn onderlip er van begon te trillen.En het werd nog erger want hij vond de scene blijkbaar zo dreigend dat hij KP de controller afpakte en het ding onder de woorden “Neenee, mama” aan mij teruggaf. Dus racete ik al brullend en beukend door: ” Yiiihaaaa, ik ben eerste!” KP:  ”Eerste van de randdebielen, ja.”   Tot KP, en die kan best wat hebben, mij op een gegeven moment weer terug op aarde floot: “Zeg lief, let even op je taalgebruik, wil je? Er zijn hier kinderen bij.”

Je snapt: er komt hier voorlopig geen Wii in.

Een ps’ je voor de kritischen onder ons: voor sommigen van u zal mijn verzuimde kerkgang wellicht tot groter wangedrag gerekend worden, maar dat heb ik via de hedendaagse technieken via internet al kunnen compenseren door de dienst vandaag in te halen. Maar hoe compenseer je zulke nare neigingen die toch maar weer bevestigen dat een mens ten diepste onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad is? 

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.