Ingedeeld onder: Mexicaanse griep, zwangerschap | Tags: zwangerschap, Mexicaanse griep, hypochondrie, dr. Vogel, RIVM, virus, pabo
Dit wordt een tamelijk informatieve blog over de Mexicaanse griep en zwangerschap. Voor alle ongeruste zwangeren, hypochonders en alle andere geïnteresseerden.
Voor een hypochonder als ik is de Mexicaanse griep een angstaanjagend monster. Gisteren zei ik nog tegen KP dat ik het allemaal niet zo geloofde. Handen wassen om de griep te voorkomen, dûh. Daarmee ga je echt geen griep voorkomen. Bij de ingang van de Albert Heijn stond een asociaal hoestende straatkrantverkoper die z’n hand niet voor z’n mond hield. Ehuh, even handen wassen als ik thuis kom zeker… Nee, ik had het er helemaal mee gehad.
Toen ik vanmiddag in de auto het radiojournaal hoorde, vertelde de nieuwslezer dat zwangere vrouwen meer kans hebben om een ernstige vorm van het griepvirus te krijgen en een grotere kans om er aan te overlijden. Mijn ongeloof verdween als sneeuw voor de zon en mijn hypochondrie heeft zich weer in al zijn verschijningsvormen geopenbaard.
Ik had ooit een leukemieperiode waarin ik overtuigd was dat ik leukemie had. Het begon toen ik 14 was. Het heeft volgens mij jaren geduurd, maar ging op den duur weer over. Maar wel pas na talloze bloedonderzoeken waarvan ik de uitslag iedere keer weer in twijfel trok. Waarschijnlijk ging het over omdat ik zat was van de dagelijks drie glazen pleegzuster bloedwijn. De vuilniswagen die glas ophaalde moest er extra voor rijden. Pleegzusterbloedwijn behoorde tot de medicijnkast van mijn moeder en het stond naast de arnica force van dr. Vogel. In de categorie je-weet-niet-of-het-helpt-maar-baat-het-niet-dan-schaadt-het-niet. Hoewel mijn moeder me deze beschrijving niet in dank zal afnemen. Ze smeert zelfs arnica op gebroken rugwervels. Maar toen wist ze nog niet dat ze gebroken waren. Dat ontdekte ze pas nadat ze twee weken in een stoel had gezeten en geslapen. Mijn hypochondrie komt zeker niet bij haar vandaan. Hoewel angst voor een huisarts ook op angst voor een ernstige ziekte kan wijzen.
Toen de leukemieperiode over was, kondigde zich al gauw een nieuwe aan. Ik had allerlei periodes met net zoveel vormen van kanker en elk half jaar een tumor op een andere plek. Ik dacht een poosje de symptomen te hebben van trombose en ik leed in mijn fantasie aan een spierziekte. Dat laatste kreeg ik toen ik na vijf jaar stilzitten weer overdreven intensief aan het schaatsen was geslagen. Maar die verklaring bedacht is pas toen ik de realiteit weer wat onder ogen was.
Het is een hele poos weggeweest, maar ik zie nu een nieuw gevaar dreigen dat zich gestaag tussen mijn oren nestelt. Dat is voorlopig ook wel even de beste plek als ik het nieuws zo een beetje volg. In de Verenigde Staten is al besloten dat zwangere vrouwen als eerste gevaccineerd zullen gaan worden. Uit een onderzoek blijkt namelijk dat zwangere vrouwen een vier keer grotere kans hebben om een ernstige variant te krijgen en een vier keer grotere kans om er aan te overlijden. Omdat de complicaties bij zwangeren ernstiger kunnen zijn. In Nederland werkt het RIVM nu een advies uit dat waarschijnlijk half augustus verschijnt. De risicogroepen zijn als volgt:
Even tellen: ik ben zwanger, heb een zoon tussen de 6 maanden en 24 jaar, sta in contact met mensen die in contact staan met kinderen jonger dan zes maanden en bovendien sta ik vanaf september voor een aantal paboklassen. Dat zijn dus elk uur dertig studenten die vier dagen per week voor een klas met dertig snotterende kinderen staan. Brrrr, ik ben een enorm risicogeval en ik ben er helemaal niet gerust op.
Tsja, wat valt er nu anders te doen dan afwachten? Ik kan nog niet gevaccineerd worden want het vaccin is nog niet genoeg uitgedokterd. Uit de buurt blijven van mensen met griepverschijnselen. Hand of zakdoek voor je mond als je niest. Niet aan m’n mond, neus of ogen zitten. Handen regelmatig wassen met water en zeep en afdrogen met keukenrol, schoon papieren zakdoekje, warme lucht of handdoekrol. Ventileren van woon- en slaapruimtes en voorwerpen als deurklinken regelmatig schoonmaken. Liever niet naar landen waar de griep al veel voorkomt en als ik dat wel doe handen wassen en papieren zakdoekjes gebruiken. Mocht ik griepverschijnselen krijgen dan moet ik meteen contact opnemen met de huisarts, want dan kan die beslissen of ik virusremmers mag krijgen.
Voorlopig lijd ik dus aan een milde vorm van smetvrees. En dat komt me eigenlijk helemaal niet zo slecht uit.
PS: Voor iedereen die meer wil weten over zwangerschap en de Mexicaanse griep nog even de volgende links: die van het RIVM met veelgestelde vragen over zwangerschap en Nieuwe influenza A (H1N1) en die van RTL Nieuws met het filmpje uit het journaal van vanavond.
Ingedeeld onder: Zonder categorie, opvoeden | Tags: EPO, fitness, grand slam, hockey, Kenny van Hummel, korfbal, Sesamstraat, sporten, tennis
Toen ik vrijdag de krant uit de brievenbus haalde, rolden mijn ogen uit hun kassen. Fitness met een speen in de mond, kopte Trouw. Met een foto erbij van een jochie van nog geen anderhalf dat met een speen in z’n mond op een gewichthefbankje ligt en samen met de begeleidster een gewicht omhoog duwt. Het had even tijd nodig, maar ik ben inmiddels in staat om er hier iets over te melden. Idiotie, je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen.
De kindertjes van kinderdagverblijf Jumpertje, what’s in a name, hangen dagelijks aan de fitnessapparatuur. Volgens de eigenaar van het fitnesscentrum is dit dé manier om overgewicht onder kinderen aan te pakken. Want, zo is zijn redenatie, kinderen tussen de 2 en 6 jaar oud zijn nog kneedbaar en die kun je zo leren dat sporten leuk is. Dan is de kans groter dat ze het sporten later ook weer oppakken. “Het wordt onderdeel van hun systeem.”
Ik ben er stil van.Volgens mij zit het namelijk al lang in hun systeem. Ik doe de hele dag niks anders dan achter een steeds sneller wordend hummeltje aan te vliegen. Zitten is er niet meer zo bij. We zijn een ware attractie als we op het grasveld aan de overkant als gekken achter een bal aan hobbelen. En zodra we thuis zijn en het tijd is om te koken deactiveer ik Nathans systeem door Sesamstraat om half zes aan te zetten. In de hoop dat ‘ie een half uurtje stil op één plek blijft zitten. Wat nog nooit gelukt is. Dat bewegen zit dus al lang in dat systeem, maar met die tv’s en computers zetten volwassenen hun kinderen in de deactieve modus. Geef een kind een bal en het loopt er achteraan.
Bovendien: als je een kind dan toch wilt leren sporten, zorg dan voor een fatsoenlijke sport waarbij je echt in beweging komt en je ook nog andere dingen leert als winnen en verliezen, doorzetten en samenwerken. Wat is fitness nou voor sport? Fitness is uitsluitend bedoeld voor mensen die iets aan hun gewicht, hun conditie of hun spiermassa willen doen. Dat zijn drie dingen die je nu nog niet in het systeem van een kind moet willen pompen, omdat ze daar niet voor zouden hoeven trainen. Fitness is iets voor volwassenen die ergens de weg al zijn kwijtgeraakt en fitness handig vinden omdat ze zelf kunnen bepalen waar en wanneer ze gaan. Niet omdat fitness nou zo leuk is. Fitness is geen sport, fitness is noodzaak. Maar pas als het al te laat is.
Wie mij een beetje kent, weet dat ik momenteel vooral een passief sportend iemand ben. In de winter schaatste ik elke week twee uur, maar momenteel sport ik zittend: ik tel af tot de volgende grand slam, heb vanwege de fantastische deelname van Kenny van Hummel de Tour dit jaar iets intensiever gevolgd en zit nu eigenlijk een beetje te wachten tot het schaatsseizoen op tv weer gaat beginnen. Ik heb een groeiend buikje, maar dat heeft een natuurlijke oorsprong en in april beginnen mijn trainingen bij de tennisclub in deze Vinex. Omdat ik dat leuk vind en omdat ik denk dat het goed is om Nathan mee te geven dat sporten bij een gezond leven hoort. Net als gezond eten. En over een paar jaar mag ‘ie dan een sport kiezen. Hoewel KP ‘m richting hockey zal sturen en ik het zelfs prima vind als ‘ie wil gaan korfballen. Shock.
En als onze opvoeding met gezond eten en gezond bewegen dan een beetje vruchten begint af te werpen hoeft ‘ie nooit meer een sportschool van binnen te bekijken. Fitness voor peuters is gewoon een soort projectie van volwassenen op kinderen. En aangezien er genoeg mensen rondlopen die wel te porren zijn voor de redenatie van die sportschooleigenaar, vaart vooral die man er wel bij. Nu nog wachten tot de eerste dreumes met EPO wordt gepakt.
Ingedeeld onder: boeken | Tags: bibliotheek, biebmiep, boek, koffie, Kruidvat, literatuur, Louis Couperus, pocket, ramsj, TomTom, zelf, zelfhulpboeken
Even een uitstapje. Mocht je deze zomer nog ruimte over hebben in de koffer, hier nog een paar tips:
1. KOPEN: De geschiedenis van de liefde – Nicole Krauss –> beste boek dat ik ooit gelezen heb. Pocket ligt voor 7,50 in de boekhandel. Dat is onbegrijpelijk voor zo’n goed boek. Ik koop elke maand een exemplaar omdat ik het telkens weer weggeef. Zo goed is het. Ik heb er momenteel weer eentje. Kom koffie halen en begin over boeken. Je loopt gegarandeerd met dit boek naar buiten.
2. KOPEN: Calamiteitenleer voor gevorderden – Marisha Pessl –> ik leende dit boek ooit bij de bibliotheek. Officieel gruw ik van bibliotheken. Het idee dat die boeken al naast, op, in en onder tig bedden hebben gelegen, gecombineerd met mijn levendige voorstellingsvermogen tart elk voorstellingsvermogen. Wat hebben die boeken al meegemaakt en wat plakt er toch altijd tussen al die pagina’s? Maar ik constateerde dat ik teveel geld uitgaf aan boeken en om te blijven lezen moest ik naar andere middelen grijpen. Dus nam ik een abonnement op de bieb en ontdekte de sprinters: nieuwe boeken die je maar een week mee mag nemen. Die kunnen nog niet zoveel meegemaakt hebben.
Ik nam dus Calamiteitenleer voor gevorderden mee. Ik denk omdat ik dacht dat het een zelfhulpboek was. Na zes dagen begon ik in het boek te lezen en op dag 7 had ik het nog niet uit. Dus ging ik heel correct naar de bieb om het te verlengen. Dacht ik. Maar dat ging niet zomaar. Ik moest het op de elektronische band inleveren, anders kreeg ik alsnog een boete. Dus vroeg ik hoe laat het dan weer op de sprintertafel zou liggen. Dat kon wel een dag duren. Dus vroeg ik of de biebmiep boven het boek speciaal voor mij van de band wilde halen. Dat wilde ze niet. Ik bood vijf euro, ze deed het nog niet. Ik bood tien euro en dat ging door tot vijftig euro. Ik bedacht te laat dat ik het voor twintig euro ook zelf kon kopen. Maar ze liet zich niet omkopen. Ik onderzocht boven waar de boeken ingenomen werden, maar dat was ontoegankelijk gebied. Ik bedacht dat ik nog een uur op een stoel kon lezen tot de bieb dicht zou gaan, maar met die biebmiep in de buurt las ik geen letter meer. Dus leverde ik het boek in…
… en rende naar Broese een deur verderop en tikte een Engelstalig exemplaar op de kop. Die heb ik die avond uitgelezen. De Utrechtse bieb mijd ik sindsdien. Dit is het op een na beste boek dat ik ooit heb gelezen. Het ligt momenteel bij De Slegte voor 8,99.
3. NIET KOPEN: Het Spel van de engel – Carlos Ruiz Zafon –> kan na zijn vorige boek alleen maar tegenvallen.
4. KOPEN DUS: De schaduw van de wind – Carlos Ruiz Zafon –> als je ‘m nog niet gelezen hebt.
5. KOPEN: Het ministerie van buitengewone zaken – Nathan Englander –> we lazen dit boeken samen en bedachten dat we Nathan wel een mooie naam vonden voor een zoon. Omdat het boek ook prima kost bleek, ging de naam mee naar de volgende ronde. Nathan was ongeveer de enige naam die op onze beide lijstjes voorkwam. Dit is Englanders eerste roman, hiervoor schreef hij een verhalenbundel, die ook wel de moeite waard is, maar in de opruiming ligt bij De Bijenkorf en andere opruimboekendozen in boekhandels. Met zo’n groene sticker omdat er 40% afgaat. Ik heb er een extra exemplaar van aangeschaft omdat ik het niet te verkroppen vind dat het boek zou kunnen blijven liggen en weer terug gaat naar het Centraal Boekhuis waar het na een paar jaar in de papierversnipperaar zal verdwijnen. Dus staan er nu twee stuks ‘Verlost van vleselijke verlangens’ in mijn kast.
6. NIET KOPEN: Verleg je grenzen met Sonja & Rik – Sonja Bakker & Rik Felderhof –> Moet ik dit uitleggen?
7. KOPEN: Hoe de soldaat de grammofoon repareert – Sasa Stanisic –> Zal inmiddels ook wel in de ramsj liggen. Maar ik heb er van genoten.
8. KOPEN: alles van Louis Couperus. Om in gedachten even te ontsnappen aan de vijf kinderen van de buren op het plekje naast je die om elf uur nog niet slapen, de verstopte toiletten, de echtelijke ruzie nadat TomTom het ook niet meer wist, de heimwee naar je eigen bed, de lauwe rosé en de rest van het campingleed. In dat soort gevallen is Louis Couperus een uitkomst. Je kunt zo af en toe z’n hele oeuvre bij Kruidvat kopen.
Nu zou je ernstig aan mijn smaak kunnen twijfelen aangezien de beste boeken die ik heb gelezen onder een tientje verkocht worden óf in de ramsj liggen. Ik breng hier tegenin dat ik een feilloos oog heb voor goede literatuur, maar dat de massa nog steeds bij de top 20 in de boekhandel blijft hangen. En al die boeken koopt waar op tv over geboomd wordt, in dagbladen over wordt geschreven of door bekende Nederlanders worden geproduceerd.
Ingedeeld onder: kinderdagverblijf | Tags: Abraham Kuijper, ambtenaar, arts, Bambi, Dikkie Dik, Fabeltjeskrant, kinderdagverblijf, Majoor Bosschardt, My little pony, negen-tot-vijfmentaliteit, spaghetti, Thomas Gordon, troetelbeertjes, volkorenbiscuitjes, WF Hermans

Maak kennis met Bambi. Ik weet niet waarom kinderdagverblijven van die achterlijke namen hebben. Bambi, My little pony, de Troetelbeertjes, ie twee honden die spaghetti naar elkaar toe eten: ik heb er nooit iets mee gehad. En nu dit, ik krijg het m’n strot nauwelijks uit. Ik heb een poosje gezocht naar dagverblijven met namen als W.F. Hermans, Abraham Kuijper of Majoor Bosschardt, maar ik stuitte alleen maar op Schanulleke, Dikkie Dik, Doornroosje (vlak naast een coffeeshop), Chris de Walvis en een heel arsenaal uit de Fabeltjeskrant. Dus schreven we ons maar in bij Bambi, Saartje en Hummeltje.
Vanochtend zo tegen achten bedacht ik plotseling dat ik om negen uur met Nathan bij Bambi moest zijn. De allereerste keer. Ik zie zijn dagen bij het KDV als zijn werkdag. We proppen hem al vast in een negen-tot-vijfmentaliteit. Dan kan ‘ie in elk geval nog altijd ambtenaar worden als ‘m verder niks lukt (ooooh!).
Om precies twintig minuten over negen stond ik veel te laat bij het dagverblijf. De eerste geruststelling was dat ik me eerst via een bel moest melden alvorens ik binnen kon komen. Dus noemde ik keurig namen en rugnummers en kreeg ik via de zoemer toestemming om door te lopen. We hobbelden een trap op, tig traphekjes en andere afzettingen door en struikelden de chaos van babyhapjes, biscuitjes en lekkende flessen in. Twee wipstoelen met inhoud, een snottebellerig Emmaatje en een snotterende Tycho, krijsende baby Geert en een Ralph Lauren polo waar Pepijn ergens in verstopt zat. En nog wat losse baby’s die veilig achter een deur in stapelledikantjes lagen te slapen. Gezelligheid troef.
Ergens in het midden van dat troepje kindertjes ontwaarde ik twee volwassenen die me enthousiast begroetten. Wat mij een wonder leek in de toestand waarin ik hen aantrof. Hoe, en ik herhaal het, hoe kon ik ooit nóg een kind bij hen achterlaten? Vanaf een uur of acht had ik me een beetje snotterig gevoeld omdat ik het echt heel erg zielig voor Nathan vond om hem in z’n uppie achter te laten. Nu barstte ik bijna in huilen uit vanwege het medelijden dat ik met deze twee dames voelde. Die er nóg eentje bij kregen. Maar ze leken er helemaal niet onder te lijden, want er werd zelfs koffie voor me gezet.
Dus nam ik plaats op de bank, naast een opbergbox met grint en groenig water. Met Nathan op schoot die al snel ontdekte dat er in de box twee vissen aan survivalsport deden. Nadat de twee wipstoelbewoners hun bed in waren gebonjourd begon de intake met de aandachtleidster (!). Nieuw woord, ze observeert Nathan en slaat alarm als z’n gedrag abnormaal blijkt. Het kind in kwestie was inmiddels in geen velden of wegen meer te bekennen.
De nummers bij calamiteiten, het nummer van de huisarts, z’n zorgpolis, z’n burgerservicenummer, allergieën, z’n eet- en slaapschema, z’n gedrag, z’n leuke kanten, z’n minder leuke kanten, alles kwam aan bod. Een krabbel voor uitstapjes in de bolderkar, een rondleiding door de chaos, een gepersonaliseerde blauwe opbergbox voor reserverkleren en een grote antiluizenzak waar z’n jas elke dag in opgeborgen wordt. Pedagogisch verantwoord volgens de allerlaatste ideeën van Thomas Gordon, waar ik morgen maar meteen een boek van ga kopen. Het kan geen kwaad om me een beetje in te lezen.
Twee uren nadat ik was binnengeloodst viste ik een blèrend kind uit een trapauto en struikelden we de chaos weer door richting auto. Tycho en Emma zwaaiden ons uit en de eerste baby´s vroegen al weer om hulp. Over twee weken gaan we weer en dan laat ik ‘m echt achter. Tenzij Thomas Gordon het niet allemaal op een rijtje heeft natuurlijk. Maar vandaag kwam ik opgelucht thuis. Als film mag Bambi dan “de biggest crying movie of all time” (citaat Steven Spielberg) zijn, maar ik denk dat het helemaal goed gaat komen!