Ingedeeld onder: moederschap | Tags: baby, bevalling, dokter, geboorte, gynaecoloog, infuus, keizersnede, moeder, studenten, verloskundige, verpleegkundige, ziekenhuis
Nouja, dat klinkt alsof ik net thuisgekomen ben, maar inmiddels zijn er twee weken verstreken sinds de geboorte van Nathan. Mijn blogvelof zit erop. Ik zit weer op de bank en ik typ. Net als een paar weken geleden, maar nu net even anders. Wat gewicht, omvang en stemming betreft. Joehoe, het is achter de rug en er ligt een heel lief jongetje in de box naast me. In de box – shock – ben ik nu al een ontaarde moeder?
Over Nathans geboorte zal ik kort zijn. De details wil ik ook wel delen maar niet hier. Volgens Wij jonge ouders moet je veel over de bevalling vertellen om het te verwerken en hoe vaker ik het vertel, hoe beter het verhaal wordt. Slager Mark, die eigenlijk de gynaecoloog was, krijgt een steeds prominentere rol terwijl hij in werkelijkheid denk ik drie minuten in de kamer heeft gestaan. Maar hij maakt het verhaal gewoon zo goed. Eigenlijk had ik deze blog de titel Slager Mark mee willen geven, maar dat is iets te veel eer.
In elk geval besloot Nathan zijn komst tot het maximale te rekken en zo kwam het dat KP en ik op 14 april om 7 uur naar het Wilhelmina Kinderziekenhuis reden om aldaar aan een infuus te worden gelegd. Ik dan, KP zat er naast. De weeën begonnen om kwart voor tien en om 15.22 uur was ‘ie al geboren. Een flinke baby van 4340 gram, bijna negen pond dus.
Tijdens de bevalling werd het zowaar nog gezellig in de verloskamer met twee verpleegkundigen, elkaar afwisselende verloskundigen, gynaecologen, co-assistenten, agnio’s, onderzoekers, studenten, slager Mark (drie minuten gezelligheid) en weet ik veel wie allemaal. Typisch een academisch ziekenhuis, KP en ik voelden ons geen moment vergeten. Met elkaar hebben we ruim twintig verschillende mensen aan het bed gezien. Maar allemaal even leuk, en de verpleegkundigen spanden de kroon. Dat vertrouwen in witte uniformen staat dus nog recht overeind.
De brief aan de dokter bleek voor niets te zijn geschreven. De keizersnede bleek niet nodig en ik weet zeker dat ik de goede baby uit het ziekenhuis mee heb gekregen. Omdat ‘ie de mooiste en leukste baby is die ze me mee hadden kunnen geven. Heel anders dan die van de bovenburen. Hij doet al zijn dagelijkse bezigheden keurig volgens schema en af en toe heeft een huilmoment maar dat is gauw over als ‘ie geknuffeld wordt. En verder zie ik wel wat gelijkenissen, vooral met zijn vader, en heeft ‘ie heel leuke oogjes.
De afgelopen twee weken zijn echt superrelaxed geweest. De laatste iets minder dan de eerste, maar dat kwam door de kraamzus. Toen die weg was, zijn we ook onmiddellijk gestopt met beschuiten met muisjes, want voor deze vloer weer eens een stofzuiger voelt, zijn we inmiddels verhuisd (prognose oktober/november). Ik ben een huishouddrama. En dat terwijl de wasmachine elke dag draait, om gek van te worden.
Sinds de bevalling zie ik dingen in een ander perspectief. Zo zei de verpleegkundige na afloop van de bevalling tegen me “je perste precies de goede kant op”, wat ik na wat overdenkingen toch nog steeds een rare uitspraak vind. Toen heb ik er maar wat verlegen mij geglimlacht, maar nu denk ik: “kan ik dat dan meer kanten op?” En nog zoiets: toen ik van de week weer voor het eerst in de supermarkt kwam, vielen me de gestampte muisjes naast de blauwe op. Sindsdien vraag ik me af bij welke gelegenheid je een beschuit met gestampte muisjes krijgt. Als je liever een meisje had gehad? Geen idee, raar product.
En zo zijn er nog wel meer dingen, maar eerst ga ik iemand uit de box vissen.
No Comments Yet tot nu toe
Plaats een reactie
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <pre> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>