Baby van het jaar

Het is de last van deze  levensfase. Ik krijg meerdere keren per jaar oproepen om vooral op die-en-die-baby te stemmen voor de verkiezing van Baby van het Jaar. Wat al die ouders niet weten, is dat er meerdere baby’s baby van hetzelfde jaar kunnen worden, omdat er door verschillende producenten van luiers, babyvoeding, billendoekjes, spenen, websites, drogisterijen, blijedozen, etc van zulke wedstrijden worden georganiseerd om maar zoveel mogelijk traffic naar hun sites te leiden.

Maar buiten dat doe ik er dus niet aan mee, aan die verkiezingen. Want wat is nou een baby van het jaar? Is dat de leukste, liefste, mooiste, leukst aangeklede, intelligentste baby? Of ben je pas baby van het jaar als je je gewoon keurig volgens de curves van het consternatiebureau groeit? Als je probleemloos borstvoeding tot je neemt en vijf keer per dag een volle luier hebt? Ik denk het eerste en dat vind ik niet eerlijk, omdat je als baby ook maar gewoon meekrijgt wat je genen je ingeven. Ik ga niet kiezen. Sorry.

Jonas en z’n RS-virus

Doe je je best om carnaval te ontlopen, krijg je alsnog polonaise aan je lijf. Althans, Jonas’  lijfje. Hij hoestte al een kleine week de longetjes uit z’n lijf enz’n neus slibde langzaam dicht. Drie weken geleden hadden we ook al zoiets gehad en waren we met ‘m op de spoedeisende hulp terechtgekomen. Maar na een check van bloed en urine hield de kinderarts het op een fikse verkoudheid. Maar deze keer was het toch anders. Zondag en maandag dronk ‘ ie slecht en uit angst voor uitdroging toch maar even naar de huisarts. De huisarts luisterde en klopte en keek en een tweede huisarts luisterde en klopte en keek. En die vonden dat een kinderarts ook nog maar even moest luisteren, kloppen en kijken. Met het vermoeden van een RS-virusje werd ik doorgestuurd naar de kinderarts die hem drie weken geleden ook al had gezien. En de tip om maar wat spullen in te pakken voor een pyamafeestje in het ziekenhuis.

Een uurtje later meldden we ons weer bij de kinderarts. De co luisterde en klopte en keek naar Jonas. Nam een vragenlijst met me door en waarschuwde me dat hij eigenlijk nog niks wist. Dat ‘ ie maar een co was en dat ‘ie nog een berg moest leren. Inderdaad, leerpunt een: nooit zeggen dat je niks weet. Toen kwam de kinderarts en die luisterde en klopte en keek ook nog eens. Toen vroeg ‘ie aan de co of hij Jonas helemaal uitgekleed had en toen zei de co ‘ja’. Leerpunt twee: nooit liegen tegen de arts. Maar die klopte alweer lekker door.

Toen mochten we door naar het lab waar er bloed werd afgenomen. En weer door naar het volgende loketje: rontgen. Jonas vond er intussen niet zo veel meer aan. Kleertjes aan en uit en dat geluister, geklop en gekijk elke keer begon een beetje op z’n zenuwen te werken. Daarna mochten we weer naar de wachtkamer van de eerste hulp. Daar zat het helemaal vol met breuken, kneuzingen en snotneuzen. Met twee andere snotneuzen werden we naar de kinderafdeling gebracht. Jonas in een spartaans metalen ledikant, ik er op een veldbed naast. Allebei ter observatie. Jonas aan zijn monitor, en ik, tja…

Ik voelde me een beetje geobserveerd, maar dat was psychisch. Bij elke move vroeg ik me af of ik nu gecontroleerd zou worden op Munchhausen by proxy. Want ik bleef er nogal nuchter onder, helemaal niet de huilbuien die ik verwacht had en een enorm opgelucht gevoel dat we een nachtje mochten blijven. Dan waren we tenminste in goede handen, maar zou de verpleging mijn enthousiasme niet wat verdacht vinden? Bovendien zat ik vrij rustig naast ‘m met een stapel kranten, tijdschriften, een politieke bundel, een kop koffie, mwoh, ik vermaakte me wel. Jammer dat er geen draadloos netwerk was, want alles inspireerde tot enorme blogs. De automaat waar je vazen uit kon halen, de co-assistente die haar haar in onze kamer stond te doen zonder zich om ons of de arts te bekommeren, de co die duidelijk trots op haar witte jas was, de andere ouders, het uitzicht op de Dom en het uitzicht op de deur van het mortuarium…

En de pedagogisch medewerker die gistermiddag bij Jonas’ bed stond. Of we nog ergens behoefte aan hadden. Nou, daar had ik nog niet zo bij stilgestaan, maar een Wii leek me wel erg leuk op de kamer. Ze was er echter voor Jonas’  pedagogische behoeftes en kon ons alleen helpen aan een mobiel boven z’n bed of andersoortig babyspeelgoed. Hmm, jammer. Het bleek inderdaad om RS-bronchiolitis te gaan: een luchtweginfectie waar volwassenen en grotere kinderen gewoon verkouden van worden, maar wat bij baby’s problematischer verloopt. Maar tegen de tijd dat ik bijna door m’n lectuur heen was, knapte Jonas goed op. Hij dronk precies genoeg om geen sondevoeding te hoeven en hij kreeg ook weer wat meer kleur terug. Maar omdat z’n zuurstofopname nog wat tegenviel wilden ze ons nog een nachtje houden.

Vanochtend bleken zijn saturatiewaarden goed genoeg om ons naar huis te laten gaan. We konden onze koffers pakken en met de neusdruppels zu hause. Nu zitten we lekker met z’n tweeen thuis op de bank. Ik met de laptop en hij met wat pedagogisch verantwoord babyspeelgoed. Wat ik nou zo leuk vind, is dat ik Jonas nog maar negen weken ken, maar dat ik ‘m al aardig door begin te krijgen.  Als ‘ie huilt weet ik wat er aan de hand is, ook al denken de verpleegkundigen dat zij het beter weten. En dat Jonas ineens zo snel opknapte is, komt omdat ik hem uit de folder voorlas dat de CliniClowns op donderdagmiddag langskomen. Joehoe, echt mijn zoon!

Showroom

Liet vandaag een EGR-klep van de auto vervangen. Het ding reed met horten en stoten dus vanuit de supermarkt maar direct door naar de garage voor een diagnose. Ik kon wel even blijven wachten, zeiden ze. Want als er wat gerepareerd moest worden, moesten we toch een nieuwe afspraak maken. Leek me safe, het was half drie en om kwart over drie had Jonas een volgende voeding nodig.  Moest kunnen, dus namen we plaats in de showroom. Jonas en ik. Jonas in slaapstand, ik in luierstand met een kop koffie. En toen de diagnose: een defecte EGR-klep. Nog nooit van gehoord. Kon direct vervangen worden. Het was kwart voor drie en het zou drie kwartier duren. Kom, dacht ik, gaan we gewoon proberen.

Ik ben niet zo’n held in borstvoeding. Niet het type dat overal met de borsten bloot gaat. Daar zoek ik liever wat rustige plekken voor uit. Geen autoshowrooms in elk geval. Da’s wel ongeveer de laatste plek die ik in gedachten had. Het is niet zo dat ik me ongemakkelijk voel als iemand anders mijn borstvoedende borsten ziet, ik voel me ongemakkelijk omdat anderen zich ongemakkelijk zouden kunnen voelen bij het zien van mijn borsten. Dat heeft weer met mijn hyperbewustzijn te maken en de een vindt het volkomen onzin en de ander voelt volledig met me mee. Daar kom je niet uit en je komt er niet vanaf. Althans, ik niet. Bovendien had ik m’n kleren er ook niet zo goed op uitgekozen vandaag. Een jurkje dat helemaal omhoog zou moeten. Niet alleen blote borsten dus.

Terug naar de showroom. Een VT Wonen verder werd ik dus nogal onrustig. En toen bleek het onderdeel toch niet aanwezig te zijn, maar ze hadden het ouwe er al uitgehaald. Dus zou het nog wat later worden, want het ding moest even uit een andere hoek van Utrecht gehaald worden. Toen ik de Cosmopolitan, Glossy, Beau Monde, Panorama, Nieuwe Revu en de Telegraaf uit had (vijf minuten later dus) brak het zweet me aan alle kanten uit. Jonas  bewoog af en toe en ik straalde hem in: slaap, slaap, slaap door. Ondertussen zoekend naar een goeie plek om naar te verdwijnen als het niet anders kon. De beste plek was de achterbank van een Renault Espace,maar hoe vraag je dat? “Eh, ik ben wel geïnteresseerd in deze auto, maar ik vind het belangrijk voor ik zoiets aanschaf om te weten hoe de achterbank borstvoedt, vindt u het goed al ik…?” of  gewoon “Om uw klanten niet in verlegenheid te brengen, zou ik graag…” Want ja, dat jurkje moest wel gans omhoog.

Nou, er is niks gebeurd. Om kwart voor vier was de klep klaar en lag Jonas nog te slapen. Toen zijn we maar naar huis gegaan. Dat ik hier toch nog een spannend verhaal van probeer te schrijven, tekent een beetje wat ik zoal meemaak tijdens m’n verlof.

Jonas is geboren!

Hoera, zes dagen geleden is Jonas geboren! Later meer!

Fotosjoeêt met vaan die bloempies

Ik heb hier nog geen verslag uitgebracht van de Felicitasdame, dus daar is nu wel even mooi de gelegenheid voor. Aanleiding is dat ik vandaag de GRATIS (blingbling) foto, die we onlangs bij de V&D geschoten hebben, kon ophalen. Dus als intro de Felicitasdame.

De Felicitasdame kwam op een middag langs en KP en ik hadden haar komst goed voorbereid. Ik had me zelfs voorgenomen om me niks te laten aansmeren, maar van KP moest ik in elk geval wel íets kopen. Want, zo was zijn redenatie, dat mens moet ook ergens haar geld mee verdienen en we mochten haar wel een klein beetje provisie gunnen. Hier was de ware vakbonder aan het woord.

Ik was er klaar voor, ik had de tafel leeggemaakt om twee vierkante meter showroom te creëren. En daar was ze: Mien Dobbelsteen, inclusief stemgeluid en accentje. Alsof ze een week kwam logeren. Tassen, koffers, dozen, ik had geen idee dat een Toyota Yaris zo’n grote kofferruimte heeft. Een Renault Megane Grand Tour 1.5V is dus helemaal niet het minimale als je aan gezinsuitbreiding zit te denken. Mien zat al jarenlang in het vak, toen het nog zus-en-zo heette en daarna fuseerde met hotseflots en ze zich nog toelegden op dit-en-dat maar tegenwoordig richten ze zich alleen nog op de baby-industrie. Dat leverde genoeg op, volgens Mien. Dit leek een goed uitgangspunt om eventueel toch maar niks aan te schaffen.

De jarenlange ervaring van Mien uitte zich in alles. Ze bekeek het huis erg goed en benadrukte daarna alles in de categorie waarbinnen ik viel. “Waar gaat je voorkeur naar uit?” (Over een boekenserie waar je vier jaar lang aan vast zit.) “Ehm, móet ik kiezen?” “Nee, maar áls je moest kiezen, kies je dan voor Walt Disney of voor Dotje?” “Ehm, voor Dotje.” (Ik hoorde het mezelf zeggen…) “Jaaaaaaaaah, dat dacht ik wel!” “?” “Ja, weet je hoe dat komt dat ik dat weet? Omdat jij een boekenmens bent en boekenmensen kiezen altijd voor Dotje.” Ahaaa. Het kiezen heb ik maar als een spelletje gezien. “Als je op vakantie gaat, ga je dan liever met de tent of in een huisje?” Ongeacht het antwoord kwam ze bij Center Parcs uit waar ze een mooie aanbieding voor me klaar hadden liggen. “Welke vind je leuker, Raffi, Noddy of Sjon en Sjaan?” “Ehm, nou ik heb er niet zo veel verschil in.” “Jahaaaaaa, als je intekent op deze serie krijg je ze ook allemaal.” Nou, wauw, is dat even geluk hebben. “Koop je wel eens bij MissEtam?” “Nou, nee, nooit.” “Nou, dan moest je dat maar eens gaan doen, want ik geef je een waardebon van zoveel procent op je aankopen bij besteding van een heleboel.” Ja, da’s logisch. Ten slotte kwam er een boek over gezond groot worden op tafel en dat leek me zo bruikbaar dat ik toen maar toegehapt heb. Hopelijk hoeven we het nooit te gebruiken. Ze was nog minutenlang aan het inpakken, de Yaris zakte door z’n achteras en byebyezwaaizwaai, op naar het volgende adresje.

Op de tafel lag nog een heel slagveld aan olvaritshit, danoontjes (voor KP), waardebonnen, maandverband, een Quattroscheermesje wat wel weer handig is nu ik weer bij m’n benen kan en jawel, kortingsbonnen voor GRATIS (blingbling) foto’s schieten. (Hehe, we zijn er.) Vier bonnen. Elk half jaar weer een gratis serie. Eén grote foto gratis en als je er nog wat bijkoopt koop je natuurlijk die gratis foto ook, maar dat zeggen ze niet. Ik heb me niet laten weerhouden door de kwart schijfruimte die de foto´s van Nathan inmiddels vreten. Op naar de V&D.

Nog net niet in een pot met zonnenbloemen, maar wel in de meest onnatuurlijke houdingen op een vachtje, een bontje en een fleeceje, met een twee meter grote pluchen kikker, met een twintigtal gekleurde ballen (een boormachine en een cirkelzaag hadden net zo goed gefunctioneerd. Die ballen ontgaan me volledig.) en last but not least met z’n mama. KP had me gewaarschuwd om hem niet uit een bloempot te laten vallen, daar moest je vooraf ook voor tekenen. Alles op eigen risico. Nathan vond het harstikke leuk, die vindt fotocamera’s zo leuk dat ‘ie onmiddellijk stopt met waar ‘ie mee bezig is en alleen nog met z’n mond open naar het toestel kijkt. Wat natuurlijk niet de bedoeling is. En wat volgens de WV nog niet kan op deze leeftijd.

Vandaag konden we de foto’s ophalen. Tenminste, ik had een bonnetje waar datum en tijd van vandaag op stond, maar dat stond daar niet in de agenda. Dus mocht ik tegelijk met een ander Utregs gezinnetje mijn foto’s bekijken, zij aan het ene en ik aan het andere tafeltje. Lekker afluisteren.

- ‘t is ons woat tegengevalle met die sjoeêt.

- o, wat jammer. Wat is er tegengevallen?

- met hoar (wijst naar de oudste) was ‘r nog waat leuks. Ze kon in een een kissie en zo een leuk mutsjie. Helemaol op ‘r moois met aallemoal vaan die bloempies. En bij hoar (andere kind) waas d’r enkel wat met een aander vaggie en aandere kleurtjies en vaan die baalletjies.

- O, wat jammer. Maar het zijn toch wel hele mooie foto’s geworden toch?

En daar waren ze het roerend mee eens. Ik begrijp dat niet, mensen die hun kind in ‘een kissie’ willen laten fotograferen. Ik heb daar heel andere associaties bij. Ondanks hun ontevredenheid namen ze voor 150 euro foto’s af en een paar mooie sleutelhangers waar ook nog een fotootje in kon. En toen ik aan de beurt was kreeg ik van de moeder nog wijze raad toegefluisterd: “Paas op, ze smeren je zo woat aan. Traap d’r nie in.” De verkoopster heb ik gauw van me afgeschud. Toen ik zei dat ik de tijd van anderen bezette en ik de boel niet wilde ophouden, begon ze alleen nog even over de fotolijstjes, maar toen ik vroeg of het hout wel gecertificeerd was, haakte ze af. Ze had ook nog een zwart plastic lijstje maar, vergeef me de associatie, dat leek me meer voor kinderen in een kissie.

(P.S. Ik heb nog wel een foto gekocht. Vanuit de vakbondsgedachte, want anders heeft die fotograaf er ook bijna niets op verdiend.)

Geklets

Poehee, het werkende leven is al weer in volle gang. KP vroeg zich tijdens mijn verlof wel eens af wat ik nou zo een hele dag deed, thuis, met Nathan. Ik vroeg me dat ook wel eens af. Maar er waren ook dagen die ik best wel kon terugvertellen. `Gewoon uitgeslapen, Nathan gebadderd, afgedroogd, gevoed, verschoond, een poging gedaan om te ontbijten, koffie gezet en nooit opgedronken, de afwas van drie dagen weggewerkt omdat ik er eerdere dagen niet aan toegekomen was, Nathan gevoed en verschoond, in de kinderwagen gelegd, een kwartier bezig geweest met de deur uit gaan, maar voordat we op de stoep stonden Nathan eerst weer verschoond en gebadderd omdat hij er helemaal onder zat, geprobeerd om mijn verlate lunch-wat-eigenljk-ook-nog-ontbijt-was naar binnen te werken, toen maar wat opgeruimd omdat we al weer bijna aan de volgende voeding toe waren, beetje vriendinnen lopen bellen, toen gevoed en verschoond, boodschappen gedaan en toen kwam jij al weer thuis.` En praten, heel veel praten, over niks.

KP heeft inmiddels twee papadagen achter de rug. Het is raar, maar hij presteert geloof ik meer op zo’n dag dan ik. Hoewel hij wel ontzettend goed op de hoogte bleek van de wielrennerij in Frankrijk en eerlijk toegaf dat ‘ie met Nathan naar niet nader te noemen kinderprogramma’s had zitten kijken.

Ik keek altijd met Nathan naar Jamie Oliver, zo’n herhaling op een tijdstip dat je nog niet aan zijn ´lovely chilli´s, marvellous potatoes and amazing basil´ moet denken en ik vaak nog bezig was om dat ontbijt of die verlate lunch-wat-eigenljk-ook-nog-ontbijt-was weg te werken. Dan voerde we gesprekken in de trant van::

- Kijk Nathan, Jamie Oliver is op tv. Weet je nog, daar hebben we vorige week ook naar gekeken!

- kwokkwok

- Vorige week eendenborstfilet met shii-take in een vreemd sausje. Even kijken wat het nu weer is.

- glokglok

- Dat gerecht van vorige week heb ik niet gemaakt omdat er rode pepers in zaten. En dat mag niet van de WV.

- heheheheeeee

- Je kunt het hem niet kwalijk nemen dat ‘ie niks met moedermelk maakt. Ik denk dat hier maar weinig baby’s naar kijken. Bovendien komt alles wat ‘ie maakt vanzelf in de borstvoeding terecht. Je komt dus echt niks tekort.

- hehehehehehehehe

- Nouja zeg, hij kan er ook niks aan doen dat ‘ie slist. Zijn ouders hebben ‘m gewoon nooit naar een logopedist gestuurd.

- blopblopblmmmmmm

- Ja, ik ben wel bij de logopedist geweest. Maar ik sliste niet zo erg als hij. Maar hij kan weer veel beter koken dan ik

- gnrrrrrrrrknor-ssssssss-knor-ssssssssss

En zo sputterden we samen met Jamie nog een poosje door. Omdat ik elk geluid dat ‘ie maakt erg leuk vindt en hij die onzin van mij blijkbaar ook. Het maakt hem niet zoveel uit wat je zegt, hij lacht toch wel zolang je het maar heel lief tegen hem zegt. Van KP ving ik eens “Ik draai je nek om” op. Het klonk echt heel lief, maar ik ben toch maar even gaan kijken. Hij bleek bezig om z’n hoofdje de andere kant op te leggen omdat ‘ie het liefst alleen maar naar links kijkt. En dan herstellen we het evenwicht weer even door z’n hoofdje om te draaien.

Soms laten we ‘m het hele huis zien (nouja, zo groot is het niet) met extra aandacht voor de boekenkast en de keuken omdat we die twee dingen erg belangrijk vinden voor z’n verdere ontwikkeling. “Kijk, dit is een afwaskwast, maar tegen de tijd dat je daar iets mee zou kunnen, heb je het niet meer nodig. Dan hoef je alleen nog maar de vaatwasser in- en uit te ruimen. En daar heb je geen kwast voor nodig.” Bijvoorbeeld. Of: “Dit is de plank met jouw boeken, daar kun je het beste zo snel mogelijk mee beginnen. Voel maar even.” En: “O, betekent dat dat je nu al een abonnement op de Donald Duck wilt? KP, we hebben NU een abbo op de Donald Duck nodig.” En dan lacht ‘ie zo’n leuk lachje.  En probeer ik al Nathans acties in mijn voordeel uit te leggen. Hoewel dat abonnement op de Donald Duck er nog steeds niet door is.

Het is wel even wennen om op m’n werk weer met volwassenen te communiceren. En soms zeg ik nu tegen Nathan dingen als “Ik vind jouw gehuil vandaag exuberant”, maar dat kan hem niet zo heel veel schelen.

Hup Kaatje hup!

Ondiep is volledig oranje gekleurd. De buurtvereniging heeft z’n taak weer erg serieus genomen. De paaskippen en -kalkoenen zijn weer van de gevels getrokken en vervangen door wuppies, welpies en andere shit. En wij? Wij gaan volgende week op vakantie. Joehoe, wil iemand ons sms’en als ‘onze jongens’ eruit liggen? Tegen die tijd zoeken we ons huis wel weer op.

Vakantie dus. Met z’n drieën. Sommige mensen hoor ik nu denken: “Je hebt al maanden verlof, wat moet jij nu op vakantie?” Maar brrrr, als ik de hele checklist heb samengesteld en alles heb ingepakt ben ik echt wel aan vakantie toe.

Luiers? Pakken hydrofielluiers (die je overal voor gebruikt behalve als luiers)? Bedje met genoeg lakentjes en dekentjes? Tig rompertjes? Setjes kleren zodat ‘ie elke dag drie keer verschoond kan worden? Checkcheckcheck, mochten we Frankrijk niet meer uitkomen dan kunnen we gerust nog wat langer blijven. Billendoekjes? Spuugdoekjes? ORS en paracetamolzetpillen? Klamboe? Zonnebrandcreme? Zonnehoedje? Zinkzalf? Thermometer? Ja, hebben we. Kolfapparaat? (Ik lig liever topless op een strand dan borstvoedend op een terrasje in Parijs…) Flessenwarmer die in de auto kan worden aangesloten? Poedermelk? Flesjes? Speen? Het konijn met het maffe oortje? Allemaal ingepakt. Vitamine K-druppels? D ook? Dat enorm irritante lawaaimakende en lichtproducerende apparaat waar Nathan een uur gefascineerd naar kan kijken? Zelfs dat nemen we mee. We kunnen!

Ik ben bang dat we in Parijs aankomen en ontdekken dat we geen koffers voor onszelf hebben meegenomen…

Morgen nog naar het het consternatiebureau voor Nathans eerste prikken, naar de fotograaf om pasfoto’s van hem te laten maken en naar het stadhuis om hem bij te laten schrijven in het paspoort. Wauw, dat belooft weer een prachtige dag te worden, ik heb er nu al zin in!

 

Kaatjes plaatjes 2

Klaar voor zon, zee en gras!

Eerste dagje strand.

Zo ziet de wereld er vanaf Nathans plek uit.

Klein vrouwtje

Zonet stond het kleine vrouwtje weer aan de deur. Ze reikt nog niet tot mijn schouders en zit helemaal dik ingepakt. Ze kwam voor het eerst tijdens mijn hoogzwangere periode. Met een tas vol gebreide babykleertjes. Ze probeerde sokjes te slijten. Van die dingen die je een kind nooit aantrekt omdat je eigen voeten er al van jeuken als je er naar kijkt. Sokken mogen dan praktisch nut hebben (wat is het nut van warme voeten…?), maar op de schaal van esthetiek scoren ze jammerlijk laag.

Terug naar het kleine vrouwtje: bij mij ben je met dat soort acties op het juiste adres. Temeer daar het kleine vrouwtje geen woord Nederlands spreekt, al minstens vijfenenzeventig is, volkomen verrimpeld is, zo mager is dat ze alleen tot windkracht 3 veilig langs de deuren kan en een Oost-Europees uiterlijk heeft. Aangezien ik voor mijn werk de meest nare verhalen lees over minderheden in Oost-Europese landen als Armenië en Bulgarije, heb ik de hele levengeschiedenis van dit vrouwtje al gefantaseerd. Er hoeft niets van waar te zijn, maar daar zal ik nooit achterkomen.

Ik ben heimelijk jaloers op de bovenbuurvrouw. Die schalt in zulke gevallen van bovenaan de trap dat ze er niet over piekert. Tenminste, dat deed ze wel toen er een kind met een Jantje Beton-bus voor de deur stond. Dan heb je ballen. Ze zou trouwens nog meer ballen hebben als ze de moeite nam om naar beneden te komen om de persoon in kwestie recht in de ogen te kijken en dan nog eens met dezelfde reactie te komen.

Maar ik heb geen ballen. Bij mij kun je echt alles slijten of krijgen. Laatst belden er drie kindertjes met een zelfgeknipt en -geplakt papieren mandje aan. Of ik iets wilde geven voor het milieu. Na mijn vorige post lijkt dat onbestaanbaar in Ondiep en later bleek dat ook, want toen hingen ze al weer met Magnums bij de snackbar rond. Milieu is een ruim begrip.

KP kwam trouwens eens terug in de kamer met drie reclamepennen van Echinaforce of zo. Die waren duidelijk bij een Eco-supermarkt van een kassa afgejat. De benedenbuurvrouw-links was er ook ingetuind. Daar hebben de benedenbuurman-links en ik smakelijk om gelachen. Sinds die actie loop ik bij colporteurs naar de deur. Hoewel ik die man met die pennen ook niet had kunnen weerstaan. Daar kom ik hier ronduit voor uit.

Maar tijdens mijn hoogzwangere en zeer labiele periode klopte het kleine vrouwtje voor het eerst en op het juiste moment aan. Het was buiten berekoud, haar handen vroren er zowat af en haar kunstgebit klapperde de Kukident van haar kaken. (Er gaat nu wel een belletje rinkelen want ze heeft vrijwel zeker een kunstgebit. Dat heeft ze vast niet van de babysokjes betaald.) De roze babysokjes waren zes euro, de geel-met-paarse vier euro. Al mijn onderhandelingskunsten ten spijt kwam ik met geel-paarse sokjes en vijf euro lichter de kamer weer in. Een euro meer dan ze kostten. Bijzonder hè? Ik ben een van de weinige mensen die een euro bij kan dingen.

Erger was dat de tranen over m’n wangen rolden omdat ik haar zo zielig vond. KP moest er wat om lachen (die rook de wraak na zijn Echinaforce-debacle) en rationaliseerde de hele huilbui weer weg. Het kleine vrouwtje zag haar financiële zekerheid dichterbij komen want na de bevalling stond ze al gauw weer op de stoep. En voor ik het wist lag de hele collectie boys maat 56 in de gang. Omdat we zo stom waren om zo’n ‘Hoera het is een jongen’-slinger achter het raam te hangen. Gelukkig had ik geen geld in huis en heb ik haar weg moeten sturen. ‘Maandag tien uur?’ vroeg ze nog. Ik knikte, hielp haar haar handel weer in te pakken en werkte haar de deur uit.

Die maandagochtend heb ik de lamellen dichtgehad. Er werd niet gebeld omdat de deurbel het niet doet, maar er werd ook niet aangeklopt. Ik hoopte dus dat ze het vergeten was. Maar een week later stond ze er wel weer. Nathan lag al een hele ochtend te brullen dus mijn humeur was niet geweldig. Dus werkte ik haar op m’n vriendelijkst weg. Ze draaide zich half om en keek me aan als een geslagen hond. Ik zie het nu nog voor me en ik voel me er akelig vervelend bij.

Vanmorgen was ze er weer. Ik weet niet hoe ik van haar af kan komen. Nu had ik Nathan op m’n arm en dat was helemaal stom. Want ze begon helemaal te stralen bij de aanblik van ons leuke babyjongetje en kletste lekker tegen ‘m aan. Maar ik had de deur al weer bijna dicht en heb haar weer duidelijk gemaakt dat ik nergens behoefte aan heb. Ik moet zeggen dat het al gemakkelijker gaat dan de eerste keer, maar het blijft naar voelen. Zo steek ik helemaal niet in elkaar.

Vandaag gaat de dame van Felicitas weer bellen voor een afspraak, want ze wil de babydoos langsbrengen. Ik zal KP vragen of ‘ie er uit voorzorg bij wil komen zitten, want al ik dat alleen moet doen zijn we in een half uur tijd lid van elk vakantiepark in Nederland, krijgen we elke maand een poppenkastpop uit de Sesamstraatcollectie en mogen we een weekend met Nathan naar Eurodisney omdat ik een levenslang abonnement op de Disneyclub heb toegezegd.

Wat die geel-met-paarse sokken betreft: Nathan heeft ze nog niet aan gehad. Ik denk dat ik ze maar aan Oost-Europa schenk.

Consultatiebureau deel 1

Ik maak hier maar een deel 1 van, omdat het bezoekje van gisteren veel beloofde voor de volgende bezoekjes. Er komt in de toekomst vast nog een deel 2 en deel 3. Vandaag dus het eerste bezoek aan het consultatiebureau. Wat een belevenis.

Het consultatiebureau zit in een oude school. In de gang staat een file kinderwagens. Het instituut zelf is een doodenge ruimte vergelijkbaar met het speellokaal van mijn oude basisschool. Achter een bureautje zit een hooggeblondeerde Anita en achter en op de tafeltjes en stoeltjes zitten ouders tegen kinderen te pruttelen. Of rennen, springen en huppelen achter het kroost aan dat hen volkomen negeert. Verder staren de ouders een beetje naar elkaar en elkaars kinderen, staren de kinderen wat naar elkaar en naar kleurvlakken op de muur en als er één begint te brullen gaat het als een soort van wave door de ruimte. De rammelaars en bijtringen gaan van mond tot mond.

Het begon een beetje stroef. Toen ik binnenkwam werd ik door die Anita begroet met ‘Neten?’. Ik snapte er niks van, dus zei ik maar ‘nee’ en liep door. Maar ze keek me  nogal streng aan en toen bleek dat ze Nathan op een soort van Engels uitsprak. Daarna werd ze pissig omdat Nathan als Pieter geregistreerd staat en het had maar weinig gescheeld of Nathans roepnaam was door haar persoonlijk gewijzigd in Pieter. Omdat dat z’n eerste naam is. Tja, praktisch is anders, dat snappen wij ook, maar we gaan er wel zelf over.

Nathan mocht uit z’n kleren en gewogen en gemeten worden. “De arts komt je zo halen”. Het spreekuur liep een uur uit. Dus was ik in plaats van 14.45 om 15.45 aan de beurt. Nathan houdt niet zo van bloot zijn dus dit was een dieptepunt in de vier weken dat hij er nu is. Wachten heeft twee kanten. Enerzijds is het heel naar, maar anderzijds biedt het weer voldoende aanknopingspunten om zo’n blog te schrijven.

Een onguur uitziend mannetje met een roze babydochtertje maakte ruzie met de Anita. Of eigenlijk andersom. De Anita maakte ruzie met hem. Omdat er iets niet klopte met de vaccinaties. Maat die fout had ze zelf gemaakt. Het ongure mannetje aan de ene kant van de zaal, de Anita aan de andere kant en zo brulden ze over de hoofden van de ouders en de kindertjes heen. En zo staarden we even niet naar elkaar, maar naar het ongure mannetje en de Anita. Fijn, die afleiding.

Daarna kwam er een gezinnetje binnen dat er pas volgende week hoefde te zijn. Dat had de Anita telefonisch niet goed doorgegeven. Er kon nog net een sorry van af, maar echt menen deed ze het geloof ik niet. Pa en ma hadden net beiden een vrije dag genomen om de eerste vaccinatie te kunnen fotograferen en filmen en weet ik wat allemaal, maar nu moeten ze volgende week weer een vakantiedag opnemen. Dankzij de Anita, die verder ging met het vijlen van haar nagels. De wijkverpleegkundige, die beter bekend staat als de WV, kwam haar afleiden met een rol volkorenbiscuitjes en daar leuterden ze tien minuten over. Zodat haar spreekuur ook weer tien minuten uitliep. 

En er kwam een krakerstypetje dat op de Anita inhakte en zo bleef het nog een enerverende middag. Haar afspraken klopten ook niet, maar zij hakte er meteen met de botte bijl op in en dat had succes. De Anita ondernam iets sneller actie en het was duidelijk dat ze onder druk toch wel in de gaten kreeg dat die computercursus misschien nog niet zo’n gek idee was.

“Moeder van Neten, wat duurt het lang hè?” zei ze met een wat vermoeide stem. Of ze had een chronisch gebrek aan energie of het interesseerde haar echt niet. “Geeft niet, ik heb nog tot 8 juli verlof en ik heb tot die tijd voldoende voeding bij me”. Het beste antwoord dat ik kon geven. Er waren ook nog wat Ondiepse moeders die luidruchtig verkondigden dat het er altijd zo aan toe ging. Waar de Anita gewoon bij was. En dat ik bij de volgende afspraak gerust een half uur later kon komen. De Anita vijlde lekker door.

Toen kwam eindelijk de arts binnen om ons uit die ruimte te bevrijden. De arts vroeg, alsof ze alle kennis van de wereld had ontvangen, of ik nog vragen had. Maar al gauw bleek dat ze ‘s ochtends maar één soort antwoord had geactiveerd: ”Ja, dat zul je gewoon moeten uitvinden.” En echt dringende vragen als ‘waarom zitten er broekzakken in een babybroek’ heb ik maar achterwege gelaten want dat kan ik dan ook wel zelf uitvinden.

Toen liet de arts ons weer gaan en mocht Nathan eindelijk z’n kleren weer aan. En kon ik het niet laten om de afspraak die ik al voor half juni had staan nog even te verzetten. Gewoon om het de Anita nog even lastig te maken. En dat was het ook, want ze moest er nog flink wat voor uit de kast halen, waaronder de WV die nog steeds op haar volkorenbiscuitjes knabbelde.

Op de terugweg zag ik drie kinderen zand in een rode brievenbus scheppen. Dat krijg je van zulke consultatiebureaus en Anita’s. Ik sprak hen streng toe en toen leegden ze hun handen vol nieuw zand op de stoep. Iemand moet toch de verantwoordelijkheid nemen voor de kindertjes uit Ondiep. Vanochtend lag de telefooncel weer aan diggelen. Misschien was dat zand in die brievenbus toch beter tijdverdrijf geweest.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.