Zonet heb ik de oppas, haar zusje én haar moeder uitgezwaaid. KP was met de trein vastgelopen - op een mens welteverstaan :-S – dus moest ik halsoverkop mijn vergadering verlaten, omdat de nieuwe oppas doordeweeks om half elf thuis moet zijn. De maandag is mijn vergaderdag van provinciale staten en daarom heilig in dit huis. Maar soms gaat iets buiten KP’s agenda om – zelfmoorden – en dan moet ik me voegen.
De nieuwe oppas is er weer eentje van getananny.nl. We vonden haar al een half jaar eerder, maar door ziekte kon ze toen niet reageren. Toch reageerde ze vorige maand nog op mijn mailtje en dat was reden genoeg om weer zo’n kennismakingsgesprek te voeren. Net als met de andere oppas, maar nu met iets meer routine. Hoewel ze al geslaagd was toen ik de deur open deed. Ze is zestien, zit in de tweede van het vmbo en is al hartstikke ervaren met kinderen. Ze overhandigde zelfs referenties die ik nog steeds niet gebeld heb. Want die brief was niet nodig om me te overtuigen, ze zag er in een oogopslag betrouwbaar uit.
Het is best bizar, dat oppassen. Zo ongeveer de helft van mijn leven geleden, paste ik zelf op. En nu heb ik er een nodig. Ik moet af en toe uitspraken onderdrukken als “ga nou maar”, “ik mag best tot heel laat opblijven” en “ik kan morgen toch uitslapen”. Maar gelukkig besef ik altijd op tijd dat ik hier in charge ben. En dat ik dingen moet zeggen als “we zullen het niet te laat maken” en “trek maar gewoon open waar je zin in hebt”. En dat ik dan vervolgens de deur uit hoor te gaan en onze telefoonnummers moet achterlaten voor noodgevallen.
Als ouders doen we het wel aardig – het werkelijke verhaal horen we pas over vijftien jaar – maar voor de doorsnee oppas zijn we waarschijnlijk ondoorgrondelijk. We betalen weliswaar ruim boven het wettelijk minimumloon en ik sla een zeer divers assortiment chips en fris in, maar voor de rest raak ik nogal ongestructureerd als er een babysitter in mijn huis is. Vanavond vergat ik haar telefoonnummer mee te nemen. Onze vaste lijn is dood, dus daar heb je niks aan. Ik vergat mijn eigen nummer achter te laten en als klap op de vuurpijl kwam ik – met dank aan de Grote-Verkeersleider-Die-De-Verkeerslichten-In-De-Stad-U-Heeft-Voorgeprogrammeerd – vanavond ook weer iets te laat thuis. De moeder van de oppas was inmiddels gearriveerd en zat met haar dochters op de bank. Niet ernstig, ze kwam hen ophalen, maar toch weer lullig.
Het past een beetje in het patroon. Op de eerste avond kwamen we ook al te laat thuis, op de tweede avond moest ik het geld uit de spaarpot voor Nathan plukken, op de derde avond had ik niet genoeg geld in huis en de vierde avond was ouderonterend. KP vloog met Nathan, vers van Bambi dus onhandelbaar, naar huis, liet de oppas binnen, gaf instructies (dat onderdeel vergeet ik vaak) en vloog weer weg.
Maar onze nieuwe oppas heeft na vier avonden al een eindejaarsbonus in het vizier. Omdat ze Nathan gewoon aan een pizza zet als wij weer naar vergaderingen vliegen en ze haar hand er niet voor omdraait om z’n tanden te poetsen, z’n luier te verschonen, hem in z’n bed te leggen, hem te troosten en onze grillen te verdragen. En die tegelijkertijd ook een beetje op mij past: “Weet je al hoe laat ik volgende week zal komen?” O ja, goed dat je het zegt want ik was het alweer vergeten…
Ingedeeld onder: tekstjuweel | Tags: geboorte, geboortegedichtjes, tekst, tekstjuweel
Er waren eens een eitje en een zaadje… En de gevolgen ja, die raad je…
Geboortegedichtjes zijn met afstand de treurigste stroming in de gedichtenbusiness. Google maar eens op geboortegedichtjes en we delen een standpunt. Je hebt van die teksten waarmee de ouders aan willen geven dat het maken van het kind tot nu toe het leukst was. Dan heb je gedichtjes die zo mierzoet zijn dat als je ze hardop uitspreekt het glazuur van je tanden vliegt. Er is een rijmelarijsoort (Ons kleine schoppertje speelt niet langer verstoppertje) en je hebt fanmail: teksten van Queen, Metallica en Robert Long. Je hebt ook gedichtjes die per defintie niet waar zijn: Met z’n drieën is het nóg leuker. Dat is gewoon gelogen, uit eten gaan bijvoorbeeld is met z’n tweeën echt leuker. Je hebt teksten die van de baby himself afkomstig zijn. Met een religieuze inhoud in de categorieën rijmelarij en zeer gezocht : een beetje een verplicht nummer, maar net zo zoetig als de rest. Bijbelteksten moeten kunnen, maar dan moeten ze wel relevant zijn en niet zo gezocht omdat er bij kind 8 geen goeie teksten meer over bleven. Want wat is anders de functie? En dan: ben je blij, heel erg blij, ongelooflijk blij, superblij, bijzonder blij, blij en dankbaar, trots…?
KP en ik zijn weer in een ontwerpstadium beland. We doen ons best om kindje D the second een nette geboorteaankondiging te bezorgen. Maar wat zet je dan op zo’n kaart? Want uiteindelijk willen we wel op een kaartje zetten wat we ook echt menen, maar je hebt maar een beperkte hoeveelheid tekst. En hoe zoek je in vredesnaam een kaart uit het enorme aanbod?
Er mogen van KP geen dieren op staan want we verwachten geen dier. Niet van die hippe ontwerpen want dat heeft volgens KP weer te weinig met geboorte te maken. Geen foto’s van wildvreemde baby’s of onderdelen (voetjes, handjes, oogjes) van wildvreemde baby’s (Anne Geddes) want dat is wel erg onpersoonlijk. Alsof we ons eigen kind niet mooi genoeg vonden voor een foto. Geen kaartjes waar we zelf een foto voor moeten aanleveren, want dat zijn van die projecten die bij ons niet van de grond komen. Geen strikjes of andere extra´s die door vrijwilligers nog uren aan de kaartjes worden gezet en waar je nog jaren de verhalen van moet aanhoren. Met subtiele hints zodat je je realiseert dat het achteraf toch niet zo vrijwillig gebeurde.
Voor Hollandse ontwerpen met tegeltjes en delftsblauwe dingetjes moet je minimaal een Suus, Pien, Bink of Boet op de wereld zetten. Dat zijn we niet van plan. En voor knalkleuren vind ik Jayden, Keanu en Maddox passender, maar met zulke namen en zo’n kaartje heb ik nu al visioenen die alleen door Ritalin kunnen worden onderdrukt.
Namen zijn sowieso ook nog een drempel die we moeten nemen. We zijn er nog niet uit. Uit betrouwbare en zeer deskundige bron vernam ik dat kinderen met adhd relatief vaak Jeffrey, Kevin, Melvin, Sharon, Shirley en Samantha heten. Dus die namen vallen af, dat is makkelijk. Maar zonder die kennis hadden we ook niks in die trant gekozen. Verder vind ik het belangrijk dat het kind voor z´n tiende z´n naam kan spellen en ook begrijpt waarom het zo geschreven wordt. Dus wordt het geen Shaneequa, Rasheanno of Giovanya. En het kind moet ook serieus genomen worden als het dertig is, dus geen Nikki, Fleurtje, Jimmy of Lizzie. Geen grappen met de achternaam (Dirkje of Derk) en niet een naam waarmee de gemiddelde kleuterklas van het cohort 2014/2015 er een stuk of drie van zal hebben rondlopen. En we proberen te voorkomen dat kindje D the second gepest gaat worden of dat de naam in anderstalige gebieden anders uitgelegd wordt.
Het is nogal een verantwoordelijkheid. En ook nogal tricky om het in een blog op te schrijven. Ik heb nu al een hoop mensen beledigd. En ik kan al aardig inschatten dat er commentaar gaat komen. Op de naam, op het kaartje, op de tekst op het kaartje of op deze blog. Ik kan het hebben, want er is tegen die tijd zeer goed over nagedacht. Zeker een maand of vier.
Ingedeeld onder: opvoeden
Hoooo, shit, neenee, niet doen, hoohoo, wat hadden we afgesproken, o nee, niet dat ding, waar zijn je auto’s, laat eens los, oeoeoeoe, hou je beker rechtop, niet doen, leg dat eens terug, kom eens hier, o shit, grrrrrr, Nathan, Nathan!, NATHAN!!, neenee, ik bedoel ook echt neenee, doe dat eens niet, laat je handjes eens zien, niet in de wc-pot!, doe maar dicht, Nathan! doe eens dicht, goed zo, neeeeee, …
Wil je een koekje, kijken of Pino op tv is, ga maar op je poef zitten, ja nu ben je lief…
Ingedeeld onder: De krant van vandaag, Mexicaanse griep, zwangerschap | Tags: Gezondheidsraad, knuffelen, Mexicaanse griep, Nieuwe Influenza A, RIVM, vaccin, zwangerschap
Voorpagina Trouw vanochtend: “Mexicaanse griep is nu een epidemie. Inenten begint in november.” Ik ben 33 weken zwanger en behoor officieel tot de risicogroep. Als ik een vaccinatie wil dan kan ik die in november dus gaan halen. Maar ik ben er nog niet uit wat schadelijker is: griep krijgen of een prik halen. Het vaccin is nog niet voldoende getest op zwangere vrouwen en het is dus ook niet niet bekend of het vaccin schadelijk is voor het kind.
Volgens de Gezondheidsraad en het RIVM moet ik me laten inenten. En die zijn hartstikke deskundig op dat gebied. Maar dan heb je ook nog een hoop deskundigen die net zo lang hebben gestudeerd om hun titel te halen en die vinden weer dat het niet nodig is. En dat je het risico vooral niet moet nemen, omdat de gevolgen nog niet bekend zijn.
En nu? Zo’n 6 tot 10 % van de zwangeren met Mexicaanse griep komt er aan te overlijden. Bij een gewone griep is dat geloof ik 1 tot 2 %. Ik mag dan niet zo heel erg paniekerig doch (on)redelijk hypochondrisch zijn aangelegd, dit soort cijfers jagen me een beetje angst aan. Ik wil niet dood.
Er zijn drie opties: ik haal een prik, ik haal er niet een of ik ga op excursie naar de dichtstbijzijnde huisartsenpost. Ik stel me zo voor dat ik daar een dag in de wachtkamer ga zitten en mensen die de diagnose Nieuwe Influenza A hebben gekregen eens even lekker ga knuffelen. Met een beetje mazzel heb ik dan gauw een milde variant te pakken en kan ik er daarna helemaal tegen. Hmmm, nu is er dus nog een keuze bij gekomen. Wordt vervolgd.
(En hier vind je de veelgestelde vragen aan het RIVM over Nieuwe Influenza A en zwanger zijn.)
Ingedeeld onder: De krant van vandaag, goede doelen | Tags: begrafenis, Equal Education, geboorte, goede doelen, HEMA, huwelijk, imago, kraamcadeau, sinterklaas, verlanglijst
Vandaag onderaan een rouwadvertentie: “In plaats van bloemen wordt een gift aan De Wilde Ganzen giro 40.000 op prijs gesteld.” Is dat een geval van over je eigen graf regeren, over iemand anders graf regeren of gewoon een slaatje slaan uit een sterfgeval? O, ik interpreteer het verkeerd, het is natuurlijk hartstikke nobel van die mensen dat ze De Wilde Ganzen willen steunen. Via de dood van hun moeder weliswaar, maar toch.
Bij huwelijken verdraag ik het al niet. Zo’n envelopje op de kaart waarmee het bruidspaar wil zeggen dat je niet met allemaal rommel hoeft aan te komen, want daar stellen ze geen prijs op. Ze kopen hun spullen liever zelf, dan weten ze zeker dat het naar hun smaak is. Maar met zo’n envelop in handen doe ik niets anders dan betalen voor die twee glazen bitterlemon en die twee bitterballen die ik consumeer. Inclusief een flinke fooi. Je zult mijn boekenbonnen, dinerbonnen, theaterbonnen of zorgvuldig uitgezochte cadeaus moeten slikken.
Met geboortekaartjes idem dito. Daar staan tegenwoordig ook al envelopjes op. Kersverse ouders die via een omweg aangeven dat ze liever zelf de jurkjes voor hun kinderen uitzoeken. Je zult toch eens opgescheept worden met zo’n vodje van de HEMA wat je smaak niet is. Nee, da’s treurig, terwijl kraamvisite zo’n vrolijke happening kan zijn.
Dan heb je nog verjaardagen van twintigers en dertigers waar je voor uitgenodigd wordt, en waar dan ook meteen een verlanglijst als attachment is toegevoegd. En als je dan uit nieuwsgierigheid de moeite neemt om er een blik op te werpen dan ontdek je tot je verbijstering dat het goedkoopste cadeau drie keer boven je budget ligt. Wat moet je dan? Voor je het weet help je een jarenlange vriendschap naar de knoppen.
En nu dit weer. Geldklopperij bij begrafenissen. Wat is er mis met ‘Geen bloemen’? Waarom zo’n enorme drang om jezelf als filantroop te profileren door zelfs bij de begrafenis van een familielid te vragen om geld te storten voor een of ander goed doel? Waarom moet een begrafenis nou ook weer geld kosten? Kun je tegenwoordig niet eens meer gratis afscheid van iemand nemen? Of een plak droge cake wegwerken zonder het schaamtegevoel dat je eigenlijk nog geld had moeten overmaken? Wat als je zelf een dringende behoefte hebt om de laatste eer te bewijzen door het graf een beetje op te vrolijken met een gezellig bosje rozen. Vergeet het maar.
What´s next? “Mochten er mannen zijn die mij in het geheim aanbidden dan verzoek ik hem / hen om met Valentijnsdag geld te geven aan Stichting CliniKlaas.” Of deze kan ook erg bruikbaar zijn: “Als jullie morgen komen borrelen, neem dan niet uit gezelligheid een flesje wijn mee, maar maak wat geld over aan een arme wijnboer in Ecuador.” Voor kinderen is dit een geschikte versie: “Papa en mama, ik geloof niet meer in Sinterklaas, maar als jullie toch iets in m’n schoen willen stoppen, dan graag een jaar schoolboeken voor een leeftijdgenootje in India.” En geheel kosteloos deze variant aangezien dit dilemma zich ook al weer bijna aandient: “Prettige kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar. Mocht je mij hetzelfde toewensen doe dat dan door financieel aan de achtergestelde herten in het westen van Finland te denken. Ze worden door edelherten als een minderheid behandeld en hebben het vooral rond kerst erg zwaar.”
Blijkbaar zijn er mensen die denken dat je (kraam)cadeaus, bloemen, flessen wijn, dozen bonbons en knuffels meeneemt omdat je teveel geld op je rekening hebt staan. Dat al die zorgvuldig voorbereide presentjes een enorm verplicht nummer zijn. Tegelijkertijd denken ze dat ze dat geld zelf wel beter weten te besteden en werken ze aan hun imago door geld aan goede doelen te vragen.
Ik werk er niet aan mee. Al lig ik er nachten wakker van wat ik voor iemand moet meenemen, ik ga niet door de knieën voor envelopjes en andere misplaatste bedelpogingen bij welke gelegenheid dan ook. Als iemand geen bloemen op z’n graf wil dan hoeft dat ook niet. Dan neem ik die niet mee. Of wacht een week en zet ze er dan alsnog op, niemand die daar last van heeft. Bij mijn weten is het Leger des Heils hartstikke blij met spiksplinternieuwe babykleertjes, die doen het als afdankertjes onwijs goed in bijstandsgezinnen. En als ik mijn geld aan een goed doel wil geven dan doe ik dat aan een doel dat ik zelf kies. Stichting Equal Education bijvoorbeeld. Mocht je deze blog zo goed vinden dat je een reactie wilt plaatsen, beheers je dan en stort geld op 5317222. Tijd is tenslotte ook geld.
Ingedeeld onder: Film en tv | Tags: Boer zoekt vrouw, boer Wietse, Yvon, schapen, communicatie, Fries, Friezen, Doutzen Kroes, Sven Kramer, Abe Lenstra, Foppe de Haan, Piet Paaltjens, Piet Paulusma, anonieme alcoholisten, AA, Doekele Terpstra, Hans de Boer
Ik was echt van plan om dit seizoen niet te kijken. Die tien boeren boeien me niet meer zo. Tijdens het laatste seizoen Boer zoekt vrouw bedacht ik dat ik de vorige toch beter vond. Dat er nooit meer boeren zouden komen als Hans, Teun en Joris. Maar ja, ik dacht ook dat er nooit meer tenenkrommender boeren zouden komen dan boer Peter uit het eerste seizoen. Het format overtrof zichzelf, in seizoen 2 zagen we boer Jochum met z´n vrouwen stuntelen. Een hopeloos figuur waar geen woord mee te wisselen was. En in seizoen drie liep ik bij boer Jan op tv even naar de keuken voor koffie. En dit jaar… dit jaar hebben we boer Wietse. Fascinerend! Prangende vraag: kan het nog erger worden? Ik kijk dus weer BZV.
Het is ongelooflijk dat er mannen bestaan als Wietse. Kijk, je hebt mannen waar geen zinnig woord uitkomt. Ik ken daar best een stuk of wat van. Maar ze praten in elk geval wel. Ze communiceren, stellen je vragen of maken slechte, maar niet slechtbedoelde, grappen. Boer Wietse is van een heel ander slag: dat communiceert in z’n geheel niet. Bij elke vraag van Yvon lacht ‘ie zenuwachtig en zegt ‘ie ‘Weet ik niet’, ‘Ik vind het lastig’ of ‘Het is wel moeilijk’. Of hij volstaat met ja of nee. Ik ontdekte zonet dat Wietse een fansite heeft met 22 leden. Wat nogal tekenend is, is dat het topic ‘uitspraken van Wietse’ nog helemaal leeg is. De fans zitten waarschijnlijk nog steeds te wachten op die ene volzin.
Als ‘ie schapen zou houden, zou ‘ie in het geheel niet opvallen.
Ik schreeuw uit pure wanhoop naar de tv om de ijzingwekkende stiltes op de boerderij te doorbreken. En dan is er altijd wel iemand die drie keer zegt dat het brood lekker is. Ik wend mijn hoofd af, zet koffie, ruim de vaatwasser in en uit, ik wil er gewoon niet bij zijn. Bij elke aflevering leef ik tussen hoop en vrees. Angst als de boerderij van Wietse in beeld komt. Maar hoop dat Yvon nu eindelijk eens gaat zeggen waar het op staat. Dat ze nog nooit zo’n hopeloos figuur gezien heeft, dat ze niet meer weet wat ze met ‘m aanmoet en dat alle opnames per direct worden gestopt en de vrouwen uit hun lijden verlost worden.
In de tussentijd is mijn respect voor de vrouwen van boer Wietse gegroeid. Gisteren moest Nicolien het veld ruimen. Net die vrouw die hem wel begreep. Volgens Nicolien moet je die man niet zo veel vragen, want dan klapt ‘ie dicht en ze accepteerde hem tot gisteren nog zo. Maar zo’n boer zonder voelsprieten voelt ook dat niet aan. Wietse zoekt een vrouw die zijn radio kan vervangen. En Iris gaat haar best gewoon nog even doen, omdat ze te fatsoenlijk is om uit zichzelf op te stappen. Bovendien ziet ze donders goed dat die boer geholpen moet worden.
Als Fries zie ik het allemaal weer gebeuren. Daar gaat m’n imago. Want het is een triviaal iets: de boeren Jochum, Jan en Wietse hebben ze in de provincie Friesland gevonden. O, en boer Gerrit kwam er ook vandaan. Ook geen visitekaartje voor de provincie. Eeuwenlang hebben bekende Friezen hun stempel gedrukt op al die nobele Fryske eigenschappen: Peter Stuyvesant, Eise Eisinga, Willem IV van Oranje-Nassau, Abe Lenstra, Pieter Jelles Troelstra, Rutger Hauer, Piet Paaltjens, J. Slauerhoff, Sjoukje Dijkstra, Rintje Ritsma, Ids Postma, Annemarie Jorritsma, Foppe de Haan, Doekele Terpstra, Hans de Boer, een onuitputtelijke lijst grootheden! En een immer groeiende nieuwe generatie: Doutzen Kroes, Sven Kramer, Epke Zonderland, Gerrit Hiemstra… O ja, en Piet Paulusma niet te vergeten…
Maar wat krijg ik te horen als iemand er per ongeluk weer eens achtergekomen is dat ik een halve Fries ben? Juist.
Tsja, hoe gaat dit aflopen? Iris gaat nog proberen om die boer te doorgronden, maar ziet er geen heil meer in. De keuze is makkelijk gemaakt: Iris wil niet en Neeltje gaat mee een weekendje weg. Die heeft natuurlijk al lang zitten hopen op een gratis stedentrip. In de eerste de beste kroeg ontmoet ze een leuke mediterraanse man waar ze mee gaat flirten. In een mum van tijd staan ze elkaar te bevoelen waar Wietse 3 centimeter naast staat en het gebeuren observeert. Wietse boekt vervolgens voor zichzelf een andere hotelkamer zodat Neeltje met Paco de hotelkamer kan delen. Op het BZV-feest drinkt Wietse te veel waardoor we ineens een totaal andere man te zien krijgen. Hij valt vrouwen lastig en vergrijpt zich aan een te jonge deerne. Die geeft hem aan bij de politie, hij krijgt een taakstraf en raakt aan de drank. Bij de anonieme alcoholisten ontmoet hij een lief meisje met een gehoorbeschadiging. Ze gaan samen op de boerderij wonen en leven nog lang en gelukkig. Want ik denk oprecht dat het best een aardige vent is, maar dat er gewoon nog het een en ander aan gesleuteld moet worden.
Ingedeeld onder: moederschap | Tags: bh, hel, Mexicaanse griep, pubers, spijkerbroek, winkelen, zaterdag
Op zaterdagmiddag mijd ik winkelen als de mexicaanse griep. Op zaterdag wil je namelijk niet in de buurt van een winkelcentrum komen. Vooral niet met een buggy. Dan vragen mensen zich ongegeneerd hardop af waarom al die mensen met die buggy’s in vredesnaam op zaterdag de stad in moeten. En mensen met rolstoelen idem dito. Weg met alle kreupelen op zaterdag, de Oude Gracht is aan het valide volk.
Winkelen op zaterdag is de hel op aarde. Dat denk ik tenminste. Als ik aan de hel denk, verwacht ik zoiets als hordes op elkaar gepakte mensen die alleen op eigen gewin uit zijn en niets en niemand sparen om hun doel te bereiken. Ik zie beslist geen brandstapels en hete vuren voor me. Ik zou het veel erger vinden als er in de hel 24 uur per dag op z’n zaterdags zou worden gewinkeld. Maar dat zeg ik met de kennis van nu.
Toch zijn er momenten dat zelfs ik er niet onderuitkom. Want gemiddeld vier keer per jaar heeft KP iets nodig dat uit het centrum moet komen en daar heeft hij mij voor de gezelligheid bij nodig. Of meer voor de solidariteit. Om samen zo’n nare ervaring mee te maken. Gelukkig is KP een man die zeer economisch (qua tijd dan) kan winkelen. Die maakt thuis al een route langs de winkels waar we heen moeten en waar er wat en hoeveel moet worden ingeslagen. Als er op dat lijstje geen trui staat, dan wordt er die middag ook niet naar een trui gezocht. Superhandig, ik zou willen dat ik zo in elkaar stak.
Toch hebben zaterdagse winkelsessies ook prettige kanten. Dan bedenk je dat het fijn is dat je dertig en zelfstandig bent. En niet 14 en met je moeder. Vanmiddag moest ik op zoek naar een bepaald type t-shirt voor een bepaald type man. Niet mijn man trouwens. Het hele pand stond vol met moeders en zoons. Van die zoons die net de kinderafdeling ontgroeid zijn en dan in zo’n rare tussenfase komen. Dat je graag coole spijkerbroeken aan wilt, maar dat ze nog niet in jouw maat bestaan. Dat is extreem frustrerend. Ik heb die fase ook gehad. Mijn moeder zocht op mijn veertiende stad en land af naar een passende bh voor mij, maar moest uiteindelijk tot mijn grote teleurstelling concluderen dat ik eerst nog wat meer borsten moest krijgen.
Vanmiddag voelde ik me diep verbonden met zo’n veertienjarig joch met een begriploze, bemoeizuchtige moeder. Waarschijnlijk had ‘ie z’n moeder al 500 meter lang kunnen weerhouden van de V&D, de Duthler en de Bentex en had hij haar eindelijk in een grotemannenwinkel kunnen pushen. Maar daarvoor moest hij heel wat verdragen. Elk voorstel brak ma tot de grond af. En bedacht dan zelf weer een of andere leuke combinatie waar zoon niets voor voelde. “Kijk, dan doe je hier de mouwtjes (!) van omhoog en dan piepen de mouwtjes van het overhemd er zo leuk onderuit.” Gegeneerde blik van zoon. Chagrijnige reactie van moeder. Plaatsvervangen schaamtegevoel bij mij. En dan een verkoper die de boel probeerde te redden. Want die wou natuurlijk zoveel mogelijk verkopen zonder klanten te verliezen. En die zoon wou alleen de capuchontrui, zonder van die onderuit piepende mouwtjes. Lastige klus als je in zo’n winkel nog advies moet geven.
Ik weet niet waar ze mee thuis gekomen zijn. Ik overwoog heel even om in te grijpen. Of die puber als mijn broertje te adopteren. Maar ik denk dat ik die dame ook niet aan had gekund. Vanaf deze plek durf ik Nathan al te beloven dat ik nooit zo zal worden. En mocht dat wel gebeuren, dat treedt automatisch de vorige regel in werking. Ik wil nóóit zo worden. Om zaterdagmiddag zou je de winkelstraat tot verboden gebied moeten verklaren voor moeders. En dan vooral van die moeders met zoons en dochters die de middelbare school hebben bereikt. Die lui moeten echt leren inzien dat je je kind niet eeuwig in jouw smaak kunt dwingen. Eens houdt het op. Ik neem het er ondertussen nog even van. Toch nog iets voor Nathan gescoord in de tweedehandszaak. Tot nu toe nog geen protesten gehoord.
Ingedeeld onder: kinderen, opvoeden | Tags: cadeautjes, feestje, honden, huisdieren, kinderen, verjaardag, vingerverf
Vingerverf van kindje A, een badeendje van kindje B, een proefverpakking Bambix, koekjes, fruitzakjes…. Op Bambi ligt elke twee weken weer een of ander frummelding in Nathans postvak. Van jarige kindertjes en creatieve moedertjes. We vliegen van feestje naar feestje, want Nathan is een graag geziene gast. Zolang ‘ie maar een cadeautje meebrengt.
Met die feestjes gaat voor mij een wereld open. Vorige week waren we te gast in een huiskamer waarvan de vloer bezaaid lag met speelgoed. Met elke gast die binnenkwam werd er weer iets aan de vloerbedekking toegevoegd, een papiertje en een speelgoedding. Het huis werd op dat moment bestierd door allemaal vier- en vijfjarige jongetjes en op de bank zaten wat ervaren moeders met iets jonger kroost. Er werd (gezellig?) gebabbeld, maar ik had geen idee wat er gezegd werd. De herrie die uit al die kleine keeltjes kwam overstemde het meeste en ik wist niet waar ik kijken of luisteren moest. De moeders daarentegen, waar ik me zelf voor het gemak niet toe rekende, bewogen hun monden onverstoorbaar door alsof er een achtergrondmuziekje was opgezet. Ik knikte als de andere moeders knikten en ik schudde mijn hoofd met de meute mee. De apenheul is tijdens voedertijd rustgevender dan dit soort menselijke safariparken. Is dit de toekomst?
Ooit had ik een collega, een kereltje van begin twintig, die net twee maanden vader was. Het kereltje deed vervolgens alsof ‘ie dertig jaar ouder en veertig jaar meer levenservaring had dan ik. Op een dag verklaarde hij met stalen gezicht dat het goed voor mij zou zijn om een hond te nemen, want daarmee kon ik me goed voorbereiden op het ouderschap. Een hond, zo vertelde het kereltje, leert je verantwoordelijkheid te nemen. De logica die daar dan achter stak was als volgt: kun je een hond in leven houden, dan kun je het vervolgens met een kind gaan proberen. Wat mij dagelijks uitspraken ontlokte in de trant van “Redt Elise het vandaag de hele dag op een bakje water?”, “Wie laat Elise tussen de middag uit?” en “Nemen jullie Elise mee op vakantie of gaat ze naar een pension?”. Hartstikke flauw natuurlijk, maar de vergelijking slaat echt nergens op.
Een groot verschil zit ‘m al in de formulering. Honden, katten, goudvissen, cavia’s, konijnen en duiven houd je. Dat is een subtiel verschil met kinderen, die houd je niet, maar die heb je. Hoe erg je ook geneigd bent om te vertellen dat je ze houdt, het is onfatsoenlijk, absurd en not done om dat hardop uit te spreken. Verder levert één hond echt onvoldoende studiemateriaal op voor een adequate voorbereiding op een kind. Om je echt goed te kunnen voorbereiden heb je er minstens vijf nodig die alle vijf onzindelijk zijn, aan je meubels vreten, stapels papieren die je net geordend hebt door de kamer verspreiden, je pas gevouwen was uitschudden, hun voer door de kamer slepen, aan je bank smeren en half vergaan in kleine hoekjes stoppen.
Ik hoop dat Nathan morgen iets beter gemutst uit z´n bed komt dan vandaag. O man, weer zo´n dag als vandaag ga ik niet trekken. Kan ik ´m nog inruilen?
Ingedeeld onder: goede doelen | Tags: clowns, fetisj, goede doelen, sinterklaas
Er zat zonet zo’n envelop in mijn brievenbus van de CliniClowns. Met twee van die idioten met rode neuzen die zogenaamd veel lol hebben. Maar niemand weet waarom. Geef een lach, staat er op de envelop. Maar met heel hard lachen help ik hen nog steeds niet, ze willen gewoon dat ik meedoe aan de sponsor bingo loterij. Geef geld, bedoelen ze.
Mij niet gezien. Het is te gek voor woorden dat mensen geld uitgeven om andere mensen verkleedkleren aan te laten trekken. CliniClowns zijn eng en niet meer dan een fetisj voor volwassenen. Zoiets als Maarten ‘t Hart die thuis een jurk aantrekt. En denk maar niet dat dat is omdat zijn vrouw het prettiger vindt dat degene die thuis de afwas doet er uitziet als een vrouw. Die jurk is alleen maar omdat Maarten ‘t Hart graag af en toe als Maartje door het leven gaat. Moeten we die man daarom sponsoren? Nee. Goed geantwoord, klas.
Nu ik toch al middenin mijn frustraties beland ben toch die envelop maar eens openmaken. O, kijk, ook nog een handtekening en een kus van Paul de Leeuw erop, nee, nu ben ik om. Een brief van de directeur, eens kijken wat die te melden heeft. De directeur ervaart dagelijks het tekort aan CliniClowns. Zou ‘ie dat aan zijn salaris merken? Of komt er nooit eens iemand op zijn kantoor langs om hem aan het lachen te krijgen? En verder schrijft z’n communicatieadviseur dat het niet lukt om op alle gezichtjes van zieke en gehandicapte kinderen een stralende lach te toveren.
Blijkbaar denkt de beste man dat dat komt door het tekort aan klinische klungels, maar ik denk dat er meer achter zit. In dit zinnetje ligt de essentie van waarom hij dagelijks het tekort ervaart én niet op alle gezichtjes een lach kan toveren. Dat komt omdat clowns eng zijn. Ze zijn doodeng en vooral niet leuk. Ze zijn niet grappig, niet lollig, niet om te lachen. Zelfs nu ik bijna dertig ben loop ik een straatje om als ik een clown zie. En ik niet alleen. Hele hordes mensen hebben een aversie tegen clowns. Ik ken niemand die niet iets tegen clowns heeft. Van clowns kun je alleen maar zieker gaan voelen.
Ik hield ook niet van Bassie en wat had je nog meer allemaal in die trant rondlopen? Domme August van de Film van ome Willem, was dat er ook één? Pipo de Clown, akelige vent. Nu heb je zo’n clown op tv voor peutertjes waar ze allemaal merchandise omheen hebben. Ik weet de naam niet, maar wel de exacte uitzendtijden. Dat zijn momenten waarop de tv geboycot wordt. Je zou er per ongeluk langs kunnen zappen. En dan heb je nog die reclame van Centraal Beheer met baby Bassie. Kippenvel tot in al mijn vezels. Het feit dat iemand zijn kind beschikbaar heeft gesteld om zo te laten schminken zou voldoende aanleiding moeten zijn om zo´n ouder uit de ouderlijke macht te zetten.
Misschien komt het omdat ik op de basisschool jaarlijks op het feestje van Albert K. weer het nieuwe deel moest zien van de filmserie Chuckie. Zo´n moordende pop met een clownsgezicht en zo’n strijdkreet als er horror in het verschiet lag. Of komt het door die film die we jaar in jaar uit bij Frans moesten kijken. Over een criminele clown die van die nare geluidjes maakte en rare koppen trok als ‘ie weer eens een bank overviel. Maar nu ik er verder over nadenk is het al veel eerder begonnen en heb ik in het algemeen iets tegen verklede mensen. Eerlijk gezegd kan ik niet eens tegen Elly en de wiebelwagen, hoewel Elly volgens mij niet eens verkleed is. En nog verder nadenkend lijkt het dat ik maar één uitzondering weet te bedenken: Sinterklaas.
Hele volksstammen verfoeien mij nu omdat ik een zo prachtige stichting als de CliniClowns al bloggend om zeep probeer te helpen, maar ho wacht: ik heb een plan. CliniKlaas, volgens mij gaat dat echt veel beter werken. Want waar je bij clowns angst voelt, daar voel je bij Sinterklaas respect. Sinterklaas is zo echt dat je vergeet dat ‘ie niet echt is. En waarschijnlijk is het stille hoop dat ‘ie ook echt is, hoewel je die cadeaus nog wel altijd zelf moet kopen. Maar hee, dat kun je die man toch ook niet alleen laten doen? Weet je wel hoe oud hij is?
CliniKlazen dus. We verbouwen dat hele verhaal van Sinterklaas en leren de nieuwe generatie vanaf vandaag dat Sinterklaas het hele jaar in het ziekenhuis woont. Op 5 december kan ´ie gewoon jarig blijven en het hele ritueel met die stoomboot, schimmel en pieten blijft bestaan. Voor de politiek correcten kunnen we al die pieten ombouwen tot verplegend personeel, art-assistenten, chirurgen, gynaecologen en wat dies meer zij. Alleen dat Spanjeverhaal bouwen we om en dan kunnen we de rest van het jaar hele hordes CliniKlazen inzetten om de kinderen aan het lachen te krijgen.
Ik ga maar eens een gironummer openen, want ik denk dat dit idee wel eens heel goed zou kunnen vallen bij mijn clownhatende Sinterklaasminnende achterban.
Ingedeeld onder: Mexicaanse griep | Tags: doperwtjes, driftbui, gezondheid, Mexicaanse griep
Nathan is een hypergezond kind. Dat heb je natuurlijk niet zelf in de hand, maar vanaf het moment dat ‘ie verwekt werd tot nu heeft ‘ie mooi wel voor 97 % gezond eten gekregen. Drie maanden borstvoeding en daarna per fase het juiste schema van het voedingscentrum. Compleet met pompoenhapjes, gestampte avocado’s en doperwtjescouscous met munt. Elke dag een verse sinaasappel, banaan, perzik of andere fruitprut. Yoghurt zonder toevoegingen en tien druppels vitamine D. En dat terwijl we zelf nooit aan die twee stuks fruit toekomen. Wij ook best eens een pizza laten aanrukken, maar Nathan dan alsnog aan een verse prak zit. Echt hypergezond allemaal.
Maar zelfs dan is er altijd nog wel iets om over te klagen. Want ik vind dat je daar dan toch maar mooi mee zit. Met zo’n hypergezond kind. Want nu KP en ik om de beurt van bed naar wc strompelen, hebben we ook nog een kind rondlopen dat – laten we in de terminologie blijven – schijt heeft aan buikgrieperige ouders. Dat ook nog eens besloten heeft om voortaan overdag een magere twee uurtjes te pitten en de rest van de tijd alles uit het leven te halen wat er in zit. En daar komen allemaal rare nieuwe dingen bij.
Driftbuien bijvoorbeeld. Vanochtend hadden we er tussen vijf stoelgangen door zomaar weer een stuk of zes te pakken. Omdat Rund niet mee mocht onder de douche, omdat hij geen luier aan wou, omdat hij geen rompertje aan wou (en vervolgens zelf uittrok -shock-), omdat hij geen slabbetje voor wou (en ook uittrok), omdat hij zijn sinaasappel zelf wou opeten, omdat hij niet op de tafel mocht zitten, omdat ik de stoelen zo aanschoof dat hij niet bij de laptop kon komen, omdat hij mijn broodje met exact hetzelfde beleg liever had dan die van zichzelf. Zei ik zes buien? Het moeten er meer zijn geweest.
Zo’n driftbui begint met een trillende onderlip, gevolgd door een worp achterwaarts, een kopstoot tegen de vloer en vervolgens een oorverdovend kabaal, een gevaarlijk rood aangelopen gezicht en dikke tranen. Als dat dan zo’n drie minuten heeft geduurd, ben je twee minuten onder de pannen om snottebellen te verwijderen en vloer en kind te ontdoen van allerlei andere bedreigende ziektekiemen die zomaar eens de Mexicaanse griep zouden kunnen overdragen.
Pfffft, nu zijn we weer aan zo’n tweede dramatische maaltijd toe. En dan hops z’n bed in zodat wij weer even twee uur fatsoenlijk ziek kunnen zijn. Ik dacht altijd dat mijn moeder tot mijn volwassen-zijn nog nooit ziek was geweest. Maar blijkbaar had ze het talent om dat goed verborgen te houden.
Hypergezond is natuurlijk een tamelijk relatief begrip. Lichamelijk mag er dan niks aan de hand zijn, maar wat kan er psychisch wel niet allemaal mis zijn :-O.