Ik word gevonden op de zoekwoorden ‘K3 blote tieten’. Da’s best bizar. Niet dat ik daar op gevonden word, maar dat er mensen zijn die dat zoeken: blote tieten van K3.
Hoort bij: Film en tv | Tags: Dora, Elmo, K3, Kabouter Plop, Pieter Post, Sesamstraat, Teletubbies, Tweenies, Zandkasteel
Vandaag beginnen we rustig aan. We zijn nogal verkouden. We zitten vol, we snotteren en snuffen. Ik vermoed een keelontsteking bij mezelf, ik heb geen stem meer en het snot loopt uit m’n ogen (echt!), Nathan produceert grote groene snottebellen en Jonas hoest. Af en toe denken we zelfs dat we een hondje in huis hebben. En dus hangen we vandaag een beetje voor de tv met een potje thee en een meter ontbijtkoek. We zijn niet ziek, we zijn niet lekker.
We kijken niet zoveel tv, vandaag zie ik als een experiment. Laat maar draaien en dan zie ik wel wat er gewaardeerd wordt. We worden tegelijk wakker met de Teletubbies. Ik kijk m’n ogen uit, wat een stompzinnigheid. Maar tot mijn grote teleurstelling lacht Nathan hardop om die stuiterende … ja, wat eigenlijk? Ik mijmer wat voor me uit en hou me bezig met de vraag wat deze poppen hebben dat Bert van Leeuwen op 2 en de nieuwslezer op Nederland 1 niet hebben. Ze zouden een antenne op hun hoofd kunnen zetten om hun doelgroep te verbreden. Ik vraag me ook af of ik ik het item niet al eens eerder heb gezien. Dat klopt want het filmpje werd een minuut geleden ook al uitgezonden. Als het zonnetje in beeld komt giechelt Nathan mee. Ik ben niet boos, ik ben teleurgesteld.
Dan komt het Zandkasteel en daarna de Tweenies. Opnieuw van die mensen in poppenkostuums. Ik vind het griezelig. Nathan heeft er niks mee. Dan krijgen we Olivia, een enthousiast varkentje met een groot probleemoplossend vermogen. Daar hou ik wel van en Nathan danst op het muziekje mee. En opeens zitten we naar een balletmuis te kijken die door notabene de EO op de buis is geplaatst. Het dansende ongedierte heet Angelina Ballerina en daar haak ik al af. Nathan draait rondjes met haar mee, buigt z’n knietjes op de muziek. Hmmm, dit beestje heeft iets wat ik niet zie.
Bruintje Beer valt goed. Vooral de introtune met het vliegende autootje, daar ziet ‘ ie duidelijk de humor van in. Dan Pieter Post wat ik herken van vroeger. Ik vind er niet zoveel aan, hoewel ik de dominee wel grappig vind. Dat is echt de rots in de branding, zeg: ” Geen zorgen, ik heb mijn roeping al gevonden!”. En nog wat andere dubbelzinnigheden. Nathan vindt het mauwen van de poes leuk. Tja, wat zien we nog meer langskomen: Dora, da’s wel erg educatief hoor, iets met backyardbeesten die ons beiden irriteren en we zien nog een herhaling van Sesamstraat. Dat is herkenbaar want dat kijkt ‘ ie regelmatig als ik sta te koken. Het voorleesdeel kan niet boeien, maar Elmo is een waar succesnummer.
Het op een-na-ergste is Kabouter Plop. Da’s echt heel naar. Ik kan er niet bij dat mensen zich verkleden als kabouters en dat ze dan van die idiote dingen gaan zeggen omdat ze een interpretatie maken van wat kinderen leuk zullen vinden. Het zal toch je werk zijn om je elke dag in zo’n pak te hijsen en dan met zo’n collegakabouter te ruzien over wie er met verstoppertje spelen mag zoeken. Kijk, dat zijn pas zware beroepen. Het ontgaat me volledig, ik krijg er een puntmuts van. Ik beinvloed dus het experiment: zappen hier.
Maar als je denkt dat ik hiermee aardig inzicht heb gekregen in mijn zoon dan zit je er echt volledig naast. Want het dieptepunt van de ochtend/middag ontstond toen K3 in een onbewaakt ogenblik begon te jengelen. Mijn stoere blonde dreumes ging helemaal uit z’n dak. Ik was mijn verkoudheid op slag vergeten, maar ik voel me nog steeds beroerd.
Hoort bij: Zonder categorie
Ik schreef ooit een anti-ode aan de moeder van Thea. Dit is er eentje aan de hond van Thea. Die heeft vandaag Nathans speen opgegeten. Hij zag ‘m op de tafel liggen en sloeg toen toe. ” Dat had ik je nog willen zeggen”, zei Thea toen. Het beest zwichtte nergens voor. Niet voor brood en niet voor koekjes. Bij elk telefoontje spring ik van m’n stoel, want ik vrees voor Simba’s leven. Maar het schijnt in z’n maag te wemelen van die dingen. En als je nu denkt dat het een hond is in het formaat van een sint-bernard of zo… Neen, het is eigenlijk maar een heel klein modelletje, een Cavalier King Charles Spaniel.
Hee Thea, who’s next?
Hoort bij: Zonder categorie
Liet vandaag een EGR-klep van de auto vervangen. Het ding reed met horten en stoten dus vanuit de supermarkt maar direct door naar de garage voor een diagnose. Ik kon wel even blijven wachten, zeiden ze. Want als er wat gerepareerd moest worden, moesten we toch een nieuwe afspraak maken. Leek me safe, het was half drie en om kwart over drie had Jonas een volgende voeding nodig. Moest kunnen, dus namen we plaats in de showroom. Jonas en ik. Jonas in slaapstand, ik in luierstand met een kop koffie. En toen de diagnose: een defecte EGR-klep. Nog nooit van gehoord. Kon direct vervangen worden. Het was kwart voor drie en het zou drie kwartier duren. Kom, dacht ik, gaan we gewoon proberen.
Ik ben niet zo’n held in borstvoeding. Niet het type dat overal met de borsten bloot gaat. Daar zoek ik liever wat rustige plekken voor uit. Geen autoshowrooms in elk geval. Da’s wel ongeveer de laatste plek die ik in gedachten had. Het is niet zo dat ik me ongemakkelijk voel als iemand anders mijn borstvoedende borsten ziet, ik voel me ongemakkelijk omdat anderen zich ongemakkelijk zouden kunnen voelen bij het zien van mijn borsten. Dat heeft weer met mijn hyperbewustzijn te maken en de een vindt het volkomen onzin en de ander voelt volledig met me mee. Daar kom je niet uit en je komt er niet vanaf. Althans, ik niet. Bovendien had ik m’n kleren er ook niet zo goed op uitgekozen vandaag. Een jurkje dat helemaal omhoog zou moeten. Niet alleen blote borsten dus.
Terug naar de showroom. Een VT Wonen verder werd ik dus nogal onrustig. En toen bleek het onderdeel toch niet aanwezig te zijn, maar ze hadden het ouwe er al uitgehaald. Dus zou het nog wat later worden, want het ding moest even uit een andere hoek van Utrecht gehaald worden. Toen ik de Cosmopolitan, Glossy, Beau Monde, Panorama, Nieuwe Revu en de Telegraaf uit had (vijf minuten later dus) brak het zweet me aan alle kanten uit. Jonas bewoog af en toe en ik straalde hem in: slaap, slaap, slaap door. Ondertussen zoekend naar een goeie plek om naar te verdwijnen als het niet anders kon. De beste plek was de achterbank van een Renault Espace,maar hoe vraag je dat? “Eh, ik ben wel geïnteresseerd in deze auto, maar ik vind het belangrijk voor ik zoiets aanschaf om te weten hoe de achterbank borstvoedt, vindt u het goed al ik…?” of gewoon “Om uw klanten niet in verlegenheid te brengen, zou ik graag…” Want ja, dat jurkje moest wel gans omhoog.
Nou, er is niks gebeurd. Om kwart voor vier was de klep klaar en lag Jonas nog te slapen. Toen zijn we maar naar huis gegaan. Dat ik hier toch nog een spannend verhaal van probeer te schrijven, tekent een beetje wat ik zoal meemaak tijdens m’n verlof.
Hoort bij: Zonder categorie
Er zijn mensen, ik bedoel tweebenige wezens, die aan me vragen of ik het ook jammer vind dat het opnieuw een jongetje is geworden. Mijn beste antwoord tot nu toe is dat ik inderdaad ook liever een negertje met een handicap had gehad. Gewoon ter bevordering van de biodiversiteit. Iemand nog betere suggesties? Onnozele vragen verdienen een onnozel antwoord. Help me.
Hoort bij: Film en tv, Zonder categorie | Tags: Elmo, Ernie, Sesamstraat, wees mijn echo
Hoort bij: boeken | Tags: boeken, Nijntje, Dick Bruna, Jip en Janneke, bloemetjesjurk, Pluk, jeugdliteratuur, Annie MG Schmidt, PVV
Tot een poosje geleden had ik bij de moeders van Jip en Janneke nog altijd dikke veertigers in bloemetjesjurken in gedachten. Raar is dat, hoe bouw je zo’n associatie op? Dat moet al erg vroeg zijn gebeurd, het stamt uit de tijd dat ik zelf uit Jip en Janneke werd voorgelezen.
Meneer en mevrouw Pluis zijn ook van die ouwe vellen. Mevrouw met die eeuwige parelketting en meneer met die strenge stropdas. Meneer speekt zijn echtgenote ook steevast aan met ‘vrouw’. Dat zou KP niet moeten flikken. En dan die opvoedkundige ideeën: op een dag zei mevrouw Pluis / ik heb een goed idee / ik ga naar het museum toe / wie gaat er met mij mee (en nu komt het) ik, zei meneer, maar hoor eens vrouw / is nijntje niet te klein (…) Nogal achterhaald. Bovendien heb je tegenwoordig ook het Dick Bruna-huis, een museum voor kinderen, hoor meneer Pluis! Met tante Trijn van Nijntje heb ik hetzelfde. Maar die wordt ook altijd getekend in groene jurk met rode bolletjes. Aagjes moeder, mevrouw Helderder, komt er ook niet sympathiek vanaf. Die martelt kindertjes door ze op Aagjes feestje te dwingen een appel met mes en vork te eten. En ze loopt altijd te emmeren over vieze kindertjes.
Vandaag besefte ik dat al die moeders net zo oud zijn als ik. Ik ben dertig, tante en moeder en hoor niet meer bij die leuke categorie kindertjes. Ik hoor bij die immer klagende, zeurende, opvoedende moeders uit de jeugdliteratuur. Van die onsympathieke types die je het leven zuur maken en die altijd ingrijpen als je net wat leuks wilt uitvreten. “Wat doen jullie nou weer? vraagt moeder” en “Nou, zegt moeder. Het is fraai, hoor.” Ik ben zo’n bloemetjesjurk.
Nijntje, Jip en Janneke en Pluk zijn van die evergreens die dit huis ingekomen zijn, maar help, wat is er een boel achterhaald! En al die andere hutspot van Annie MG is hartstikke leuk, maar Nathan kan er zelfs over een paar jaar nog geen touw aan vastknopen.
Neem Het fluitketeltje. Wij hebben een waterkoker. Het fluitketeltje staat op een kolenfornuis, wij koken keramisch. Het fluitketeltje lijkt op een locomotief, waar zie je die nog? Onze deftige braadpan bestaat uit een Engelse slowcooker waar we onze sudderlapjes in klaarmaken, maar een snel onderzoek in mijn kennissenkring leert dat ik nog een van de weinigen ben die draadjesvlees klaarmaakt. Dus sudderen op zich is al een vreemd werkwoord.
En zo heb je wel meer. De buren van de oom en tante in Laren hebben geen radio. Radiwatte? Prins Adelbrecht uit het prinsesje Tierlantijd heeft ondergoed van jaeger. Dat heb ik ook op moeten zoeken. En er zijn een stuk of wat Jip en Janneke-verhaaltjes die we zullen moeten aanpassen aan deze moderne tijd. De guldens moeten euro’s worden, da’s niet zo moeilijk. Postzegels van tien cent vervangen we door die van vierenveertig cent. Een makkie. Maar wat doe je met telefoons? “Mag ik Janneke opbellen, moeder? vraagt Jip. Goed, zegt moeder. Zal ik voor je draaien?” En kinderen die sigaren kunnen kopen zijn ook uit de tijd.
Het toppunt is het verhaaltje over de oom met de baard. De titel zou voor de PVV aanleiding kunnen zijn om een spoeddebat aan te vragen: help, de islam is in onze kinderboeken geïnfiltreerd. Maar waar ik me zorgen over maak, zijn ongepaste vragen van deze oom. “Kom jij op mijn knie zitten, Jip?” en “De baard is van dichtbij helemaal niet eng. Maar hij kriebelt wel in Jips neus.”
Die slaan we maar over.
In de categorie ‘Wat je beter niet kunt doen met een dreumes’ de volgende: de wasstraat nemen. Nooit over nagedacht natuurlijk dus reed ik vanmiddag gedachteloos de wasstraat in. Bij fase 1 hoorde ik al wat licht gejammer op de achterbank. (Twee wasstraatwassers die de auto natsproeiden en inzeepten.) Toen begon ik me al af te vragen hoe we het einde van de wasstraat zouden halen. Bij de tweede fase met die grote borstels was het hek van de dam. Logisch.
Het is bespottelijk wat je allemaal verzint om een kind gerust te stellen. “De auto gaat even douchen. Net als jij wel eens gaat douchen. Kijk, lekker shampoo op de auto, even inzepen, net als met jouw haartjes. Nu wordt de auto weer lekker schoon gespoeld. Allemaal water erover. Nog meer water, nog meer water. En nu weer lekker zeep erover en onder de douche. Kijk: grote borstels. Die gaan de auto goed wassen. Zeg, zie jij ook ergens koeien? Of een paard? Hee, wat zegt het varken eigenlijk? Nu met de föhn afdrogen. Zie je? Al het water wordt er afgehaald. Daar, een rood verkeerslicht. Nog steeds rood, nog steeds rood. Nu moeten we wachten. Nog steeds rood. Let op: als ‘ie groen wordt mogen we doorrijden. Jaaaaaa, we mogen doorrijden. Wat is de auto lekker schoon!’
Nathan bleef maar om z’n vader jammeren. Ik maak me op voor een gebroken nachtje. Jammer.
Er komt er hier voorlopig geen Wii in. Zoveel is na dit weekend wel duidelijk. Mijn schoonouders hebben de beschikking over een Wii. Toen we zaterdagmiddag binnenkwamen stuiterden er al drie kindertjes voor de Wii druk ruziënd over de vraag wie wanneer tegen wie en hoe lang en hoe vaak achter elkaar en welk spel en wie er de beste was. Best complexe conflicten nu ik dat ineens systematisch op m’n beeldscherm zie staan. En Nathan voegde zich al stuiterend bij dit opgewonden gezelschapje.
Vanwege de weersomstandigheden bleven we een nachtje. Zondagochtend rook ik mijn kans. Geen stuiterende kindertjes in de buurt, schoonfamilie naar de kerk, KP, Nathan en Jonas nog in bed: het Wii-rijk volledig voor mij. (Bepaald niet mijn standaard zondagochtendritueel en deze ochtend zou leren dat ik ook beter op mijn gangbare plek -kerk- had kunnen zijn.) Ik kreeg de Wii echter niet aan de praat, dus kreeg ik KP er alsnog bij. Terwijl ik een boterhammetje voor Nathan smeerde begon KP heel onschuldig aan een rondje MarioKart, maar o jee, wat maakte dat in mij los? Ik besloot namelijk uit een soort wraak uitsluitend een ontbijt voor mezelf klaar te maken. Daarna ontfutselde ik KP onder valse voorwendselen de controller en kon ik er voor gaan zitten. KP in verbijstering achterlatend. Dat had bij hem al alarmbellen moeten doen rinkelen.
Ik was vroeger al erg bedreven in games. We hadden thuis een MSX en een gameboy, de buren hadden een commodore en de buren die daarnaast woonden een Atari. In elke vakantie huurde ik samen met m’n buurjongens bij de videotheek een Nintendoachtig ding waar we vijf dagen lang nonstop Sonic the hedgedog op speelden. Op m’n tiende kon ik echt elk bestaand spel op één leventje uitspelen. Nu ik volwassen ben probeer ik uit de buurt van die dingen te blijven, want als ik een verslaving voor mezelf zou moeten kiezen dan zou gamen een goeie kunnen zijn. Vanwege die potentiële verslaving maar ook vanwege het gevaar voor een competitie met deze of gene. Uit pure eerzucht ga ik zonder training zo’n uitdaging niet aan.
Zondagochtend kon ik me in alle rust voorbereiden. Dus koos ik een lief kirrend roze prinsesje uit die ik in een kart stopte en zo verscheen ik al gillend aan de start van MarioKart. Het prinsesje gilde nog alleen, maar dat zou niet lang meer duren. Want al na een minuut gilde ik net zo hard mee. Ik beukte andere karts opzij, ik schold, ik krijste, ik schreeuwde, ik vloekte er nog net niet bij, maar in het gedragsbeeld had het er helemaal bijgepast, wangedrag ten top. Als ik mij op deze manier op de A27 had vertoond was ik in het kader van de Educatieve Maatregel gedrag en verkeer door de overheid op een driedaagse gedragscursus gestuurd.
Na een rondje vond KP het zijn beurt, maar dat ging niet zomaar. Er ontstond een handgemeen waar Nathan zo van schrok dat zijn onderlip er van begon te trillen.En het werd nog erger want hij vond de scene blijkbaar zo dreigend dat hij KP de controller afpakte en het ding onder de woorden “Neenee, mama” aan mij teruggaf. Dus racete ik al brullend en beukend door: ” Yiiihaaaa, ik ben eerste!” KP: ”Eerste van de randdebielen, ja.” Tot KP, en die kan best wat hebben, mij op een gegeven moment weer terug op aarde floot: “Zeg lief, let even op je taalgebruik, wil je? Er zijn hier kinderen bij.”
Je snapt: er komt hier voorlopig geen Wii in.
Een ps’ je voor de kritischen onder ons: voor sommigen van u zal mijn verzuimde kerkgang wellicht tot groter wangedrag gerekend worden, maar dat heb ik via de hedendaagse technieken via internet al kunnen compenseren door de dienst vandaag in te halen. Maar hoe compenseer je zulke nare neigingen die toch maar weer bevestigen dat een mens ten diepste onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad is?
Jeej, mijn nieuwe tandartsassistente weet exact hoe ik in elkaar steek: “Ik heb een plekje voor je op 23 februari, maar tegen die tijd heb je al zoveel smoezen bedacht dat je waarschijnlijk zult gaan afbellen. Kun je morgen ook?”
Wauw, we hebben nu al een klik.