Ingedeeld onder: kaatjes plaatjes, moederschap | Tags: kapper, kapsel, moeder, spijkerbroek
Wat is het toppunt van moeder-zijn? Juist, de kapper bellen en vragen om je te kortwieken. Kijk, ik ben dan al wel bijna zeven weken moeder, maar sinds deze week heb ik weer een dimensie toegevoegd: ik heb m’n haar kort. Bij deze dus een welgemeend excuus aan al die moeders die ik een beetje in de zeik nam (“Het eerste wat je doet na een bevalling is een kapper bellen.”). En ik geloof dat ik ook eens een collega garandeerde dat ik dat nooit zou doen. Dat heb ik dus wel bijna zeven weken volgehouden.
De mensen die mij een beetje kennen, weten dat ik altijd wel een paar redenen probeer te verzinnen om ongeoorloofd gedrag goed te praten. Dus kan ik inderdaad weer uitleggen waarom me dit is overkomen.
1. Dit is het officiële, oorspronkelijke model, maar ik had al een paar jaar geen tijd genomen om naar de kapper te gaan.
2. Ik kom al jaren bij een kapper die er een tikkeltje eigen inzicht in knipt, omdat dat nodig is omdat ik anders jaren met hetzelfde kapsel rondloop. Toen ik dus zei dat ik het zo kort wilde dat ik er geen staartje meer in kon, heeft de kapper dat zo geïnterpreteerd. (Karla – mijn kapper - : ik weet dat je meeleest en ik sta achter dit model hoor. Op deze foto heb ik het niet goed gestyled. Dat weet ik ook. Zo zien je klanten er dus twee dagen na het knippen uit…)
Met andere woorden: ik heb het niet geknipt omdat ik nu moeder ben en omdat dit net iets gemakkelijker onder de douche vandaan loopt. Nee, de kapper vond het gewoon weer tijd voor iets nieuws.
Ter compensatie heb ik vandaag nog wel een nieuwe spijkerbroek aangeschaft. Zodat ik dit seizoen in elk geval nog geen oversized t-shirts, broekrokken, tuinbroeken of capri’s aantrek.

Ingedeeld onder: Oost-Europa, baby, goede doelen | Tags: baby, babydoos, bevalling, colporteur, goede doelen, handel, hoogzwanger, huilbui, kunstgebit, Oost-Europa, tranen
Zonet stond het kleine vrouwtje weer aan de deur. Ze reikt nog niet tot mijn schouders en zit helemaal dik ingepakt. Ze kwam voor het eerst tijdens mijn hoogzwangere periode. Met een tas vol gebreide babykleertjes. Ze probeerde sokjes te slijten. Van die dingen die je een kind nooit aantrekt omdat je eigen voeten er al van jeuken als je er naar kijkt. Sokken mogen dan praktisch nut hebben (wat is het nut van warme voeten…?), maar op de schaal van esthetiek scoren ze jammerlijk laag.
Terug naar het kleine vrouwtje: bij mij ben je met dat soort acties op het juiste adres. Temeer daar het kleine vrouwtje geen woord Nederlands spreekt, al minstens vijfenenzeventig is, volkomen verrimpeld is, zo mager is dat ze alleen tot windkracht 3 veilig langs de deuren kan en een Oost-Europees uiterlijk heeft. Aangezien ik voor mijn werk de meest nare verhalen lees over minderheden in Oost-Europese landen als Armenië en Bulgarije, heb ik de hele levengeschiedenis van dit vrouwtje al gefantaseerd. Er hoeft niets van waar te zijn, maar daar zal ik nooit achterkomen.
Ik ben heimelijk jaloers op de bovenbuurvrouw. Die schalt in zulke gevallen van bovenaan de trap dat ze er niet over piekert. Tenminste, dat deed ze wel toen er een kind met een Jantje Beton-bus voor de deur stond. Dan heb je ballen. Ze zou trouwens nog meer ballen hebben als ze de moeite nam om naar beneden te komen om de persoon in kwestie recht in de ogen te kijken en dan nog eens met dezelfde reactie te komen.
Maar ik heb geen ballen. Bij mij kun je echt alles slijten of krijgen. Laatst belden er drie kindertjes met een zelfgeknipt en -geplakt papieren mandje aan. Of ik iets wilde geven voor het milieu. Na mijn vorige post lijkt dat onbestaanbaar in Ondiep en later bleek dat ook, want toen hingen ze al weer met Magnums bij de snackbar rond. Milieu is een ruim begrip.
KP kwam trouwens eens terug in de kamer met drie reclamepennen van Echinaforce of zo. Die waren duidelijk bij een Eco-supermarkt van een kassa afgejat. De benedenbuurvrouw-links was er ook ingetuind. Daar hebben de benedenbuurman-links en ik smakelijk om gelachen. Sinds die actie loop ik bij colporteurs naar de deur. Hoewel ik die man met die pennen ook niet had kunnen weerstaan. Daar kom ik hier ronduit voor uit.
Maar tijdens mijn hoogzwangere en zeer labiele periode klopte het kleine vrouwtje voor het eerst en op het juiste moment aan. Het was buiten berekoud, haar handen vroren er zowat af en haar kunstgebit klapperde de Kukident van haar kaken. (Er gaat nu wel een belletje rinkelen want ze heeft vrijwel zeker een kunstgebit. Dat heeft ze vast niet van de babysokjes betaald.) De roze babysokjes waren zes euro, de geel-met-paarse vier euro. Al mijn onderhandelingskunsten ten spijt kwam ik met geel-paarse sokjes en vijf euro lichter de kamer weer in. Een euro meer dan ze kostten. Bijzonder hè? Ik ben een van de weinige mensen die een euro bij kan dingen.
Erger was dat de tranen over m’n wangen rolden omdat ik haar zo zielig vond. KP moest er wat om lachen (die rook de wraak na zijn Echinaforce-debacle) en rationaliseerde de hele huilbui weer weg. Het kleine vrouwtje zag haar financiële zekerheid dichterbij komen want na de bevalling stond ze al gauw weer op de stoep. En voor ik het wist lag de hele collectie boys maat 56 in de gang. Omdat we zo stom waren om zo’n ‘Hoera het is een jongen’-slinger achter het raam te hangen. Gelukkig had ik geen geld in huis en heb ik haar weg moeten sturen. ‘Maandag tien uur?’ vroeg ze nog. Ik knikte, hielp haar haar handel weer in te pakken en werkte haar de deur uit.
Die maandagochtend heb ik de lamellen dichtgehad. Er werd niet gebeld omdat de deurbel het niet doet, maar er werd ook niet aangeklopt. Ik hoopte dus dat ze het vergeten was. Maar een week later stond ze er wel weer. Nathan lag al een hele ochtend te brullen dus mijn humeur was niet geweldig. Dus werkte ik haar op m’n vriendelijkst weg. Ze draaide zich half om en keek me aan als een geslagen hond. Ik zie het nu nog voor me en ik voel me er akelig vervelend bij.
Vanmorgen was ze er weer. Ik weet niet hoe ik van haar af kan komen. Nu had ik Nathan op m’n arm en dat was helemaal stom. Want ze begon helemaal te stralen bij de aanblik van ons leuke babyjongetje en kletste lekker tegen ‘m aan. Maar ik had de deur al weer bijna dicht en heb haar weer duidelijk gemaakt dat ik nergens behoefte aan heb. Ik moet zeggen dat het al gemakkelijker gaat dan de eerste keer, maar het blijft naar voelen. Zo steek ik helemaal niet in elkaar.
Vandaag gaat de dame van Felicitas weer bellen voor een afspraak, want ze wil de babydoos langsbrengen. Ik zal KP vragen of ‘ie er uit voorzorg bij wil komen zitten, want al ik dat alleen moet doen zijn we in een half uur tijd lid van elk vakantiepark in Nederland, krijgen we elke maand een poppenkastpop uit de Sesamstraatcollectie en mogen we een weekend met Nathan naar Eurodisney omdat ik een levenslang abonnement op de Disneyclub heb toegezegd.
Wat die geel-met-paarse sokken betreft: Nathan heeft ze nog niet aan gehad. Ik denk dat ik ze maar aan Oost-Europa schenk.
Ingedeeld onder: baby, kinderen, moederschap, ouderschap | Tags: Anita, arts, bijtringen, consultatiebureau, instituut, kinderen, kroost, Ondiep, ouders, rammelaars, ruzie, spreekuur, volkorenbiscuitjes, wijkverpleegkundige
Ik maak hier maar een deel 1 van, omdat het bezoekje van gisteren veel beloofde voor de volgende bezoekjes. Er komt in de toekomst vast nog een deel 2 en deel 3. Vandaag dus het eerste bezoek aan het consultatiebureau. Wat een belevenis.
Het consultatiebureau zit in een oude school. In de gang staat een file kinderwagens. Het instituut zelf is een doodenge ruimte vergelijkbaar met het speellokaal van mijn oude basisschool. Achter een bureautje zit een hooggeblondeerde Anita en achter en op de tafeltjes en stoeltjes zitten ouders tegen kinderen te pruttelen. Of rennen, springen en huppelen achter het kroost aan dat hen volkomen negeert. Verder staren de ouders een beetje naar elkaar en elkaars kinderen, staren de kinderen wat naar elkaar en naar kleurvlakken op de muur en als er één begint te brullen gaat het als een soort van wave door de ruimte. De rammelaars en bijtringen gaan van mond tot mond.
Het begon een beetje stroef. Toen ik binnenkwam werd ik door die Anita begroet met ‘Neten?’. Ik snapte er niks van, dus zei ik maar ‘nee’ en liep door. Maar ze keek me nogal streng aan en toen bleek dat ze Nathan op een soort van Engels uitsprak. Daarna werd ze pissig omdat Nathan als Pieter geregistreerd staat en het had maar weinig gescheeld of Nathans roepnaam was door haar persoonlijk gewijzigd in Pieter. Omdat dat z’n eerste naam is. Tja, praktisch is anders, dat snappen wij ook, maar we gaan er wel zelf over.
Nathan mocht uit z’n kleren en gewogen en gemeten worden. “De arts komt je zo halen”. Het spreekuur liep een uur uit. Dus was ik in plaats van 14.45 om 15.45 aan de beurt. Nathan houdt niet zo van bloot zijn dus dit was een dieptepunt in de vier weken dat hij er nu is. Wachten heeft twee kanten. Enerzijds is het heel naar, maar anderzijds biedt het weer voldoende aanknopingspunten om zo’n blog te schrijven.
Een onguur uitziend mannetje met een roze babydochtertje maakte ruzie met de Anita. Of eigenlijk andersom. De Anita maakte ruzie met hem. Omdat er iets niet klopte met de vaccinaties. Maat die fout had ze zelf gemaakt. Het ongure mannetje aan de ene kant van de zaal, de Anita aan de andere kant en zo brulden ze over de hoofden van de ouders en de kindertjes heen. En zo staarden we even niet naar elkaar, maar naar het ongure mannetje en de Anita. Fijn, die afleiding.
Daarna kwam er een gezinnetje binnen dat er pas volgende week hoefde te zijn. Dat had de Anita telefonisch niet goed doorgegeven. Er kon nog net een sorry van af, maar echt menen deed ze het geloof ik niet. Pa en ma hadden net beiden een vrije dag genomen om de eerste vaccinatie te kunnen fotograferen en filmen en weet ik wat allemaal, maar nu moeten ze volgende week weer een vakantiedag opnemen. Dankzij de Anita, die verder ging met het vijlen van haar nagels. De wijkverpleegkundige, die beter bekend staat als de WV, kwam haar afleiden met een rol volkorenbiscuitjes en daar leuterden ze tien minuten over. Zodat haar spreekuur ook weer tien minuten uitliep.
En er kwam een krakerstypetje dat op de Anita inhakte en zo bleef het nog een enerverende middag. Haar afspraken klopten ook niet, maar zij hakte er meteen met de botte bijl op in en dat had succes. De Anita ondernam iets sneller actie en het was duidelijk dat ze onder druk toch wel in de gaten kreeg dat die computercursus misschien nog niet zo’n gek idee was.
“Moeder van Neten, wat duurt het lang hè?” zei ze met een wat vermoeide stem. Of ze had een chronisch gebrek aan energie of het interesseerde haar echt niet. “Geeft niet, ik heb nog tot 8 juli verlof en ik heb tot die tijd voldoende voeding bij me”. Het beste antwoord dat ik kon geven. Er waren ook nog wat Ondiepse moeders die luidruchtig verkondigden dat het er altijd zo aan toe ging. Waar de Anita gewoon bij was. En dat ik bij de volgende afspraak gerust een half uur later kon komen. De Anita vijlde lekker door.
Toen kwam eindelijk de arts binnen om ons uit die ruimte te bevrijden. De arts vroeg, alsof ze alle kennis van de wereld had ontvangen, of ik nog vragen had. Maar al gauw bleek dat ze ’s ochtends maar één soort antwoord had geactiveerd: ”Ja, dat zul je gewoon moeten uitvinden.” En echt dringende vragen als ‘waarom zitten er broekzakken in een babybroek’ heb ik maar achterwege gelaten want dat kan ik dan ook wel zelf uitvinden.
Toen liet de arts ons weer gaan en mocht Nathan eindelijk z’n kleren weer aan. En kon ik het niet laten om de afspraak die ik al voor half juni had staan nog even te verzetten. Gewoon om het de Anita nog even lastig te maken. En dat was het ook, want ze moest er nog flink wat voor uit de kast halen, waaronder de WV die nog steeds op haar volkorenbiscuitjes knabbelde.
Op de terugweg zag ik drie kinderen zand in een rode brievenbus scheppen. Dat krijg je van zulke consultatiebureaus en Anita’s. Ik sprak hen streng toe en toen leegden ze hun handen vol nieuw zand op de stoep. Iemand moet toch de verantwoordelijkheid nemen voor de kindertjes uit Ondiep. Vanochtend lag de telefooncel weer aan diggelen. Misschien was dat zand in die brievenbus toch beter tijdverdrijf geweest.
Ingedeeld onder: kinderen, ouderschap | Tags: baby, consultatiebureau, dierentuin, duplo, giraf, goudvis, kangoeroe, nijlpaard, olifant, pinguïn
Een heel vroege herinnering van mij schijnt niet te kloppen. Ik herinner me dat ik in een ledikantje lig in een zus-en-zo-ingerichte kamer en dat er iemand op mij past die een afgrijselijk Fries liedje zingt (Suzenane Poppe, Karla leit yn ’e groppe, heit en mem sa fier fân hûs – en de rest heb ik nooit gehoord omdat ik na deze regel standaard in huilen uitbarstte). Volgens mijn moeder kan dit niet omdat ze de inrichting niet kent en er nooit iemand op mij gepast heeft. (Echt niet!)
Deze kwestie kwam dit weekend ineens weer bij me op. Omdat ik bang ben dat Nathan zich dingen uit deze periode gaat herinneren. KP en ik lopen sinds kort namelijk als twee goudvissen door dit huis. Allemaal in het kader van Nathans ontwikkeling. Ik las ergens iets over gezicht, baby, mond langzaam open en dicht bewegen, focussen en voilá: bij een leeftijd van ongeveer een maand doet een baby dat na.
Eergisteren gebeurde het: Nathan deed met ons mee. En toen overviel me plotseling de angst dat hij alleen maar meedoet om ons een plezier te doen. Dat ‘ie iets denkt in de trant van ‘Die lui zijn niet lekker, maar zie ze nou eens blij zijn als ik meedoe’. Ik kan me niet van de idee onttrekken dat baby’s zich maar een beetje van de domme houden en zich inwendig bescheuren om alle oooooh’s en aaaaah’s om zich heen.
Daarom hou ik me een beetje in. Bovendien ben ik niet zo’n expressief type. Ik observeer liever. En dan blijkt dat bij mensen met kleine kinderen elke vorm van gêne wegvalt. Toen we vandaag op het consultatiebureau* kwamen hebben Nathan en ik met open mond al die andere ouders en baby’s gadegeslagen. Naast een paar goudvissen zwommen, vlogen en liepen er genoeg types rond om een fatsoenlijke dierentuin compleet te maken. Er liep een vader als een olifant achter z´n zoon aan die de duplo volgens mij veel interessanter vond. Een moeder piepte als een pinguïn tegen het kindje voor haar op tafel en een andere moeder zong een liedje waarbij ze alle dieren uitbeeldde (“ze mogen zeggen wat ze willen maar de olifant / die heeft de dikste billen van het hele land / (de beweging was volslagen overbodig) en de giraf die heeft de langste ne-e-ek / en het nijlpaard heeft de grootste bek-bek-bek”). Het kindje benaderde de grootte van Nathan en keek minstens een kwartier volledig gebiologeerd naar het gele vlak op de muur.
Waarschijnlijk heeft het gewoon z’n tijd nodig en spring ik bij de volgende afspraak als een kangoeroe het consultatiebureau binnen. Met Nathan in een buideltje voor me. Dan zal ik dat hier ook wel zonder gêne melden.
* Later meer over het consultatiebureau. Een belevenis op zich.
Een van de meeste gevoerde discussies in dit huis gaat over de vakantiebestemming. Voor KP geldt elke vakantie waar een zeil aan te pas komt als een goeie bestemming als de windkracht hoger is dan 4. Ik wil het liefst veel zon met niet teveel wind. KP vindt de Friese meren al mooi zat en een beetje regen kan dan geen kwaad. Doe mij maar Italië, dan ben je er in juni vrijwel zeker van dat het met het weer wel snor zit.
Om uit deze discussie te komen, hebben we nu beiden een troef in handen: Nathan. En dus wordt het India. Kijk maar:
http://player.nos.nl/index.php/media/play/tcmid/tcm:5-373382/




