Er is echt een invasie op handen. Van baby’s. Onze oud-buuven vonden Nathan blijkbaar zo leuk dat ze nu beiden een kindje verwachten. Mijn vriendinnetje Maartje verwacht er eentje in oktober, oud-collega Simone met de kerst en Tineke van Frank ook ergens in december. Vergeet ik nu nog iemand? Bij allemaal de eerste overigens, en ik denk dat Nathan hen echt heeft doen inzien dat baby’s ook leuk kunnen zijn. En niet alleen zuipend, poepend en slapend door het leven gaan,. Nouja, een paar maanden dan…
Ingedeeld onder: Zonder categorie | Tags: fiets, hoogtevrees, marteling, restaurantje
Mijn fiets staat bij de garage. Onze auto staat in Giethoorn. Nathan ligt in z’n bedje. Ik ga vanavond in de stad wat eten. Maar dan heb ik mijn fiets nodig. Wat nu?
De garage is op 45 minuten loopafstand. Dat is met de buggy wel te doen. Maar als ik met de buggy bij mijn fiets ben, dan staat de buggy bij de garage. En de auto nog steeds in Giethoorn en mijn fiets thuis.
Extra complicatie: op de fiets zit geen fietsstoeltje. Het stoeltje staat in de berging. Maar met een buggy en een fietsstoeltje 45 minuten naar de garage lopen klinkt ook niet goed.
Nu heb ik een rugdrager waar Nathan in kan zitten. Nathan brult dan wel 45 minuten aan een stuk door, waarschijnlijk lijdt hij aan hoogtevrees. Dat is een marteling die in internationale verdragen niet meer is toegestaan. Laat staan dat ik mezelf dat vrijwillig aandoe. Bovendien ben ik dan in het restaurantje niet meer in de stemming.
Het restaurantje staat in een wijk waar ik met de bus bijna 45 minuten over ga doen en als ik uit zo’n vieze bus kom heb ik geen honger meer. En niks bestellen is (1) volstrekt niet uit te leggen en (2) best raar in een restaurant.
Hmmm, hier ga ik nog even wat langer over nadenken.
Ingedeeld onder: oppas | Tags: komkommer, oppas, pubers, babysitter, buurmeisje, babyorganen, Chinese maffia, Q, chips, cola, pizza, griezelen
Ik las in de Elsevier een interviewtje met een gast die de website getananny.nl had gelanceerd. Daar kunnen mensen zich aanmelden als ze zich aanbieden als oppas. Lees: voornamelijk pubers die met kinderen omgaan als hobby hebben en colazuipend en chipsvretend rijk willen worden. Vrij onschuldig. Je kunt op postcode zoeken en dan vliegen de oppasmeisjes je om de oren. Geen gek plan, bedacht ik. Want sinds we in de Vinex zijn beland hebben we nog geen oppas gevonden. Geen buurmeisjes of familieleden die vlakbij wonen, dus moesten we het op een andere manier proberen. Via internet, brrrrrr.
Vorige week zondag kwam ze kennismaken. Een erg beschaafde studente die het gewoon handig vindt om tijdens het oppassen haar tentamens voor te bereiden. Vanwege sport en studie heeft ze geen baantje, maar oppassen is een leuke bijverdienste. Vijf euro per uur. Ze heeft veel ervaring in de buurt en ze kan zo nog een blik babysitters opentrekken als zij een avondje niet kan. KP vroeg haar de oren van haar hoofd. Waar ze op de basisschool had gezeten en de middelbare school, over haar familie, wat haar vader voor de kost doet, wat haar vriendje doet, of het zijn eigen auto is of die van z´n ouders, onbeschaamd beschamend. Maar ze slaagde met vlag en wimpel en we trokken onze agenda´s.
Gisteren was het zover. Na zondag was de oppas in mijn gedachten getransformeerd in een bij de Chinese maffia aangesloten gek die babyorganen verpatst in ruil voor grof geld. Ik was er niet gerust op dat we N. aan het eind van de avond nog compleet in zijn bedje zouden aantreffen. Of dat we hem überhaupt nog zouden aantreffen. Ik had zelfs Maartje bereid gevonden om even langs te gaan of elk half uur te bellen en zich telkens voor te doen als iemand anders. Maartje wou zelfs wel als stand-in fungeren, maar op een dag moet het er toch van komen.
Ik had veiligheidstrucs uitgevonden waar Q jaloers op zou zijn. Allemaal apparaten die in de afgelopen week niet haalbaar waren om te fabriceren. Ik zou zendertjes in N.’s rompertje naaien, hem vloeistof laten drinken waarmee ik hem via mijn mobiel zou kunnen traceren, ik zou de oppas stiekem een enkelband om doen waarmee ze het appartement niet kon verlaten, ik zou Google verzoeken om in de komende 4 uren om de minuut straatbeelden te maken, ik zou de buren vragen om onze voordeur in de gaten te houden én ons balkon, helicopters te volgen… Of simpelweg camera’s op te hangen, afluisterapparaat te plaatsen, N. mee te nemen om te onderzoeken wat ze aan het eind van de avond zou zeggen. Mijn herinnering aan haar was geëvolueerd in een angstaanjagend heksachtig type met vampiertanden dat bij onze eerste ontmoeting vast zou vragen of we het bloed in de koelkast of de vriezer bewaren.
Ik had haar gegoogeld en gehyved. Alles nagetrokken en er was niets dat tegen haar pleitte. Geen reden om af te bellen. Dus reisde ik ter voorbereiding op haar komst af naar de Albert Heijn om daar een genante hoeveelheid junkfood in te slaan. Ik vroeg me af wat de mensen achter mij in de rij zouden denken. “O, ik dacht dat je zwanger was” of zoiets. M&M’s, twee liter cola, twee soorten chips, Japanse nootjes (omdat ze er hypergezond uitzag), chocolademelk (dat was een tip van een stel van onze kerk), Milka met caramel (omdat ik dat lekker vind), koekjes, more more more. En pizza’s omdat ze thuis altijd laat eten, en ze af en toe hier moet eten. Dus een vriezervak vol pizza’s. En een komkommer voor het geval ze echt een gezondheidsfreak blijkt te zijn.
Om zeven uur ging de bel. Ook afschuwelijk correct. En ze zag er werkelijk vriendelijk uit. Niks niet spannend. Dus vloog ik zenuwachtig van de ene kant naar de andere kant van het huis om alles uit te leggen en nam ik nauwkeurig alle secundaire arbeidsvoorwaarden door die ik in de keuken had uitgestald. Ze vroeg waar de thee stond en KP sleepte me het huis uit.
Om 11 uur waren we weer terug. Ze zat werkelijk te studeren en N. lag nog intact in bed. De boodschappen lagen onaangeraakt in de keuken en ze had alleen een zakje thee gebruikt. Ik heb heerlijk geslapen en donderdag komt ze weer. Ik zoek er nu wel weer een nieuwe bij, want ik had geen idee dat ik over zoveel fantasie beschik. Heerlijk, weer een weekje griezelen.
Ingedeeld onder: angst | Tags: badjuf, badmeester, badpak, buurman, dikke Piet, kuikens, pizza, pony, schoonouders, trauma, vlaai, zwembad, zwembadpas, zwemles, zwempak
Toen ik een jaar of zeven was, stuurden mijn ouders mij op zwemles. Dan hees ik mij in de woonkamer al in een zwempak, waarschijnlijk omdat ik niet in mijn blote kont in de kleedruimte durfde. Het komt nu nog voor dat ik ontzettend zenuwachtig ben voor het een of ander en dan ineens dat zwempakje weer voel.
Ik begon in bad 2 en ik heb geen idee waarom. Ik was de enige die in bad 2 mocht beginnen, de rest dreef nog wat rond in bad 1. Ik kan me niet voorstellen dat ik besmettelijk, irritant, afleidend of te lawaaierig was voor de rest van het dobberende kroost. Of dat het gezelliger was met mij een paar meter verderop. Misschien had ik te lange benen waardoor bad 1 ergonomisch niet verantwoord was of stonk ik. In elk geval zag ik er niks positiefs in.
Toen de sukkels uit bad 1 eindelijk naar bad 2 mochten, mocht ik blokjes draaien in bad 2. Ik was weer een stapje verder, maar echt leuk vond ik het niet. En toen zij blokjes gingen draaien, mochten mijn kurkjes af. Daarna ging ik al snel naar bad 3 waar de andere kuikens zich rap achter mij voegden. En moest ik als eerste van de startblokken. Door mijn knikkende knietjes lag ik er eerder in dan de bedoeling was. Doodeng.
De badjuf was van het mannelijke type, waarvan ik direct begreep dat ze op vrouwen viel. Ik voelde dat toen intuitief aan, zij was een huwelijk verder toen ze het pas ontdekte. Treurige gevolgen die ik tijdens mijn zwemlessen had kunnen voorkomen. Maar dat is achteraf gepraat. Want als zevenjarige praatte je daar in die tijd niet zo gemakkelijk over.
Na bad 3 werd de juf een badmeester. Niet letterlijk natuurlijk. De nieuwe meester woonde zes huizen bij ons vandaan en zijn vrouw knipte mijn pony af en toe bij. Wat op zich al een traumatische gebeurtenis was, met nog ergere gevolgen. Meester Henk stond ons op te wachten bij het diepe. Daar waren we een week van tevoren al op voorbereid en ik denk dat ik al een natte kring in mijn badpak had voor ik het zwembad gezien had. En bij het diepe gebeurde het. (Spannend he?) Meester Henk pakte mij bij mijn lurven en knikkerde mij het diepe in. En roemde mij als een groot voorbeeld van durf en moed, alles was geoorloofd om die andere kuikens ook het diepe in te krijgen. En terwijl ik tegen m’n tranen vocht, waggelde de rest van de groep in zwembadpas terug naar bad 3. Ik was weer een stap verder gebleken.
Uiteindelijk kwam ik zo toch aan mijn zwemdiploma, besloot ik dat diploma B echt niet nodig was en koesterde ik tot mijn veertiende een diepe wrok jegens mijn buurman alias de badmeester van het diepe. Inderdaad, tot mijn veertiende. Want toen ontdekte ik een bizar leuk geintje: pizza’s laten bezorgen bij andere mensen. Zo had ik een klasgenootje die we (met een vriendinnetje) regelmatig van pizza’s voorzagen, maar achteraf bleek dat toch niet zo geslaagd. Want de pizza’s werden vrijwel altijd afgenomen, omdat het toch wel handig uitkwam om zelf niet te hoeven koken. De pizzeria begon mij echter te herkennen, en ik zocht mijn toevlucht in de vlaaien. Dus kwam er op een dag een stapel vlaaien bij de badmeester aan. Ik had het alleen niet zo geweldig goed aangepakt, want ik had ze die dag persoonlijk in de winkel besteld. Met mijn signalement was de badmeester er gauw achter dat ik er achter had gezeten. Maar daar heb ik nooit meer iets over gehoord, ik hoorde het via de moeder van een vriendinnetje. Ik denk dat de badmeester nooit geweten heeft dat ik nog met zwembadwrok rondliep, maar daarmee bevrijdde ik mezelf mooi uit mijn trauma.
Ik dacht dat ik het slecht getroffen had met mijn badmeester, maar de actualiteit wijst uit dat het nog veel erger kan. Maar wat wij wel hadden was een heel erg kolossale ‘dikke Piet’, de brugwachter, die elke woensdagmiddag en zaterdag als een menselijke rots in het zwembad kinderen over zich heen liet klimmen en van zich afgooide. Dat vond ik toen ik zeven was intuitief ook een vreemd fenomeen. Ik keek er op een afstandje naar, maar moest er niks van hebben. Laatst hadden we het nog weer eens over hem, want KP kon zich dikke Piet ook herinneren. Maar volgens mijn schoonouders zat er verder niks achter. Ik hoop het maar.
Ingedeeld onder: prenatale verwaarlozing, taaltaaltaal, zwangerschap | Tags: alcohol, echo, Limoncello, Moeders voor Moeders, prenatale verwaarlozing, rationele effectiviteitstraining, slagroom, taart, verloskundige, zwangerschap
Shit, waar is de echo? En dat staatje met de gegevens over m’n zwangerschap? Wat doet die ossenworst in m’n winkelwagen? Help, ik ben zwanger, maar ik denk er helemaal niet aan. O jee, een prenataal verwaarloosd kind.
Een kwartier later zit ik m’n angsten te bespreken bij de verloskundige. Die moet er best hard om lachen. Bovendien zat er een half uur geleden iemand op mijn stoel die precies hetzelfde verhaal had als ik. Dus zo uniek is het nou allemaal ook weer niet. Maar ik zit er toch maar mooi mee. Want toen ik in verwachting was van Nathan…
…even tussendoor: dit is een uitdrukking die vaak verkeerd wordt gebruikt. Er zijn mensen die zeggen dat ik zwanger was van Nathan, maar dat is verre van waar. Ook in dit nieuwe geval ben ik zwanger van KP en nu samen in verwachting van een tweede kindje. En niet samen zwanger, zoals onze kroonprins ooit eens stelde. Tot zover even een intermezzo over talige misverstanden…
Toen ik twee dagen in verwachting was van Nathan liep ik in de Albert Heijn alvast de schappen te zoeken met de luiers, zwitsal, olvarit (voor het geval dat, want dat ging ik natuurlijk nooit gebruiken) en alle andere babyhotseflots die je kunt verzinnen. Dat was nogal overdreven en onnodig, maar er hing een roze waas in mijn hoofd waar ik dit met mijn huidige verstandstoestand aan kan wijten en waar ik best een rationale effectiviteitstraining bij had kunnen gebruiken. Nu ben ik rationeel zo effectief dat ik broodjes filet americain eet zonder er bij stil te staan.
Prenatale verwaarlozing dus. Om nog meer ellende te voorkomen heb ik Moeders voor Moeders maar gebeld. En staan er nu kratjes in de wc met flessen waar ik al een paar weken keurig mijn plasjes in opvang. Zodat er nog een geheugensteun in huis is, die mij vertelt dat het beter is om van die fles Limoncello met 32 % alcohol af te blijven.
Ik ben echt niet onverschillig, of er van overtuigd dat het na een eerste keer een volgende keer heus wel weer goed zal gaan of schijnzwanger. Nee, niks daarvan en de echo laat zien dat het er echt zit. Volgens de wetten van de logica sta ik er nu ook wat minder onbevangen tegenover dan de vorige keer en vind ik het allemaal wat minder vanzelfsprekend en veel enger om weer door al die maanden en zo’n bevalling heen te moeten ploeteren. Maar ik kan me er gewoon nog niet zo goed een voorstelling van maken en ach, we hebben alle spullen al en als het een mannetje wordt is dat wel zo praktisch want dan hoeven we de Prenatal voorlopig ook niet meer in. Dat zou slagroom op de taart zijn.
Zwanger dus en ik ben hartstikke blij met de aanstaande geboorte van kindje D the second en zie uit naar een groeiend dik buikje. Dat zou namelijk ook erg helpen om deze prenatale verwaarlozing te stoppen.
En dit nog even: de vorige keer waren we heel politiek correct door een soort geheimhouding op te leggen aan iedereen die we het vertelden. En belden we iedereen op met de vraag of we even langs konden komen. Zeer correct. Not anymore, er komen al weer kaartjes binnen van mensen die ik het echt niet persoonlijk heb verteld. Dus mocht je het nu volgens deze o zo onvriendelijke weg vernemen: er zit niks achter, je bent echt niet de enige.
Ingedeeld onder: sollicitaties
Geachte mevrouw D,
Onlangs hebt u gesolliciteerdblablablabla en dan een. Op de advertentie blabla zoveel kandidaten blablabla selectie 5 kandidaten emmeremmer kennismakingsgesprek en dan weer een.
EN DAN DE VOLGENDE GENIALE ZIN: :Het zal u duidelijk zijn geworden dat u dus niet in aanmerking bent gekomen voor deze functie. Dannogeenpaarzinnenoversucceswensenbijeenpassendewerkkring.
Huh? Lieve directeur-bestuurder doctorandusmetveelvoorlettersVanZ.: dat is me dus helemaal niet duidelijk geworden want dat staat helemaal niet in de brief. En wat nou, dus niet in aanmerking. Dat vind ik helemaal niet zo dus.
Zo, eerst even een brief terugschrijven dat ik nu begrijp waar ze die communicatieadviseur voor nodig hebben. Gelukkig ben ik het niet geworden, want ik moet er niet aan denken om de hele dag een beetje brieven te redigeren. Zal ik ook maar meteen een factuur meesturen met een herziene versie van dit onnozele briefje?
Ingedeeld onder: taaltaaltaal, tekstjuweel | Tags: pleonasme, tautologie, tekstjuweel, werkende moeder
Ik bedacht me net dat werkende moeder een draak van een uitdrukking is. Specifieker hebben we hier te maken met een duidelijk geval van een pleonasme! Jaa, zo’n dubbeluitdrukking waarbij het ene woord iets uitdrukt wat al in het andere woord besloten zit. Want moeder impliceert natuurlijk al dat ze werkt. Dat roept, lieve lezers, twee dingen op:
EEN. Oja, een pleonasme, dat was toch die van witte sneeuw en rood bloed. Maar wat is een tautologie ook al weer?
EN TWEE. Hmmm, zou dat ook gelden voor werkende vader of zit dat net even anders?
Daar kun je vast de rest van deze werkdag nog even zoet mee zijn. Succes met de laatste werkende uurtjes, ik ga ook weer eens aan de slag.
Ingedeeld onder: kinderdagverblijf, kinderen, werkende moeder | Tags: kinderdagverblijf, werkende moeder
Post uit het postvakje gehaald. Nathan heeft een plekje op het dagverblijf. Voor twee dagen per week. Hartstikke blij mee, want Nathan gaat dat vast heel leuk vinden. En bovendien ga ik die twee dagen ook heel leuk vinden. Zij het dat ik er dan nog een paar klanten bij moet vinden waar ik twee dagen efficient voor aan de bak kan. Of dat ik toch nog die baan voor drie dagen buiten de deur vind. However moest ik wel even slikken toen ik de volgende zinnen las:
Dag 1 Kennismakingsgesprek en even op de groep
Dag 2 Kind blijft een dagdeel (zonder ouder) op de groep
Dag 3 Kind blijft een korte dag op de groep
Dag 4 Kind is alleen op de groep
Slik. Die laatste tekst. In z’n uppie. De tranen sprongen in m’n ogen. Op 6 juli is het zover. Dat wordt een tough day. Maar vanaf 7 juli hieperdepiephoera ga ik het er flink van nemen. In m’n uppie.
Ingedeeld onder: werkende moeder | Tags: carriere, fulltime, hogeschool, kinderdagverblijf, mannen, oppas, overheid, parttime, stress, taboe, vergrijzing, werkende moeder
Vandaag zit ik in een soort van dip. Want vandaag heb ik ervaren wat het met je doet als je een kind hebt en een leuke baan wilt. Ik solliciteerde naar een heel erg leuke functie als docent bij een hogeschool. Ik werd zelfs gevraagd om te solliciteren. Ik mocht op gesprek komen. En ze vonden me echt heel erg leuk. En geschikt. En ideaal. En dat ben ik natuurlijk ook allemaal. Maar wat ik ook ben: niet volledig beschikbaar. Dus viel ik af. Ik viel zo diep dat ik nu in een soort van dip zit.