Ingedeeld onder: beestjes, knuffel | Tags: beautydag, beestjes, knuffel, muis, Prenatal
Vandaag geniet Muis van een beautydag. Van een lekker badder- en centrifugeerdagje. Van lekker met z’n oren aan een waslijn hangen. Misschien geniet Muis nog wel veel meer van de rust. Van even niet zijn neus in Nathans mond hoeven hebben. Of even niet platgeknuffeld worden. Gewoon tijd voor zichzelf, want de laatste keer dat ‘ie dat had, was in de schappen van de Prenatal.
Muis werd al deel van ons gezin toen Nathan nog niet geboren was. We ontmoetten elkaar in de Prenatal. Ik viel als een blok voor z’n rare oortje. Over dat oortje: Muis heeft een tijdje ‘het Konijn met het maffe oortje’ geheten. Omdat we nog nooit de moeite hadden genomen om hem eens goed te bekijken. Schandalig eigenlijk, maar zie het eens positief: ik viel gewoon direct voor z’n innerlijk. Hij zag er wat onhandig en slungelig uit, maar zacht en knuffelbaar. Een perfect maatje voor onze ongeboren vrucht.
Een paar maanden voor de bevalling bedachten we dat Muis voorlopig maar even bij ons in bed moest komen liggen. Zodat ‘ie lekker naar ons kon gaan stinken. We dachten dat Nathan daar dan wel iets aan zou kunnen hebben als ‘ie alleen in z’n bedje zou liggen.
Muis ging mee naar het ziekenhuis om meteen kennis te kunnen maken met z’n partner in crime. En het klikte. Al sinds Nathan een maand oud is grijpt ‘ie in z’n bedje naar Muis. Hij klemt ‘m in z’n armpjes, drukt ‘m tegen z’n gezichtje aan en murmelt geluidjes in Muis’ maffe oortjes. Zelfs als Nathan slaapt zoeken zijn handjes naar zijn knuffelvriend en dan trekt hij hem weer dicht tegen zich aan.
Het is aandoenljk en precies waar ik op uit was. Ik heb altijd een zwak gehad voor knuffels. Ik had er als kind zoveel dat er aan mijn hoofeinde een enorm leger pluche stond. Elke nacht was er weer eentje uitverkoren om naast bij onder de dekens te slapen. Ook de prikkende teddyberen en de harde, want met kunststof uitgevoerde, chimpansee. Dat ik dan een avond moeilijk in slaap viel, nam ik op de koop toe. Als mijn beestenkinderen maar een gelijke behandeling kregen. Tot op de dag van vandaag durf ik niet hardop uit te spreken welk beest eigenlijk mijn favoriet was. Dat voelt als voortrekken en achterstellen. Dus vraag me er maar nooit naar.
Maar… sinds een paar weken hebben we nog een Muis geadopteerd. Muis 2 heeft tot voor kort bij de V&D gebivakkeerd en sinds hij bij ons woont is hij de stand-in van Muis. Ze zijn exact hetzelfde en daar is het ons om te doen. Want stel dat Muis nog eens op vakantie gaat (ik zie de kabouter vor me uit ‘Le fabuleux destin d’Amélie Poulain’), of dat we hem ergens vergeten. Dat hij verdrinkt in het ballenbad, achterblijft op een verlaten parkeerplaats, bij de Albert Heijn achter de pakken kokosbrood verdwijnt, op de boot naar Vlieland van het dek afschuift, op een vlucht terug uit de Antillen misbruikt wordt om bolletjes in te vervoeren, een betere baan vindt bij Walt Disney of door een ongediertebestrijder in een klem door midden wordt gereten. Misschien ver gezocht, maar goed om noodscenario’s en draaiboeken klaar te hebben liggen.
De badderdag was iets waar KP en ik al een poosje naar uitkeken. Van muizen is bekend dat ze stinken, maar Muis spande de kroon. Zijn ooit zo zachte vachtje was een vettig broeinest van bacteriën geworden en een walhalla voor in spuug levende beestjes. Zijn lichte kleurtje was vervangen door een grauwere kleur. Zijn ronde oranje neus was platgedrukt en natgesabbeld. Door in zijn neus te knijpen kwamen er letterlijk snotdruppels uit lopen.
Muis 2 zou vandaag de functie van Muis overnemen. Maar Nathan ligt te slapen en Muis 2 ligt naast mij op de bank tv te kijken. Blijkbaar is er geen Muis in Nathans bedje nodig. En daar ben ik ook wel weer gelukkig mee. Want stel dat ‘ie op z’n achttiende alleen met Muis in slaap kan vallen en om daar noodscenario’s en draaiboeken voor te maken, lijkt me een stuk complexer.
